Besluit van 6 maart 2002, houdende vaststelling van regels met betrekking tot de commissies, bedoeld in artikel 19 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding
Vaststellingsbesluit regels met betrekking tot commissies bedoeld in Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk
I
Begripsomschrijvingen
Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
de wet: de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding;
-
b.
arrondissementen: de arrondissementen, bedoeld in de Wet op de rechterlijke indeling;
-
c.
de zorgvuldigheidseisen: de zorgvuldigheidseisen, omschreven in artikel 2 van de wet.
Hoofdstuk
II
Commissies
Artikel
2
1
Er zijn vijf regionale commissies voor de toetsing van meldingen van gevallen van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding als bedoeld in artikel 3 van de wet.
Artikel
3
Tot toetsing van meldingen van gevallen van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding is bevoegd:
-
a.
de commissie te Groningen indien het overlijden heeft plaatsgevonden in de provincies Groningen, Friesland of Drenthe;
-
b.
de commissie te Arnhem indien het overlijden heeft plaatsgevonden in de provincies Overijssel, Gelderland, Flevoland of Utrecht;
-
c.
de commissie te Haarlem indien het overlijden heeft plaatsgevonden in de provincie Noord-Holland;
-
d.
de commissie te Rijswijk indien het overlijden heeft plaatsgevonden in de provincies Zuid-Holland of Zeeland;
-
e.
de commissie te 's-Hertogenbosch indien het overlijden heeft plaatsgevonden in de provincies Noord-Brabant of Limburg.
Artikel
4
1
Op de voordracht van de voorzitters wijzen Onze Ministers een coördinerend voorzitter en een plaatsvervangend coördinerend voorzitter aan.
2
De coördinerend voorzitter of bij diens afwezigheid de plaatsvervangend coördinerend voorzitter heeft in ieder geval tot taak:
-
a.
het initiëren en voorzitten van overleg tussen de voorzitters;
-
b.
het zorgdragen, na overleg met de voorzitters, voor het opstellen van richtlijnen met betrekking tot de voorlichtingsactiviteiten;
-
c.
het vertegenwoordigen van de voorzitters;
-
d.
het geven van aanwijzingen aan de algemeen secretaris, bedoeld in artikel 6, eerste lid.
Artikel
5
1
De voorzitters stellen richtlijnen vast voor de toetsing aan de zorgvuldigheidseisen en de daarbij te volgen procedure.
2
Deze richtlijnen bevatten in ieder geval regels omtrent:
-
a.
de wijze waarop de gemelde gevallen aan de zorgvuldigheidseisen worden getoetst;
-
b.
de gevallen waarin de behandelende arts in ieder geval wordt gehoord;
-
c.
de wijze waarop de inlichtingen, bedoeld in artikel 8, tweede en derde lid, van de wet worden vastgelegd.
Artikel
6
2
De algemeen secretaris heeft in ieder geval tot taak:
-
a.
het coördineren van de functionele en beheersmatige werkzaamheden van de secretarissen;
-
b.
het coördineren van het opstellen van het jaarverslag;
-
c.
het initiëren van overleg tussen de secretarissen;
-
d.
het verstrekken van alle gevraagde inlichtingen aan Onze Ministers;
-
e.
het vertegenwoordigen van de secretarissen.
Artikel
7
1
Onze Ministers winnen het gevoelen van de desbetreffende commissie in met betrekking tot een overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Wet, naar verwachting te benoemen voorzitter, lid of plaatsvervangend lid.
Artikel
II
De Regeling regionale toetsingscommissies euthanasie wordt ingetrokken.
Artikel
III
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding in werking treedt.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.