Artikel
1
Definities
1
In dit reglement wordt verstaan onder:
-
a.
ministerie het ministerie van Economische Zaken;
-
b.
het hoofd van dienst
-
-
de Secretaris-Generaal,
-
-
de plaatsvervangend Secretaris-Generaal,
-
-
de directeur-generaal van de Buitenlandse Economische Betrekkingen,
-
-
de directeur-generaal van Innovatie,
-
-
de directeur-generaal van Marktordening en Energie,
-
-
de directeur-generaal van Ondernemingsklimaat,
-
-
de directeur Voorlichting,
-
-
de directeur Wetgeving en Juridische Zaken,
-
-
de directeur Algemene Economische Politiek,
-
-
de directeur Personeel, Organisatie en Informatiemanagement,
-
-
de directeur Financieel-Economische Zaken,
-
-
de directeur Interne Zaken,
-
-
de directeur van de EVD,
-
-
de directeur-generaal van de Statistiek,
-
-
de directeur van de Accountantsdienst,
-
-
de algemeen directeur van Senter,
-
-
de directeur van het Centraal Planbureau,
-
-
de directeur van het Bureau voor de Industriële Eigendom,
-
-
de Inspecteur-Generaal der Mijnen,
-
-
de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit en
-
-
de directeur van de Dienst uitvoering en toezicht energie;
-
-
-
c.
SG de Secretaris-Generaal of plaatsvervangend Secretaris-Generaal
-
d.
Internetgebruik het gebruik van de door het ministerie aangeboden faciliteit voor toegang tot het Internet, waaronder het gebruik van World Wide Web (www), FTP en Usenet;
-
e.
e-mailgebruik het gebruik van de door het ministerie aangeboden e-mail faciliteiten;
-
f.
medewerker een medewerker in dienst van het ministerie;
-
g.
registreren het verzamelen en verwerken van gegevens met betrekking tot Internet- en e-mailgebruik door medewerkers vanaf de werkplek;
-
h.
beheerder de voor de uitvoering van deze beleidsregels door de Minister van Economische Zaken aangewezen persoon of personen;
-
i.
monitoren het systematisch volgen van gegevens over Internet- en e-mailgebruik en opslag van bestanden van een of meer specifieke medewerkers;
-
j.
gedragslijn Gedragslijn voor Internet- en e-mailgebruik EZ, zoals deze van tijd tot tijd luidt en voor medewerkers kenbaar is gemaakt;
-
k.
vertrouwenspersoon bedrijfsarts, bedrijfsmaatschappelijk werker, ombudsfunctionaris, adviseur integriteit en vertrouwenspersoon seksuele intimidatie;
-
l.
ondernemingsraadslid diegene die zitting heeft in een binnen het ministerie functionerende ondernemingsraad.