Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken houdende beperkende maatregelen tegen personen en entiteiten die banden hebben met Osama bin Laden, Al-Qa'ida en de Taliban

Sanctieregeling Osama bin Laden, Al-Qa'ida en Taliban 2002

De Minister van Buitenlandse Zaken, in overeenstemming met de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt van de Raad van de Europese Unie van 27 mei 2002 nr. 2002/402/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Osama bin Laden, de leden van de Al-Qa'ida-organisatie, de Taliban en andere daarmee verbonden personen, groepen, ondernemingen en entiteiten, en tot intrekking van de Gemeenschappelijke Standpunten 96/746/GBVB, 1999/727/GBVB, 2001/154/GBVB en 2001/771/GBVB (Pb EG L 139);
Gelet op Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van de Europese Unie van 27 mei 2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al-Qa'ida-netwerk en de Taliban, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 467/2001 van de Raad tot instelling van een verbod op de uitvoer van bepaalde goederen en diensten naar Afghanistan, tot versterking van het verbod op vluchten en verlenging van de bevriezing van tegoeden en andere financiële middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan (Pb EG L 139);
Gelet op artikel 2, tweede lid, en artikel 3 van de Sanctiewet 1977;

Besluit:

Artikel

1

Artikel

3

De Sanctieregeling Taliban van Afghanistan 2001 wordt ingetrokken.

Artikel

4

Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Osama bin Laden, Al-Qa'ida en Taliban 2002.

Artikel

5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Buitenlandse Zaken, J.J. vanAartsen