Beleidsregels verlagen subsidie Plattelandsontwikkelingsprogramma

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op artikel 48, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 1750/1999 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad inzake de steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) (PBEG L 214);

Besluiten:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.
ministers:

de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, of de Minister van Verkeer en Waterstaat,

c.
verordening 2419/2001:

Verordening (EG) nr. 2419/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 11 december 2001 inzake het bij Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad ingestelde geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen (PbEG L 327),

d.
plattelandsontwikkelingsprogramma:

het programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling voor Nederland met betrekking tot de programmeringsperiode 2000-2006, zoals goedgekeurd door de Commissie van de Europese Gemeenschappen bij beschikking C(2000) 2751 def. van 28 september 2000, inclusief de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen goedgekeurde wijzigingen van dit programmeringsdocument,

e.
POP-regeling:

door een of meer ministers ter uitvoering of mede ter uitvoering van het plattelandsontwikkelingsprogramma vastgestelde ministeriële regeling, voorzover deze strekt tot uitvoering van het plattelandsontwikkelingsprogramma,

f.
beheerjaar:

zesde deel van een tijdvak als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel t, van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer, zoals deze luidde op 31 december 2006, waarbij een eerste beheerjaar van een tijdvak aanvangt aan het begin van het tijdvak en de volgende beheerjaren aanvangen direct na afloop van een vorig beheerjaar.

Artikel

2

Artikel

3

Indien aan de administratie van de subsidieontvanger in een POP-regeling of in het kader van de POP-regeling bepaalde eisen zijn gesteld en bij een administratieve of fysieke controle blijkt dat aan deze eisen niet wordt voldaan

  • a.

    wordt de subsidieverlening of -vaststelling ingetrokken indien, doordat deze administratie niet aan de gestelde eisen voldoet, niet kan worden vastgesteld of de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit heeft of activiteiten hebben plaatsgevonden,

  • b.

    wordt, behoudens overmacht, de subsidie 10% lager vastgesteld of overeenkomstig ten nadele van de ontvanger gewijzigd indien, ondanks het niet voldoen van de administratie aan de gestelde eisen, kan worden vastgesteld of de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit heeft of activiteiten hebben plaatsgevonden.

Artikel

4

Indien de subsidieontvanger overeenkomstig een POP-regeling of in het kader van een POP-regeling verplicht is bepaalde documenten gedurende een bepaalde periode te bewaren en bij een administratieve of fysieke controle blijkt dat een of meer van deze documenten ontbreken in deze periode

  • a.

    wordt de subsidieverlening of -vaststelling ingetrokken indien door het ontbreken van deze documenten niet kan worden vastgesteld of de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit heeft of activiteiten hebben plaatsgevonden,

  • b.

    wordt behoudens overmacht de subsidie 10% lager vastgesteld of overeenkomstig ten nadele van de ontvanger gewijzigd indien, ondanks het ontbreken van documenten, kan worden vastgesteld of de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit heeft of activiteiten hebben plaatsgevonden.

Artikel

5

Indien de subsidieontvanger verplicht is bepaalde gegevens te melden en deze gegevens worden niet of niet tijdig gemeld

  • a.

    wordt de subsidieverlening of -vaststelling ingetrokken indien door het ontbreken van gegevens die moeten worden gemeld niet kan worden vastgesteld of de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit heeft of activiteiten hebben plaatsgevonden,

  • b.

    wordt de subsidie 10% lager vastgesteld of overeenkomstig ten nadele van de ontvanger gewijzigd indien, ondanks het ontbreken van bepaalde gegevens die niet of niet tijdig zijn gemeld en waarover de subsidieontvanger de beschikking heeft, de beschikking kan hebben of de beschikking zou moeten hebben, kan worden vastgesteld of de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit heeft of activiteiten hebben plaatsgevonden.

Artikel

6

Indien de subsidieontvanger overeenkomstig een POP-regeling of in het kader van een POP-regeling verplicht is fysieke en administratieve controles toe te laten van aangewezen toezichthouders of bevoegde controleurs en door toedoen van de subsidieontvanger of zijn vertegenwoordiger kunnen een of meer controles niet plaatsvinden, wordt, behoudens overmacht, de subsidieverlening of -vaststelling ingetrokken.

Artikel

7

Het te laat indienen van een aanvraag voor een voorschot leidt tot een verlaging van het voorschot waarop de aanvraag betrekking heeft met 0,5% per werkdag ten opzichte van het voorschot waarop de subsidieontvanger recht zou hebben indien hij de aanvraag voor het voorschot tijdig had ingediend. Indien een aanvraag voor een voorschot meer dan 25 dagen te laat wordt ingediend wordt deze aanvraag niet in behandeling genomen.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Indien de subsidieontvanger verplicht is werkzaamheden ter realisering van de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit of activiteiten voor een bepaald tijdstip aan te vangen of te doen aanvangen, leidt, behoudens overmacht, het na dit tijdstip aanvangen van deze werkzaamheden tot een verlaging van de subsidie waarop de aanvraag betrekking heeft met 0,5% per werkdag ten opzichte van de subsidie waarop de subsidieontvanger recht zou hebben indien hij tijdig een aanvang met de werkzaamheden had gemaakt. Indien de werkzaamheden ter realisering van de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit meer dan 25 dagen na het bovengenoemde tijdstip aanvangen, wordt de subsidieverlening of -vaststelling ingetrokken.

Artikel

14

Vervallen

Artikel

15

Elke keer dat de in de artikelen 3 tot en met 6, 8 en 10 tot en met 13 genoemde verplichtingen niet worden nagekomen leidt dit tot het overeenkomstig deze artikelen toepassen van

  • een verlaging van de subsidie of het bedrag aan subsidie dat betrekking heeft op de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit of activiteiten in een jaar, of

  • tot een overeenkomstig wijziging van de subsidieverlening of de subsidievaststelling ten nadele van de subsidieontvanger.

Artikel

16

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels verlagen subsidie Plattelandsontwikkelingsprogramma.

Artikel

17

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 februari 2002.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,L.J.Brinkhorst
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,G.H.Faber
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor deze,
de directeur-generaalJ. van derVlist
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,J.M. deVries

Bijlage

1

Behorende bij artikel 11, derde lid, onderdeel a, van de Beleidsregels verlagen subsidie Plattelandsontwikkelingsprogramma:

MILIEU

Besluit gebruik meststoffen

art. 2

art. 3

art. 3a

art. 3b

art. 4

art. 4a

art. 4b

art. 5

art. 6

art. 6a

art. 6b

art. 6c

art. 6d

art. 8a

Meststoffenwet

art. 7 in samenhang met art. 8, onder a en b, 9 en 10 en in samenhang met art. 24, 25, 26, 27 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

art. 7 in samenhang met art. 8, onder c, 11 en 12, vierde en vijfde lid, en in samenhang met art. 30 t/m 35 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

art.14

art.19 in samenhang met artikel 21

art. 20 in samenhang met artikel 21

Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet

art. 28 in samenhang met art. 27, 29 en 30 en in samenhang met art. 36 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

art. 31

art. 32

art. 33

art. 34

art. 35

art. 65

art. 66

art. 67

art. 68

art. 69

art. 70

Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

art. 24

art. 25

art. 26

art. 27

Lozingenbesluit open teelt en veehouderij

art.13

art. 16

Uitvoeringsbesluit artikel 1, derde lid, Wet Verontreiniging oppervlaktewater

art. 4, lid 1, onderdeel c

Provinciale Milieuverordening

Provinciale milieuverordeningen t.a.v. gebruiksnormen voor grondwaterbeschermingsgebieden: lagere gebruiksnormen zijn mogelijk voor dierlijke mest in verband met drinkwatervoorziening.

GEZONDHEID (mens, plant en dier)

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

art. 18

art. 20

art. 22

art. 38, derde en vierde lid, in samenhang met art. 37

art. 65, derde en vierde lid, in samenhang met art. 37

art. 76, eerste lid

Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden

art. 26, eerste en tweede lid

art. 30 in samenhang met art. 8.8 van de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE's

art. 20,

art. 30 en 31

art. 32

art. 33

art. 37

art. 42

art. 47

art. 48

art. 53, 54 en 55, in samenhang met art. 2.5 van de Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten

Regeling handel levende dieren en levende producten

Art 7.3, onderdeel a (wat betreft de verwijzing naar artikel 4bis, eerste lid, van Richtlijn 91/68/EEG

Regeling identificatie & registratie van dieren

art. 13

art. 15

art. 20

art. 29, eerste lid

art. 32

art. 34

art. 36

Verordening PVV zelfcontrole runderen op het verbod gebruik van bepaalde stoffen

art. 3, eerste lid, tweede lid, onderdelen a, d en e, en derde lid

art. 4, eerste lid, tweede lid, onderdelen a, d en e, en derde lid

DIERENWELZIJN

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

art. 34, eerste lid, in samenhang met het Besluit aanwijzing voor productie te houden dieren

art. 35 in samenhang met art. 3 van het Besluit welzijn productiedieren

art. 36, eerste lid, in samenhang met art. 3 van het Besluit welzijn productiedieren

art. 36, derde lid, in samenhang met art. 3 van het besluit welzijn productiedieren

art. 37

art. 38 in samenhang met art. 4 van het Besluit welzijn productiedieren

art. 40 in samenhang met het Ingrepenbesluit en art. 4 van het Besluit welzijn productiedieren

art. 45 in samenhang met art. 5 van het Besluit welzijn productiedieren

Varkensbesluit

art. 2

art.2a

art.3

art. 4

art. 5

art. 8

art. 9

art. 16

Kalverenbesluit

art. 2

art. 3

art. 4

art. 6

art. 7

art. 8

art. 9

Legkippenbesluit

art. 2

Bijlage

2

Behorende bij artikel 11, derde lid, onderdeel c, van de Beleidsregels verlagen subsidie Plattelandsontwikkelingsprogramma:

Milieu

0

0%

1 t/m 4

3%

5 of meer

5%

Gezondheid

0

0%

1 t/m 4

3%

5 of meer

5%

Dierenwelzijn

0

0%

1 t/m 4

3%

5 of meer

5%