Erkenningsregeling opleidingen zeevaartbemanning
Erkenningsregeling trainingen zeevaartbemanning
Besluit:
Artikel
2
De aanvraag
1
De aanvraag voor een erkenning van een training wordt door het bevoegd gezag van het betrokken trainingsinstituut schriftelijk ingediend bij de Minister of bij een aangewezen certificerende instelling.
3
De aanvraag gaat ten minste vergezeld van de volgende gegevens:
-
a.
de naam van de training waarvoor de erkenning wordt gevraagd;
-
b.
de naam van het opleidingsinstituut;
-
c.
het tijdens de training te gebruiken lesmateriaal;
-
d.
een lesplan, dat inzicht geeft in de inhoud en tijdsduur van de training en de te volgen examenprocedure;
-
e.
een voorbeeld van het na een succesvolle voltooiing van de training uit te reiken diploma, certificaat of getuigschrift;
-
f.
een overzicht van de docenten en hun kwalificaties, die bevoegd zijn de training of een deel ervan te verzorgen, en
-
g.
een afschrift van het door de instelling gehanteerde kwaliteitssysteem, alsmede een rapport betreffende het functioneren ervan opgemaakt door een van het instituut onafhankelijke instantie of certificerende instelling.
Artikel
3
Beoordeling van de aanvraag
Het bijwonen van een training door een aangewezen ambtenaar of een vertegenwoordiger van de certificerende instelling kan deel uit maken van de beoordelingsprocedure.
Artikel
4
Criteria voor de beoordeling
1
Trainingen worden erkend indien zij ten minste voldoen aan de criteria die zijn vastgelegd in richtlijn nr. 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 inzake het minimum opleidingsniveau van zeevarenden (PbEU L 323).
2
In aanvulling op de criteria, bedoeld in het eerste lid, moet de werking van het kwaliteitssysteem van een instituut dat een training verzorgt, zijn beoordeeld door een van dit instituut onafhankelijke instantie.
3
De training en examinering voldoen aan de eisen die met betrekking daartoe zijn vastgelegd in het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart, onderscheidenlijk in het Besluit zeevisvaartbemanning
Artikel
5
Erkennen van een opleiding
De erkenning geschiedt voor de duur van ten hoogste vijf jaren.
Artikel
6
Derden
In het belang van een training kan een onderdeel van de training in een ander instituut plaatsvinden. Laatstbedoeld instituut dient, voorzover het dit onderdeel betreft, erkend te zijn in de zin van deze regeling.
Artikel
7
Simulatoren
Indien een simulator deel uitmaakt van de onderwijsmethode van een training dient deze te voldoen aan de betreffende eisen die gesteld worden in sectie A-I/12, deel 1, van de STCW-Code.
Artikel
8
Het intrekken van de erkenning
De Minister kan een erkenning intrekken, indien:
-
a.
er niet meer voldaan wordt aan de eisen gesteld aan het verlenen van de erkenning;
-
b.
er bij een tussentijdse controle blijkt dat sprake is van dusdanige tekortkomingen dat de kwaliteit van de training niet langer is gegarandeerd;
-
c.
de certificerende instelling, bedoeld in artikel 4, tweede lid, de Minister adviseert de certificering in te trekken dan wel niet te verlengen, of de onafhankelijke instantie de werking van het kwaliteitssysteem als onvoldoende beoordeelt.
Artikel
9
Administratieve bepaling
Bij beëindiging van de desbetreffende opleidingen wordt de registratie overgedragen aan de Minister, die deze registratie gedurende ten minste vijftig jaar bewaart.
Artikel
10
Deze regeling wordt aangehaald als: Erkenningsregeling trainingen zeevaartbemanning.
Artikel
11
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.