Verordening zelfcontrole varkens op het verbod gebruik van bepaalde stoffen 2002

Het Bestuur van het Productschap Vee en Vlees heeft,
gelet op Richtlijn 96/23/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG, op artikel 2, tweede lid, van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten, alsmede gelet op artikel 100 derde lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie,

op 10 juli 2002 vastgesteld de navolgende

VERORDENING

Artikel

1

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan onder:

1.

Productschap

:

het Productschap Vee en Vlees;

2.

voorzitter

:

voorzitter van het Productschap;

3.

bestuur

:

bestuur van het Productschap;

4.

richtlijn

:

Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen nummer 96/23/EG van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664 (PbEG L 25);

5.

regeling

:

Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten;

6.

niet-toegestane stoffen

:

de stoffen, genoemd in bijlage I bij deze verordening;

7.

wachttermijn

:

de termijn die na laatste toediening van een diergeneesmiddel ingevolge het bepaalde bij of krachtens de Diergeneesmiddelenwet en de Vleeskeuringswet in acht moet worden genomen voordat het dier mag worden geslacht of producten van het dier voor consumptie mogen worden bestemd;

8.

varken

:

landbouwhuisdier behorende tot de familie der Suidae;

9.

bedrijf

:

bedrijf als bedoeld in artikel 1, onderdeel r., aanhef en tweede gedachtestreepje, van de Regeling identificatie en registratie van dieren 2002;

10.

afdeling

:

groep varkens die op een bedrijf ruimtelijk gescheiden gehouden wordt van andere (groepen) varkens;

11.

be- of verwerker

:

ondernemer die zich toelegt op het slachten van varkens of de be- of verwerking van varkensvlees;

12.

producten

:

vlees en vleesproducten, afkomstig van varkens;

13.

certificeren

:

het toelaten van een bedrijf of be- of verwerker tot deelname aan een in het kader van deze verordening erkend certificeringssysteem dat ten aanzien van varkens en producten is gericht op de controle op de afwezigheid van niet-toegestane stoffen of omzettingsproducten daarvan;

14.

gecertificeerd bedrijf of gecertificeerde be- of verwerker

:

bedrijf of be- of verwerker dat/die is toegelaten tot en deelneemt aan een in het kader van deze verordening erkend certificeringssysteem dat ten aanzien van varkens en producten is gericht op de controle op de afwezigheid van niet-toegestane stoffen of omzettingsproducten daarvan;

15.

in de handel brengen

:

voorhanden of in voorraad hebben, ge- en verbruiken, vervoeren, aanvoeren, ontvangen, afleveren, te koop aanbieden, kopen of vervreemden;

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De voorzitter kan van de verplichtingen, bedoeld in artikel 2 en van de verboden, bedoeld in artikel 3, in noodgevallen of calamiteiten, op aanvraag ontheffing verlenen en aan een zodanige ontheffing beperkingen en voorschriften verbinden.

Artikel

8

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, is een strafbaar feit.

Artikel

9

Voor het bestuur,
J.J. Ramekers voorzitter
S.B.M. Jongerius secretaris

Goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 26 juni 2003, nr. TRCJZ/2002/8082.

Bijlage

I

behorende bij de Verordening zelfcontrole varkens op het verbod gebruik van bepaalde stoffen 2002

  • A.

    Stoffen met thyreostatische, oestrogene, androgene of gestagene werking of ß-agonisten;

  • B.

    De farmacologisch werkzame substanties waarvoor geen maximumwaarde kan worden vastgesteld, bedoeld in Bijlage IV van Verordening (EEG) nr. 2377/90.

Bijlage

II

behorende bij de Verordening zelfcontrole varkens op het verbod gebruik van bepaalde stoffen 2002

ERKENNINGSCRITERIA VOOR CERTIFICERINGSSYSTEMEN

Een certificeringssysteem dat erkend wil worden in het kader van deze verordening dient te voldoen aan de volgende criteria.

I

Voorschriften met betrekking tot de afwezigheid van niet-toegestane stoffen of omzettingsproducten daarvan.

Het certificeringssysteern schrijft voor dat:

  • 1.

    een ondernemer kan deelnemen aan het certificeringssysteem door middel van het sluiten van een overeenkomst met de beheerder van het certificeringssysteem, waarbij de ondernemer zich er tenminste toe verbindt dat;

    • a.

      hij de aangewezen controle-instantie(s) te allen tijde onverwijld toegang verleent of doet verlenen tot zijn bedrijfsruimten;

    • b.

      hij toestaat dat controleurs van de aangewezen controle-instantie(s) monsters nemen ten behoeve van de controle op de afwezigheid van niet-toegestane stoffen of omzettingsproducten daarvan en alsdan de gevorderde medewerking overeenkomstig de aanwijzingen en onder toezicht van die controleurs onverwijld verleent of doet verlenen;

    • c.

      hij toestaat dat de monsters, bedoeld in onderdeel b., en de resultaten van het onderzoek van de betreffende monsters kunnen worden afgegeven aan de Algemene Inspectiedienst ten behoeve van een strafrechtelijk onderzoek;

  • 2.

    een deelnemer veevoeders koopt en gebruikt waaraan geen niet-toegestane stoffen of omzettingsproducten daarvan zijn toegevoegd, hetgeen aantoonbaar is gemaakt door middel van een garantiesystematiek;

  • 3.

    een deelnemer alleen samenwerkt met een dierenarts die aantoonbaar werkt volgens de aan dierenartsen gestelde wettelijke eisen;

  • 4.

    een deelnemer zich ertoe verbindt, door middel van een daartoe ondertekende verklaring, zich te houden aan de desbetreffende Communautaire en nationale regelgeving en in het bijzonder aan:

    • het bepaalde in de artikelen 5 en 12 van Richtlijn nr. 90/425 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt;

    • de Verordening verbod op het gebruik van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede beta-agonisten 1997, van het Productschap Vee en Vlees;

    • de lijst met farmacologisch werkzame substanties waarvoor geen maximumwaarde kan worden vastgesteld, zoals opgenomen in Bijlage IV van de verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad van 26 juni 1990 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van diergeneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong; en

    • het bepaalde bij of krachtens de Diergeneesmiddelenwet.

II

Voorschriften met betrekking tot de controle.

Het certificeringssysteern hanteert ten minste de volgende controlesystematiek:

  • 1.

    De controle op de afwezigheid van niet-toegestane stoffen of omzettingsproducten daarvan dient plaats te vinden door een onafhankelijke controle-instantie die minimaal in het bezit is van een NEN-EN-45004 accreditatie voor monstername bij varkens of producten ten behoeve van de controle op niet-toegestane stoffen of omzettingsproducten daarvan, of die op een aantoonbaar gelijkwaardig niveau controles uitvoert.

  • 2.

    De controle op de afwezigheid van niet-toegestane stoffen of omzettingsproducten vindt onaangekondigd plaats, met een frequentie op basis van een risico-analyse of op basis van een systematiek afhankelijk van de gemiddelde levensverwachting van de varkens.

  • 3.

    Uitsluitend de monsters die zijn genomen en aangeleverd door de in het eerste lid bedoelde controle- instantie(s) worden geanalyseerd. De analyse van de genomen monsters dient plaatste vinden in een laboratorium dat is erkend bij of krachtens de Diergeneesmiddelenwet.

  • 4.

    De afdelingen waarin bemonstering heeft plaatsgevonden dienen tot de dag na het bekend worden van het resultaat van het onderzoek van de genomen monsters of gedurende drie weken na de dag van bemonstering compleet te blijven en gedurende deze termijn op het bedrijf aanwezig te zijn. De bemonsterde varkens worden door de in het eerste lid bedoelde controle-instantie(s) geïdentificeerd en geregistreerd. De eigenaar of houder van de varkens is verplicht te gedogen dat varkens worden geïdentificeerd en geregistreerd.

III

Voorschriften met betrekking tot de administratie.

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift schrijft het certificeringssysteem voor dat een deelnemer een administratie dient bij te houden waarin tenminste de volgende gegevens zijn opgenomen:

    • a.

      de aankoop en het verbruik van diergeneesmiddelen;

    • b.

      de aankoopfacturen van veevoeder;

    • c.

      de overeenkomst of bevestiging van de erkenning of het certificaat van deelname aan het certificeringssysteem;

    • d.

      een afschrift van de verklaring, bedoeld in onderdeel 1.4;

  • 2.

    Voorts schrijft het certificeringssysteem voor dat de be- of verwerker:

    • a.

      de individuele nummers van de slachtmerken van aanvaarde varkens in zijn administratie opneemt;

    • b.

      voorgeschreven maatregelen dient te nemen opdat de doeleinden, bedoeld in artikel 9, onder A, tweede lid, van Richtlijn 96/23/EG, worden bereikt.

IV

Criteria met betrekking tot sancties.

Het certificeringssysteem dient bij overtreding van de voorschriften van het certificeringssysteem adequate sancties op te leggen.