Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
: het Nederlands Kanker Instituut te Amsterdam.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
: het Nederlands Kanker Instituut te Amsterdam.
Het NKI dient uiterlijk dertien weken vóór de aanvang van het jaar waarvoor een subsidie wordt verlangd, een aanvraag in. De aanvraag wordt onderbouwd met een activiteitenplan en een begroting.
De minister geeft een beschikking op een aanvraag binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
De subsidie bestaat uit een jaarlijks door de minister vast te stellen bedrag als bijdrage in het kankeronderzoek van het NKI. Bij de verlening wordt het bedrag vastgesteld.
De minister betaalt de verleende subsidie als volgt uit: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het voor het desbetreffende jaar verleende subsidiebedrag.
Bij de verlening van een subsidie kan de minister bepalen dat het subsidiebedrag door hem wordt bijgesteld, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden.
Met het oog op de toepassing van het eerste lid kan de minister bij de verlening van de subsidie tevens bepalen welk deel van het subsidiebedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk van de kosten van de arbeidsvoorwaarden.
Het NKI zorgt ervoor dat:
de doeleinden gesteld in het activiteitenplan op doelmatige wijze worden nagestreefd;
de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd en
de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verleend.
Het NKI zorgt er voorts voor dat:
de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd;
de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van het NKI;
van alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken waaruit de aard en de omvang van de geleverde goederen of van de verrichte diensten duidelijk blijken, aanwezig zijn.
Het NKI doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.
Indien een gesubsidieerde activiteit leidt tot een publicatie, kan de minister bepalen dat het NKI er zorg voor draagt dat bij de publicatie wordt aangegeven wie de uitvoerder en subsidiënt van het project zijn geweest.
Indien een subsidie gericht is of mede gericht is op de totstandkoming van een werk als bedoeld in artikel 10, onder 1°, van de Auteurswet, draagt het NKI er zorg voor auteursrechthebbende te zijn ter zake van dat werk.
Aan de subsidie kunnen verplichtingen als bedoeld in artikel 4:39 van de Algemene wet bestuursrecht worden verbonden.
De minister kan bepalen dat het NKI in de gevallen, genoemd in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een door hem te bepalen vergoeding voor vermogensvorming is verschuldigd.
Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken, wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door het NKI wordt ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen.
De vergoeding die het NKI betaalt aan een organisatie die zich de ondersteuning van het NKI ten doel stelt, voor door die organisatie aan het NKI ter beschikking gestelde goederen, is niet hoger dan het bedrag dat op grond van de verkrijgingprijs of vervaardigingsprijs verminderd met de ontvangen investeringssubsidies en bestemmingsgiften berekend wordt, rekening houdend met de geldende afschrijvingspercentages.
De vergoeding die het NKI betaalt aan een organisatie die zich de ondersteuning van het NKI ten doel stelt, voor door die organisatie aan het NKI geleverde diensten, is indien het diensten betreft die in het algemeen door soortgelijke instellingen in eigen beheer worden verricht, niet hoger dan het bedrag dat gelijk is aan de kosten die het NKI zou hebben gehad bij het verrichten van de diensten in eigen beheer.
De vergoeding die het NKI betaalt aan een organisatie die zich de ondersteuning van het NKI ten doel stelt, voor door die organisatie aan het NKI geleverde diensten, andere dan de in het tweede lid bedoelde diensten, is niet hoger dan het bedrag dat voor het doen verrichten van dergelijke diensten door andere organisaties gebruikelijk kan worden geacht.
Indien het NKI goederen aan derden ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt het NKI daarvoor een vergoeding in rekening die tenminste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn. De minister kan ook andere gevallen aanwijzen waarin de bepaling niet geldt.
Indien bij de minister het vermoeden is gerezen dat artikel 13 niet is nageleefd, spant het NKI zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie over te leggen.
Het NKI verstrekt aan de door de minister aangewezen ambtenaren of andere personen op hun verzoek alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De bescheiden worden op één adres getoond en de inlichtingen, op verzoek, schriftelijk verstrekt. Indien het NKI slechts kan voldoen aan deze verplichting door inbreuk te maken op het recht van enig persoon op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, verstrekt het NKI de verlangde gegevens op zodanige wijze dat deze niet tot personen herleidbaar zijn.
Binnen vijf maanden na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend, dient het NKI de volgende bescheiden in:
het jaarverslag;
het scientific report;
de jaarrekening;
een accountantsverklaring.
De afdelingen 2 tot en met 8 van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing op de jaarrekening, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo.
De jaarrekening is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Nederlands Kanker Instituut.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.