Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Minister van Verkeer en Waterstaat;
Stichting Nederlands TelewerkForum;
periode van 1 januari tot en met 31 december.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
Minister van Verkeer en Waterstaat;
Stichting Nederlands TelewerkForum;
periode van 1 januari tot en met 31 december.
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan de stichting voor de boekjaren 2002 tot en met 2005, ten behoeve van het uitvoeren van de activiteiten gericht het bevorderen van het telewerken en het daarmee verminderen van de omvang van het woon-werkverkeer.
Geen subsidie wordt verstrekt voorzover voor een activiteit reeds een subsidie is verstrekt door een ander bestuursorgaan.
Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de in het eerste lid bedoelde subsidie.
Het subsidiebedrag bedraagt per boekjaar ten hoogste € 45.379,- inclusief omzetbelasting.
De subsidieaanvraag wordt uiterlijk zes weken na de bekendmaking van deze regeling ingediend bij de minister, per adres de Directie Marktontwikkeling en Decentraal Vervoer van het Directoraat-generaal Personenvervoer.
De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan en een begroting. Tevens gaat de aanvraag vergezeld van overige bescheiden die de minister voor de behandeling van de aanvraag noodzakelijk acht.
Uiterlijk acht weken voor de aanvang van de boekjaren 2003 tot en met 2005 zendt de stichting de op het betrokken boekjaar betrekking hebbende activiteitenplan en begroting aan de minister.
Het activiteitenplan behelst een overzicht van activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en een vermelding per activiteit van de daarvoor benodigde personele en materiële middelen.
De minister geeft op de in artikel 4 en 5 bedoelde aanvragen een beschikking binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvragen.
De subsidieverlening kan worden geweigerd indien:
de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de stichting niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de stichting niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voorzover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
de stichting in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
de stichting ontbonden wordt, failliet is verklaard of aan de stichting surseance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
De stichting is verplicht wijzigingen van 10% per begrotingspost ten opzichte van de op grond van artikel 4 ingediende gegevens en bescheiden te onderwerpen aan de instemming van de minister.
De stichting voert een zodanige administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan. De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende tien jaren bewaard.
De stichting doet onverwijld nadat een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan of faillietverklaring van hem bij de rechtbank is ingediend, daarvan mededeling aan de minister.
De minister kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:
het geven van bekendheid aan de activiteiten van de stichting, alsmede de resultaten ervan;
het zonder vergoeding aan de minister of een door de minister aangewezen derde verstrekken van door de minister benodigde, op activiteiten van de stichting gerichte informatie.
De stichting brengt uiterlijk 1 augustus van elk boekjaar aan de minister verslag uit omtrent de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, met inbegrip van een vergelijking van de uitvoering van het gestelde in het ingevolge artikel 4, tweede en derde lid, ingediende activiteitenplan en de begroting.
De stichting verschaft de minister op diens verzoek te allen tijde inlichtingen omtrent de voortgang en de resultaten van die activiteiten.
De stichting dient zijn aanvraag tot subsidievaststelling in bij de minister, per adres de Directie Marktontwikkeling en Decentraal Vervoer van het Directoraat-generaal Personenvervoer, binnen zeven maanden na afloop van elk boekjaar waarvoor subsidie is verleend.
De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag ingevolge artikel 13.
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling Stichting Nederlands TelewerkForum.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.