Regeling Cultuur en School voor de Bve-sector 2002 - 2003

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Besluit

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
minister:

de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

c.
onderwijsinstelling:

een regionaal opleidingencentrum of regionaal opleidingcentrum in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.3.1 van de wet, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 van de wet, of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet;

d.
cultuurinstelling:

een rechtspersoon die culturele activiteiten ontplooit;

e.
een project:

een samenhangend geheel van werkzaamheden van een onderwijsinstelling samen met een cultuurinstelling gericht op de doelstelling, genoemd in artikel 2;

f.
aanvrager:

het bevoegde gezag van een onderwijsinstelling;

g.
medefinanciering:

dat gedeelte van de kosten van het project dat niet op grond van deze regeling dan wel op een andere wijze van rijkswege gefinancierd wordt;

h.
Cultuurnetwerk Nederland:

de Stichting Cultuurnetwerk Nederland, gevestigd te Utrecht, waar de uitvoering van de regeling is ondergebracht.

Artikel

2

Doelstelling van de regeling en de projecten

Het doel van de regeling is om door middel van culturele projecten waarin cultuur- en onderwijsinstellingen duurzaam participeren, te bevorderen dat:

  • a.

    de aandacht voor cultuur in de beroepsopleidingen wordt vergroot en

  • b.

    de deelnemers meer dan voorheen in aanraking komen met cultuur ter versterking van de gezamenlijke bindingskracht van de individuele culturele waarden en normen.

Artikel

3

Beschikbare budget voor de aanvullende bekostiging

Voor verstrekking van aanvullende bekostiging op grond van deze regeling is maximaal € 600.000,- beschikbaar.

Artikel

4

Aanvraag voor aanvullende bekostiging

Artikel

5

Eisen aan het project

Een project voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:

  • a.

    het project is gericht op de doelstelling, genoemd in artikel 2;

  • b.

    door de aanvrager is medefinanciering gegarandeerd tot een bedrag dat tenminste gelijk is aan het bedrag van de aangevraagde aanvullende bekostiging;

  • c.

    het project wordt uitgevoerd door een onderwijsinstelling samen met een cultuurinstelling die over de vereiste deskundigheid beschikt om het project succesvol te kunnen uitvoeren, waarbij in voldoende mate de betrokkenheid van deelnemers, docenten en het management van de beide instellingen verzekerd is;

  • d.

    de aanvrager, in samenwerking met Cultuurnetwerk Nederland, draagt zorg voor de publieke beschikbaarheid en verspreiding van de opbrengst van het project, waaronder in ieder geval de verspreiding van de projectopbrengsten via Kennisnet;

  • e.

    de projectuitvoering is uiterlijk per 1 december 2003 voltooid.

Artikel

6

Adviescommissie

Artikel

7

Taken adviescommissie

Artikel

8

Besluit minister

Artikel

9

Verstrekking aanvullende bekostiging

De aanvullende bekostiging wordt eenmalig in oktober 2002 verstrekt.

Artikel

10

Verantwoording aanvullende bekostiging

Artikel

11

Terugvordering aanvullende bekostiging

De aanvullende bekostiging kan worden geweigerd of geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van een aanvrager, indien:

  • a.

    de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt;

  • b.

    het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd;

  • c.

    de ontvanger meer dan de helft van de totale project-kosten als aanvullende bekostiging heeft ontvangen;

  • d.

    de ontvanger van de aanvullende bekostiging heeft gehandeld in strijd met de aan de aanvullende bekostiging verbonden verplichtingen;

  • e.

    de ontvanger van de aanvullende bekostiging kennelijk in strijd met het doel van de aanvullende bekostiging heeft gehandeld, of,

  • f.

    de verstrekking van de aanvullende bekostiging onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.

Artikel

12

Bewaarplicht

De aanvrager bewaart de boeken en bescheiden en informatie op andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van deze regeling, gedurende tenminste vijf jaar na datum waarop de toewijzing heeft plaatsgevonden.

Artikel

13

Publicatie

Deze regeling wordt met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen geplaatst. Van deze plaatsing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel

14

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling is geplaatst.

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Cultuur en School voor de Bve-sector 2002 - 2003.

De Minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, drs. L.M.L.H.A.Hermans