Regeling voortzetting experimenten individuele leerrekening

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Handelende in overeenstemming met de minister van sociale zaken en werkgelegenheid,

Besluit

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
minister:

de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

b.
subsidieontvanger:

de rechtspersoon die in 2001 projectsubsidie heeft ontvangen op grond van de Regeling experimenten individuele leerrekening;

c.
CINOP:

het Centrum voor innovatie van opleidingen te ’s- Hertogenbosch;

d.
individuele leerrekening:

een spaarrekening voor werkenden en werkzoekenden, die uitsluitend ingezet kan worden voor scholing;

e.
werkzoekende:

een persoon die als werkloze werkzoekende staat ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en door die organisatie op grond van de administratieve indeling, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van voornoemde wet is ingedeeld in fase 1, 2 of 3 als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen a, b en c, van de Regeling SUWI, alsmede een persoon die arbeid verricht als bedoeld in artikel 4 van de Wet inschakeling werkzoekenden, de artikelen 2 en 7 van de Wet sociale werkvoorziening of artikel 6 van het Besluit in- en doorstroombanen.

Artikel

2

Doelstelling van de regeling

Artikel

3

Subsidieplafond

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is een bedrag van maximaal € 1.032.000,- beschikbaar.

Artikel

4

Subsidieaanvraag

Artikel

5

Voorwaarden voor het project

Het project voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    het project is gericht op de doelstelling, bedoeld in artikel 2;

  • b.

    de aanvrager beschikt over de vereiste capaciteit om het project succesvol te kunnen uitvoeren;

  • c.

    de aanvrager werkt bij de uitvoering van het project zoveel mogelijk samen met andere partijen die in de regio of branche relevant zijn op het gebied van scholing en arbeid en streeft cofinanciering na;

  • d.

    wat betreft werkzoekenden worden in voorkomend geval de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, Burgemeester en Wethouders van de betrokken gemeente en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, zoals genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, betrokken;

  • e.

    de subsidieaanvrager opent minimaal 115 en maximaal 175 leerrekeningen voor werkenden en werkzoekenden;

  • f.

    indien meer dan 115 leerrekeningen worden geopend, is in elk geval het aantal leerrekeningen dat meer is dan 115 bestemd voor werkzoekenden;

  • g.

    de leerrekeningen voor werkenden worden geopend in nieuwe branches of sectoren of, indien het een opleidingsfonds betreft, in nieuwe bedrijven;

  • h.

    per individuele leerrekening wordt een bedrag van € 450,- ingezet, aangevuld met bijdragen van deelnemers en derden;

  • i.

    de leerrekening dient aangewend te worden voor individuele scholing;

  • j.

    het project start uiterlijk 1 september 2002 en is uiterlijk 31 december 2003 afgerond.

Artikel

6

Subsidiebedrag per subsidieontvanger

Artikel

7

Advies voorafgaand aan subsidieverlening

Artikel

8

Informatieplicht

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

Artikel

9

Tussentijdse rapportage

De subsidieontvanger legt voor 1 april 2003 een tussentijdse rapportage over, waarin de stand van zaken van het project wordt uiteengezet.

Artikel

10

Aanvraag tot subsidievaststelling

De aanvraag tot subsidievaststelling wordt binnen dertien weken na afloop van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend ingediend bij de minister. De aanvraag gaat vergezeld van een financieel verslag en een verslag van activiteiten.

Artikel

11

Financieel verslag en accountantsverklaring

1. Het financieel verslag wordt opgesteld met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld formulier en gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

`2.

De verklaring van de accountant bevat tevens een oordeel over de naleving van de subsidievoorwaarden door de subsidieontvanger.

Artikel

12

Verslag van activiteiten

Artikel

13

Voorschotten

De minister verleent de subsidieontvanger een voorschot van 100% van het subsidiebedrag uiterlijk in de maand oktober 2002.

Artikel

14

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling wordt geplaatst.

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voortzetting experimenten individuele leerrekening.

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,drs. L.M.L.M.A.Hermans