Besluit van 14 maart 2002, houdende regels met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht (Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht)

Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 6 juni 2001, nr. DGRLD/DLB/01.421019, Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst, gedaan mede namens Onze Minister van Defensie;
De Raad van State gehoord (advies van 16 juli 2001, nr. W09.01.0264/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 7 maart 2002, nr. DGL/02.421024, Directoraat-Generaal Luchtvaart, uitgebracht mede namens Onze Minister van Defensie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Als gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 6.51, eerste lid, van de wet worden aangewezen:

  • 1°.

    ontplofbare stoffen en voorwerpen;

  • 2°.

    samengeperste, vloeibaar gemaakte of onder druk opgeloste gassen;

  • 3°.

    brandbare vloeistoffen;

  • 4°.

    brandbare vaste stoffen, voor zelfontbranding vatbare stoffen en stoffen, die bij aanraking met water brandbare gassen ontwikkelen;

  • 5°.

    stoffen die de verbranding bevorderen en organische peroxiden;

  • 6°.

    giftige of infectueuze stoffen;

  • 7°.

    radioactieve stoffen;

  • 8°.

    bijtende stoffen;

  • 9°.

    andere stoffen of voorwerpen, die bij vervoer door de lucht gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu; zoals vastgelegd en geclassificeerd in de Technische Voorschriften.

Artikel

3

Paragraaf

2

Constructie, inrichting en uitrusting van luchtvaartuigen waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd alsmede van inrichtingen, voertuigen of werktuigen met behulp waarvan gevaarlijke stoffen worden geladen of gelost

Artikel

4

Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de constructie, inrichting en uitrusting van luchtvaartuigen waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

Artikel

5

Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen in verband met de veiligheid of het milieu regels worden gesteld met betrekking tot de constructie, inrichting en uitrusting van inrichtingen, voertuigen of werktuigen met behulp waarvan gevaarlijke stoffen op een luchtvaartterrein worden geladen of gelost.

Artikel

6

Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de keuring van de inrichtingen, voertuigen en werktuigen bedoeld in artikel 5.

Paragraaf

3

Bepalingen met het oog op de veiligheid en het milieu

Artikel

7

Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen in het belang van de veiligheid of het milieu regels worden gesteld over het opstellen van een risico-inventarisatie met betrekking tot het vervoeren, laden of lossen van daartoe aangewezen gevaarlijke stoffen.

Artikel

8

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie kan in het belang van de veiligheid of het milieu luchtroutes aanwijzen waarlangs daartoe aangewezen gevaarlijke stoffen vervoerd dienen te worden.

Paragraaf

4

Erkenningen

Artikel

9

Paragraaf

5

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

10

Wijzigt het Besluit Raad voor de Transportveiligheid.

Artikel

11

Wijzigt de Regeling toezicht luchtvaart.

Artikel

13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat, T. Netelenbos
De Minister van Defensie, F. H. G. de Grave
De Minister van Justitie, A. H. Korthals