Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
het Adviescollege Programma Samenwerking Oost-Europa;
de Minister van Economische Zaken.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
het Adviescollege Programma Samenwerking Oost-Europa;
de Minister van Economische Zaken.
In het secretariaat van het college wordt door de minister voorzien.
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het college geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van het college bewaard in het archief van dat ministerie.
Het college verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Het college stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van zijn werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Op verzoek van de minister, maar ten minste elk vierde jaar, stelt het college tevens een evaluatieverslag op, waarin het aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002.
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Adviescollege Programma Samenwerking Oost-Europa.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.