Regeling uitbetaling pensioenen en uitkeringen aan Gouverneurs Nederlandse Antillen en Aruba

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
Minister:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

b.
Kabinet:

het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk het Kabinet van de Gouverneur van Aruba;

d.
belanghebbende:

een ingevolge de rijkswet tot een pensioen of uitkering gerechtigde;

e.
pensioen:

elk pensioen dat is toegekend krachtens de rijkswet, tenzij uit de desbetreffende bepalingen het tegendeel blijkt, daaronder mede begrepen een voorschot op dit pensioen ingevolge artikel 31, derde lid, van de rijkswet;

f.
uitkering:

de uitkering, bedoeld in de artikelen 5 en 6 van de rijkswet, daaronder mede begrepen een voorschot op deze uitkering ingevolge artikel 31, derde lid, van de rijkswet;

g.
bankrekening:

een rekening-courant bij een in de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk in Aruba, gevestigde bankinstelling.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De regeling van de Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van 22 februari 1990, nr. 25415, tot uitvoering van artikel 33, tweede lid, van de rijkswet wordt ingetrokken. De daarin neergelegde procedures blijven van toepassing op de voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling reeds ingegane pensioenen en uitkeringen op grond van de rijkswet.

Artikel

6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in het Afkondigingsblad van Aruba worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.G. deVries