Een voldoende beheersing van de Nederlandse taal wordt aangetoond door één van de volgende diploma’s of bewijsstukken te overleggen:
-
1.
een diploma van het staatsexamen Nederlands als Tweede taal volgens programma II, of
-
2.
een verklaring van het Instituut voor Toetsontwikkeling dat de toets Nederlands als Tweede taal voor oalt-leraren met goed gevolg is afgelegd, of
-
3.
een verklaring van het Instituut voor toetsontwikkeling dat een, twee of drie onderdelen van de toets Nederlands als tweede taal voor oalt-leraren met goed gevolg is, onderscheidenlijk zijn afgelegd, alsmede de met de overige onderdelen van die toets overeenkomende certificaten van het staatsexamen Nederlands als tweede taal volgens programma II, of
-
4.
een certificaat Nederlands als Vreemde taal (afgegeven door de Nederlandse Taalunie), waarvan de examens op het hoogste niveau zijn afgelegd, of
-
5.
een diploma, een certificaat Nederlandse taal- en letterkunde of een certificaat Nederlandse taal van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het hoger algemeen voortgezet onderwijs of een opleiding van het middelbaar beroeps-onderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs, of
-
6.
één van de bewijzen van bekwaamheid, genoemd in artikel 186, eerste lid van de WPO, respectievelijk in artikel 171, eerste lid van de WEC en artikel 286, tweede lid van de WVO, dan wel een bevoegdheid op grond van artikel 186, tweede lid eerste volzin, van de WPO respectievelijk in artikel 171, tweede lid eerste volzin van de WEC en artikel 286 eerste lid eerste volzin van de WVO, of
-
7.
een diploma behaald in het Nederlandstalige onderwijs in België, dat vergelijkbaar is met een van de in onderdeel 5 of 6 genoemde diploma’s, of
-
8.
een getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de vierjarige deeltijdse studierichting leraar voortgezet onderwijs in de tweede graad in Arabisch, of
-
9.
een getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd afsluitend examen in de vierjarige deeltijdse studierichting leraar voortgezet onderwijs in de tweede graad in Turks, of
-
10.
een in Nederland behaald getuigschrift van hoger (beroeps)onderwijs, waarvan vaststaat dat de opleiding in de Nederlandse taal is verzorgd.