Voorwaarden tijdelijke bevoegdheid oalt en taalondersteuning

De staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen,
Overwegende dat het noodzakelijk is voorwaarden en beperkingen te stellen met betrekking tot het verlenen van een tijdelijke bevoegdheid voor het geven van onderwijs in een allochtone levende taal aan leerlingen in het (speciaal) basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs en voor het geven van taalondersteuning aan allochtone leerlingen in het (speciaal) basisonderwijs en speciaal onderwijs.

Besluit

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

OALT:

Het geven van onderwijs in een allochtone levende taal als cultuureducatie aan leerlingen van het (speciaal) basisonderwijs en leerlingen van het (voortgezet) speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 172 van de WPO , artikel 158 van de WEC en artikel 273 van de WVO.

Taalondersteuning:

Het met behulp van een allochtone levende taal verrichten van alle onderwijs-activiteiten die bijdragen aan het aanleren van de Nederlandse taal door allochtone leerlingen en daarmee aan het behalen van de doelstellingen van de kerndoelen van het (speciaal) basisonderwijs i.c. invulling geven aan de inhoud van het speciaal onderwijs.

Artikel

2

Voorwaarden

Artikel

3

Nederlandse taal

Een voldoende beheersing van de Nederlandse taal wordt aangetoond door één van de volgende diploma’s of bewijsstukken te overleggen:

  • 1.

    een diploma van het staatsexamen Nederlands als Tweede taal volgens programma II, of

  • 2.

    een verklaring van het Instituut voor Toetsontwikkeling dat de toets Nederlands als Tweede taal voor oalt-leraren met goed gevolg is afgelegd, of

  • 3.

    een verklaring van het Instituut voor toetsontwikkeling dat een, twee of drie onderdelen van de toets Nederlands als tweede taal voor oalt-leraren met goed gevolg is, onderscheidenlijk zijn afgelegd, alsmede de met de overige onderdelen van die toets overeenkomende certificaten van het staatsexamen Nederlands als tweede taal volgens programma II, of

  • 4.

    een certificaat Nederlands als Vreemde taal (afgegeven door de Nederlandse Taalunie), waarvan de examens op het hoogste niveau zijn afgelegd, of

  • 5.

    een diploma, een certificaat Nederlandse taal- en letterkunde of een certificaat Nederlandse taal van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het hoger algemeen voortgezet onderwijs of een opleiding van het middelbaar beroeps-onderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs, of

  • 6.

    één van de bewijzen van bekwaamheid, genoemd in artikel 186, eerste lid van de WPO, respectievelijk in artikel 171, eerste lid van de WEC en artikel 286, tweede lid van de WVO, dan wel een bevoegdheid op grond van artikel 186, tweede lid eerste volzin, van de WPO respectievelijk in artikel 171, tweede lid eerste volzin van de WEC en artikel 286 eerste lid eerste volzin van de WVO, of

  • 7.

    een diploma behaald in het Nederlandstalige onderwijs in België, dat vergelijkbaar is met een van de in onderdeel 5 of 6 genoemde diploma’s, of

  • 8.

    een getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de vierjarige deeltijdse studierichting leraar voortgezet onderwijs in de tweede graad in Arabisch, of

  • 9.

    een getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de vierjarige deeltijdse studierichting leraar voortgezet onderwijs in de tweede graad in Turks, of

  • 10.

    een in Nederland behaald getuigschrift van hoger (beroeps)onderwijs, waarvan vaststaat dat de opleiding in de Nederlandse taal is verzorgd.

Artikel

4

Toelating cursus

Tot een van de verkorte hbo-opleidingen leraar oalt worden toegelaten zij die:

  • in het bezit zijn van een door de minister verleende tijdelijke bevoegdheid tot het geven van oalt en taalondersteuning, en

  • werkzaam zijn als leraar en belast zijn met het geven van oalt en/of het geven van taalondersteuning.

Artikel

5

De proeflessen

Ten aanzien van de proeflessen, bedoeld in artikel 2, eerste lid wordt de volgende procedure gevolgd:

  • a.

    betrokkene geeft, onder verantwoordelijkheid van een bevoegde leraar primair onderwijs, in overleg met de inspectie primair onderwijs, een aantal proeflessen in een allochtone levende taal én taalondersteuning;

  • b.

    de inspectie primair onderwijs beoordeelt de pedagogisch-didactische kwaliteiten van betrokkene en brengt hierover advies uit aan de minister.

Artikel

6

Indiening verzoek

Een verzoek om toekenning van een tijdelijke bevoegdheid tot het geven van onderwijs in een allochtone levende taal en taalondersteuning wordt ingediend bij de:

  • Informatie Beheer Groep, afdeling Diplomawaardering Postbus 301579700 LJ GRONINGEN.

Artikel

7

Intrekking regeling

De regeling ”Voorwaarden tijdelijke bevoegdheid onderwijs in allochtone levende talen (oalt)”, kenmerk PO/PJ- 98/10625, van 12 mei 1998, gepubliceerd in Uitleg OCenW-

Regelingen, nummer 12c van 20 mei 1998, wordt ingetrokken.

Artikel

8

Bekendmaking

De regeling zal in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst.

Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel

9

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2002.

Artikel

10

Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als ”Voorwaarden tijdelijke bevoegdheid oalt en taalondersteuning”.

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen,drs. K.Y.I.J.Adelmund