Uitvoeringsregeling BSE-2002 duurzame energie

De Minister van Economische Zaken,
Gelet op de artikelen 2, tweede lid, 3, tweede lid, 5, en 6, eerste lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder minister: de Minister van Economische Zaken

Artikel

2

Artikel

3

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

4

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling BSE-2002 duurzame energie.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Economische Zaken, A.Jorritsma-Lebbink

Bijlage

Programma duurzame energie

A

Doel, afbakening

In het kader van het Besluit subsidies energieprogramma's wordt via diverse energieprogramma's subsidie verleend voor activiteiten op het gebied van energiebesparing en duurzame energie.

Het doel van het energieprogramma duurzame energie (hierna: het programma) is het bevorderen van projecten die een bijdrage leveren aan de doelstellingen van het beleid inzake duurzame energie van de Nederlandse overheid en waarvan de resultaten van betekenis zijn voor de Nederlandse energievoorziening, door middel van:

  • a.

    het bevorderen van innovatie ten behoeve van toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie,

  • b.

    het verbeteren van de prijs-prestatieverhouding van technologieën op het gebied van duurzame energie, of

  • c.

    het wegnemen van knelpunten voor de toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie.

In het kader van het programma is verstrekking van subsidie mogelijk voor de volgende typen projecten (nadere omschrijving in artikel 1 van het Besluit subsidies energieprogramma's):

  • haalbaarheidsprojecten;

  • kennisoverdrachtprojecten;

  • onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten;

  • praktijkexperimenten;

  • demonstratieprojecten;

  • marktintroductieprojecten.

Projecten met betrekking tot waterkracht met een vermogen groter dan 15 MW en projecten gericht op energiebesparing komen in het kader van dit programma niet voor subsidie in aanmerking.

Toelichting

Het programma moet een bijdrage leveren aan de doelstelling van de Nederlandse overheid om in 2020 met behulp van duurzame energiebronnen in 10% van de Nederlandse energiebehoefte te voorzien. Voor 2010 wordt een aandeel duurzame energie in de energievoorziening van 5% nagestreefd. Voor het aandeel uit duurzame bronnen geproduceerde elektriciteit in de elektriciteitsvoorziening zijn de overheidsdoelstellingen: 6% in 2005 en 9% in 2010.

In het Energierapport 2002 (Kamerstukken II 2001-02), 28 241, nr.2) heeft de overheid kenbaar gemaakt ten behoeve van het aandeel duurzame energie het opwekkingspotentieel in eigen land te willen uitbreiden.

Onder duurzame energie wordt verstaan (combinaties van) windenergie, fotovoltaïsche zonne-energie, thermische zonne-energie, passieve zonne-energie, omgevingswarmte, thermische energieopslag in de bodem, waterkracht, aardwarmte, energie uit biomassa en energie uit afval voor zover dat afval van organische oorsprong is.

Waterkracht met een vermogen groter dan 15 MW is een vorm van duurzame energie. Financiële ondersteuning van deze vorm van opwekking van duurzame energie wordt echter, gelet op de kostprijs daarvan, niet wenselijk geacht.

B

Beoordeling

Toelichting

Haalbaarheids- en kennisoverdrachtprojecten worden behandeld in volgorde van ontvangst. Onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratieprojecten en marktintroductieprojecten worden in een tenderprocedure met elkaar vergeleken. De Adviescommissie duurzame energie adviseert de minister over de volgorde waarin de aanvragen worden gerangschikt.

C

Voorwaarden

Geen subsidie wordt verstrekt:

Toelichting

D

Criteria rangschikking

Toelichting

E

Subsidiepercentages en maximumbedragen

F

Subsidieplafonds

De subsidieplafonds voor het in 2002 en 2003 verlenen van subsidies op grond van het programma duurzame energie bedragen:

  • a.

    voor aanvragen inzake haalbaarheidsprojecten, ontvangen in de periode, bedoeld in onderdeel G, onder 1, van dit programma, € 2.755.000;

  • b.

    voor aanvragen inzake kennisoverdrachtsprojecten, ontvangen in de periode, bedoeld in onderdeel G, onder 1 van dit programma, € 2.461.000;

  • c.

    voor aanvragen inzake onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratie- en marktintroductieprojecten, ontvangen in de periode, bedoeld in:

    • onderdeel G, onder 2a, van dit programma, € 9.000.000;

    • onderdeel G, onder 2b, van dit programma, € 9.698.500.

G

Aanvraagperiodes

De aanvragen moeten worden ingediend bij:

Novem BV
Catharijnesingel 59,
3511 GG Utrecht
Postbus 8242
3503 RE UTRECHT

Voor informatie:

(030) 2393798

www.den.novem.nl