Artikel
1
Het Rijk neemt deel aan de gemeenschappelijke regeling waarbij een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd Letterhoeke, wordt ingesteld en die als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Besluit:
Het Rijk neemt deel aan de gemeenschappelijke regeling waarbij een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd Letterhoeke, wordt ingesteld en die als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
De uit de gemeenschappelijke regeling voortvloeiende structurele kosten worden onder aftrek van inkomsten door de minister en het bestuur van de provincie gedragen volgens de verdeling rijk: € 1.567.550,-, en de provincie Friesland € 2.525.628,-. Hierin is de structurele bijdrage van beide partners aan de stichting FLMD opgenomen.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
Provinciale staten en het college van gedeputeerde staten van Fryslân,
Het bestuur van de Stichting Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum;
Gelet op artikelen 96 en 97 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
Gelet op het koninklijk besluit van 22 juli 2002, nr. 02.003371;
Besluiten:
tot het treffen van de navolgende gemeenschappelijke regeling, ter instelling van een openbaar lichaam dat de collecties en archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Fryslân, de Provinciale en Buma Bibliotheek te Leeuwarden en het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum te Leeuwarden beheert.
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
de provincie Fryslân;
de stichting Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum;
archiefbescheiden als bedoeld in artikel 1 onderdeel c van de Archiefwet 1995;
de verzameling boeken en overige schriftelijke- en elektronische bescheiden in de meest ruime zin des woords, in eigendom of beheer bij de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Fryslan, de Provinciale en Buma Bibliotheek te Leeuwarden en het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum te Leeuwarden, niet zijnde archiefbescheiden.
Letterhoeke is ingesteld met het doel de belangen van de minister, het provinciaal bestuur en het bestuur van de stichting bij alle aangelegenheden betreffende de collecties en archiefbescheiden, die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Fryslân, de Provinciale Bibliotheek te Leeuwarden en het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum te Leeuwarden, in gezamenlijkheid te behartigen. Letterhoeke stelt zich tevens ten doel het in de collecties en archieven ondergebrachte cultureel erfgoed op actieve wijze toegankelijk te maken en te houden voor en onder de aandacht te brengen van een breed publiek. Letterhoeke bevordert daarenboven de Friese literatuur en de verbreding daarvan door het literaire klimaat in Fryslân te verbreden in de meest brede zin.
Aan Letterhoeke worden de navolgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden opgedragen:
de beheerstaken, te onderscheiden in het behouden, bewerken en benutten van de collecties en archiefbescheiden die berusten bij de in het tweede lid genoemde instellingen;
het adviseren en het doen van voorstellen aan de minister over de taken en bevoegdheden, die door de minister worden uitgevoerd ingevolge de artikelen 5, 6, 7, 8, 12, 13 en 15 eerste en tweede lid van de Archiefwet 1995;
het verrichten van door de minister, respectievelijk provinciale of gedeputeerde staten opgedragen andere taken die verband houden met de behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede lid;
de taken en bevoegdheden bedoeld in de artikelen 15 derde lid, 16 tweede lid, 17, 18, 20 en 26, tweede lid, van de Archiefwet 1995.
Letterhoeke brengt de kosten, bedoeld in de artikelen 14 en 18 zesde lid van de Archiefwet 1995 in rekening volgens de regels die de minister ingevolge artikel 19 van de Archiefwet 1995 daaromtrent vaststelt.
Provinciale staten wijzen uit hun midden, de voorzitter van die staten inbegrepen, drie leden en drie plaatsvervangend leden aan, onder wie het lid van het college van gedeputeerde staten, dat is belast met de portefeuille culturele zaken.
Het lidmaatschap van de leden, aangewezen overeenkomstig het derde lid, eindigt op het moment waarop de zittingsperiode van provinciale staten afloopt. Het lidmaatschap eindigt voorts van rechtswege indien men ophoudt lid of voorzitter van provinciale staten te zijn.
Het lidmaatschap van de leden, aangewezen overeenkomstig het tweede en vierde lid, eindigt op het moment waarop de zittingsperiode van provinciale staten afloopt.
De minister, de provincie of de stichting kunnen het lidmaatschap van een door hen aangewezen lid voorts beëindigen, indien dat niet meer hun vertrouwen geniet.
Een persoon van wie het lidmaatschap is geëindigd ingevolge het vijfde of zesde lid kan opnieuw worden aangewezen.
De minister en het bestuur van de stichting beslissen zo spoedig mogelijk over een aanwijzing als bedoeld in het tweede respectievelijk vierde lid.
Provinciale staten beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing bedoeld in het derde lid.
Aan het algemeen bestuur behoren ter uitvoering van de Letterhoeke toegekende taken alle bevoegdheden die niet aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen.
Aan het algemeen bestuur wordt de bevoegdheid van de minister toegekend om de rijksarchivaris in de provincie Fryslân, bedoeld in artikel 26 tweede lid van de Archiefwet 1995, te benoemen, te schorsen en te ontslaan.
Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts zo vaak als de voorzitter of een of meer leden van het algemeen bestuur dit nodig oordelen.
Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van het algemeen bestuur en uit twee andere leden.
De voorzitter wordt door het algemeen bestuur voor een daardoor vast te stellen periode aangewezen, uit vertegenwoordigers van de minister of de provincie.
De twee andere leden, niet zijnde de voorzitter, worden door en uit het algemeen bestuur aangewezen, zodanig dat de minister, de provincie en de stichting ieder met een lid, inclusief de voorzitter, in het dagelijks bestuur zijn vertegenwoordigd.
De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in de nieuwe samenstelling.
Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks voor haar vergaderingen een vergaderrooster vast. Het rooster wordt ter kennisname aan het algemeen bestuur, de minister, gedeputeerde staten en het bestuur van de stichting gebracht.
Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met:
de zorg voor de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen werkzaamheden, taken en bevoegdheden, zoals genoemd in artikel 2, voorzover die niet zijn opgedragen aan het algemeen bestuur of de voorzitter;
het voorbereiden, voor zover dit niet aan anderen is opgedragen van al hetgeen in het algemeen bestuur ter overweging moet worden gebracht;
het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur, voor zover dit niet aan anderen is opgedragen;
het beheer van de activa en passiva van Letterhoeke;
de zorg, voor zover deze van het dagelijks bestuur afhangt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van Letterhoeke;
het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring van recht en bezit.
de benoeming, de schorsing en het ontslag, dan wel indienstneming op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht van het personeel.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan. Het dagelijks bestuur kan hem toestaan de ondertekening van bepaalde stukken aan de secretaris op te dragen.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter worden bij de uitoefening van hun taak terzijde gestaan door een secretaris. Hij is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig en heeft daarin een adviserende stem.
Letterhoeke verstrekt desgevraagd aan de minister, provinciale staten, gedeputeerde staten en de stichting, uiterlijk binnen 45 dagen, alle verlangde inlichtingen. De minister, gedeputeerde staten en het bestuur van de stichting kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voorzover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
Letterhoeke stelt de minister te allen tijde in de gelegenheid toezicht te houden op het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 ten aanzien van de archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie.
Een lid van het algemeen bestuur, door provinciale staten aangewezen, verstrekt zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer leden van de staten gevraagde inlichtingen.
Een lid van het algemeen bestuur, door de minister aangewezen, verstrekt zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door de minister gevraagde inlichtingen.
Het dagelijks bestuur of een of meer leden daarvan verstrekt aan het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen in een vergadering van dat bestuur of schriftelijk de door een of meer leden van het algemeen bestuur gevraagde inlichtingen.
Het algemeen bestuur kan besluiten dat de leden van het algemeen of dagelijks bestuur een tegemoetkoming in de kosten en, voor zover zij niet de functie vervullen van gedeputeerde, commissaris van de Koningin, of als ambtenaar in rijks- of provinciale dienst werkzaam zijn, een vergoeding voor hun werkzaamheden voor Letterhoeke ontvangen.
Het dagelijks bestuur stelt eenmaal per vier jaar een ontwerpbeleidsplan, een ontwerp- activiteitenplan en een meerjarenbegroting op voor een aaneengesloten periode van vier jaren. In het beleidsplan respectievelijk activiteitenplan worden in elk geval opgenomen de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en gewenste resultaten, waarbij wordt aangegeven welke belangen het openbaar lichaam met de activiteiten nastreeft, op welke wijze de activiteiten zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn bestemd.
De periode van vier jaren als bedoeld in het eerste lid valt samen met de periode van een cultuurnota als bedoeld in artikel 3 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid.
Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbeleidsplan, het ontwerp-activiteitenplan en de meerjarenbegroting, 13 maanden voorafgaand aan de periode waarop beleidsplan, activiteitenplan en meerjarenbegroting betrekking hebben, aan het algemeen bestuur, de minister, provinciale staten en het bestuur van de stichting.
Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks voor 1 april een ontwerpbegroting met toelichting op voor het volgende kalenderjaar met inachtneming van het archiefbeleid, bedoeld in artikel 2, vierde lid, de algemene aanwijzingen, bedoeld in artikel 2, vijfde lid en met inachtneming van de afspraken, bedoeld in artikel 19, vierde lid.
In de toelichting worden de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. De toelichting verwijst daarbij naar en sluit aan bij de afspraken bedoeld in artikel 19, vierde lid, alsmede de andere in het meerjarig beleidsplan en het meerjarig activiteitenplan beschreven activiteiten, wijze van uitvoering en doelgroepen.
De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van de activiteiten van dat jaar. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting.
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en -toelichting zes weken, voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, aan de minister en aan provinciale staten.
De ontwerpbegroting met toelichting worden door de zorg van de minister en gedeputeerde staten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de ter inzage legging en de verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving.
De minister en provinciale staten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting en toelichting kenbaar maken. Het dagelijks bestuur verwerkt deze zienswijze in de ontwerpbegroting en -toelichting, dan wel voegt de commentaren waarin de zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting en -toelichting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
Het algemeen bestuur stelt de begroting met toelichting vast voor 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting dient.
Met betrekking tot het wijzigen van de begroting is artikel 20 zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking te stellen middelen worden verschaft door de minister en de provincie, door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen op basis van een goedgekeurde begroting. Bij de aanvang van de regeling zijn de bijdragen zoals gespecificeerd in de bijlage*. Minister en provincie kunnen gezamenlijk de te verstrekken bijdragen wijzigen in relatie tot de taken van Letterhoeke.
Voor zover er een bijdrage wordt verstrekt ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt zij verstrekt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
De minister en de provincie voldoen de verschuldigde bijdrage bij wijze van voorschot in twaalf gelijke termijnen, telkens op de eerste dag van de maand van het betreffende begrotingsjaar.
De in het eerste lid bedoelde bijdragen zijn gebaseerd op het loon- en prijspeil per 1 januari 2002. De bijdrage van de minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen en prijzen met een percentage zoals dit door de minister in de loop van het begrotingsjaar wordt vastgesteld. De bijdrage van de provincie wordt jaarlijks aangepast met het door de provincie jaarlijks vastgestelde percentage voor loon- en prijsstijgingen op basis van de september-circulaire van het Provinciefonds.
Indien de investeringen en de daaruit voortvloeiende lasten in werkelijkheid minder bedragen dan in de investerings- en exploitatiebegroting is voorzien, wordt de door de minister en de provincie verschuldigde jaarlijkse bijdrage naar rato verminderd.
Indien het toetreden tot deze regeling van andere bestuursorganen of het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met derden, er toe leidt dat een deel van de lasten voortvloeiende uit de investeringen als bedoeld in de investerings- en exploitatiebegroting, door deze bestuursorganen en/of derden worden gedragen, kunnen de financiële voordelen die daardoor ontstaan op de door de minister en de provincie verschuldigde jaarlijkse bijdrage naar rato in mindering worden gebracht.
Indien de minister of de provincie een bijzondere opdracht verstrekt, als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel c., waarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting wordt daarvoor door de minister of de provincie, in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage, een tevoren overeengekomen vergoeding betaald.
Bij de start van Letterhoeke en voor de uitvoering van deze regeling kunnen door de verschillende partners vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken gemaakt moeten worden.
De huurovereenkomst binnen de staat (Rijksarchiefdienst-Rijksgebouwendienst) zal met ingang van de datum van inwerkingtreding van de regeling worden omgezet in een huurovereenkomst tussen de Rijksgebouwendienst en Letterhoeke. Datzelfde geldt voor de huurovereenkomst tussen de provincie Fryslan (tak van dienst Provinciale Bibliotheek) en de stichting beheer Provinciale Bibliotheek, die wordt omgezet in een huurovereenkomst tussen de stichting beheer Provinciale Bibliotheek en Letterhoeke. Voor zover mogelijk worden de voorwaarden uit de aanvankelijke huurovereenkomsten gerespecteerd en overgenomen in de vervangende huurovereenkomst.
Het dagelijks bestuur legt aan het algemeen bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording af over het gevoerde financieel beheer, onder overlegging van het financieel verslag en het jaarverslag. Zij voegen daarbij een verslag als bedoeld in artikel 217 tweede lid van de Provinciewet.
Het algemeen bestuur brengt jaarlijks aan de minister en provinciale staten voor 1 april een financieel verslag uit over het afgelopen kalenderjaar, dat vergezeld gaat van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat medewerking wordt verleend aan door of namens de accountant van de provincie of de accountant van de minister in te stellen onderzoeken naar de door de accountant, bedoeld in het tweede lid, verrichte (controle)werkzaamheden.
Het algemeen bestuur brengt jaarlijks een verslag uit aan de minister en provinciale staten van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Dit jaarverslag geeft ook inzicht in de bereikte resultaten als bedoeld in artikel 19 vierde lid.
Een batig saldo kan worden bestemd voor vorming van of toevoeging aan de reserve. De hoogte van deze reserve wordt bepaald door het algemeen bestuur, gehoord de minister en gedeputeerde staten. Voor zover een batig saldo niet wordt aangewend voor de reserve wordt het saldo naar rato van de jaarlijkse bijdrage uitgekeerd aan de minister en de provincie.
Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het beheer van vermogenswaarden van Letterhoeke. Deze regels behoeven de goedkeuring van de minister en gedeputeerde staten.
Bij deze regels wordt bepaald welke ambtenaren van Letterhoeke met het doen van ontvangsten en betalingen worden belast.
De minister en gedeputeerde staten kunnen gezamenlijk nadere regels stellen over het financieel en materieel beheer, de inrichting van de begroting, het financieel verslag, het jaarverslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole.
Overeenkomstig door het algemeen bestuur vast te stellen regels, draagt het dagelijks bestuur zorg voor de archiefbescheiden van Letterhoeke.
De archiefbescheiden van Letterhoeke die op grond van de Archiefwet 1995 moeten worden overgebracht, komen te berusten in de door het algemeen bestuur als zodanig aangewezen archiefbewaarplaats in Leeuwarden.
Toetreding tot de regeling kan geschieden na een daartoe strekkend gelijkluidend besluit van de minister, provinciale staten, gedeputeerde staten, het bestuur van de stichting en de toe te treden bestuursorganen of rechtspersonen. Bij dat besluit kunnen voorwaarden worden verbonden aan de toetreding.
Uittreding uit de regeling kan geschieden na een daartoe strekkend besluit van de minister, provinciale staten, gedeputeerde staten of het bestuur van de stichting. De uittreding gaat in op de eerste dag van het kalenderjaar, volgende op dat waarop door de zorg van het dagelijks bestuur de bekendmaking van de uittreding in de Nederlandse Staatscourant is geschied, doch niet eerder dan 12 maanden na het daartoe strekkende besluit.
Deze regeling kan worden gewijzigd bij gelijkluidend besluit van de minister, provinciale staten, gedeputeerde staten en het bestuur van de stichting.
Deze regeling kan worden opgeheven bij gelijkluidend besluit van de minister, provinciale staten, gedeputeerde staten en het bestuur van de stichting. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de opheffing en de liquidatie. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de provincie en de minister om alle rechten en plichten van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand, volgend op die waarop de regeling is ingeschreven overeenkomstig artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Letterhoeke.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.