Herziene beleidsregel ontheffingen vervoer van vuurwerk met zeeschepen

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
gelet op artikel 9, eerste lid van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, in combinatie met artikel 13, eerste lid van de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen;

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Een ontheffing van de maximale hoeveelheden ontplofbare stoffen aan boord van zeeschepen wordt, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het vervoer van vuurwerk van en naar zee, voor vuurwerk uitsluitend verleend indien wordt voldaan aan het bepaalde in deze beleidsregel.

Artikel

4

De belanghebbende richt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 10 werkdagen voor verwachte aankomst van het zeeschip in de haven, een complete aanvraag om een ontheffing aan de Inspectie Verkeer en Waterstaat, Divisie Vervoer, Afdeling Gevaarlijke Stoffen en Advies te 's-Gravenhage. Deze aanvraag bevat ten minste de volgende in het Nederlands of in het Engels gestelde informatie:

  • totale hoeveelheid netto explosieve massa,

  • een correct ingevuld multi-modal dangerous goods form, en

  • de voorgenomen ligplaats en de afstand tot kwetsbare objecten, gerekend vanaf de plaats waar het vuurwerk aan boord van het zeeschip zich bevindt.

Indien de voorgenomen ligplaats gebaseerd is op toepassing van artikel 1, tweede lid, bevat de aanvraag tevens alle informatie, waaronder paklijsten, benodigd voor het toepassen van de standaardclassificatie van vuurwerkartikelen, zoals opgenomen in bijlage 1.

Artikel

5

Bij een verzoek om ontheffing wordt de externe veiligheid beoordeeld op basis van de te vervoeren hoeveelheid netto explosieve massa aan boord van het zeeschip, in combinatie met de afstand van de voorgenomen ligplaats tot kwetsbare objecten.

Artikel

6

Op basis van deze beleidsregel gelden voor de voorgenomen ligplaats ten minste de in onderstaande tabel aangegeven afstanden tot kwetsbare objecten, gebaseerd op de netto explosieve massa aan boord van het zeeschip. Bedoelde afstanden worden gemeten vanaf de plaats bij de voorgenomen ligplaats waar het vuurwerk zich aan boord van het zeeschip bevindt.

Afstand tot kwetsbare objecten in meters

Maximaal toelaatbare hoeveelheid netto explosieve massa in kg

300

3.000

350

4.000

400

6.000

450

9.000

500

12.000

600

20.000

700

32.000

800

52.000

900

75.000

1000

100.000

1500

300.000

Artikel

7

Indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 4 wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Artikel

8

Indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 6 wordt de ontheffing geweigerd.

Artikel

9

De beleidsregel ontheffingen vervoer van vuurwerk met zeeschepen (Stcrt. 2002, 126) wordt ingetrokken.

Artikel

10

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 augustus 2002.

Artikel

11

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: 'Herziene beleidsregel ontheffingen vervoer van vuurwerk met zeeschepen'.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, R.H. deBoer

Bijlage

als bedoeld in artikel 1

Opmerking 1: Percentages in deze tabel hebben, tenzij anders aangegeven, betrekking op de totale massa pyrotechnische mengsels (bij voorbeeld: vuurpijlmotor, voortdrijvende lading, breeklading en effectlading).

Opmerking 2: In deze tabel heeft ‘flitspoeder’ betrekking op pyrotechnische mengsels die een oxiderende stof en een metaalpoeder als brandstof bevatten. Deze mengsels worden gebruikt om een hoorbaar knaleffect te verkrijgen of als breeklading in vuurwerkartikelen.

Opmerking 3: Afmetingen in mm verwijzen:

  • In het geval van bolvormige vuurwerkbommen en gestapelde vuurwerkbommen, naar de diameter van de bol van de bom.

  • In het geval van cilinderbommen naar de lengte van de bom

  • In het geval van vuurwerkbommen in mortier, Romeinse kaarsen, enkelschotsbuizen of mijnen, naar de inwendige diameter van de buis die het vuurwerk bevat of waaruit het vuurwerk bestaat,

  • voor een losse mijn of cilindervormige losse mijn de inwendige diameter van de mortier die bedoeld is de mijn te bevatten.

Opmerking 4: Een aantal synoniemen uit de lijst is weergegeven in gangbare Nederlandstalige synoniemen.

Bijlage

2

Handhaving vuurwerk/ explosieve stoffen aan boord van zeeschepen

In samenhang met het toelatingsbeleid voor transport voor vuurwerk c.q. Explosieve stoffen met zeeschepen is een gestructureerde, transparante en eenduidige wijze van handhaving noodzakelijk.

Voor een zeeschip dat meer dan de in art. 13, eerste lid van de Regeling vervoer van gevaarlijke stoffen met zeeschepen (Rvgz) genoemde hoeveelheden vuurwerk/explosieve stoffen binnen Nederland wil brengen, dient een ontheffing te worden aangevraagd bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW), Divisie Vervoer, Sector Marktordening, afdeling Gevaarlijke Stoffen en Advies (GS&A).

Na beoordeling van de aanvraag kan de IVW tot het volgende besluiten:

  • 1.

    toewijzing ontheffingsaanvraag (positieve beschikking);

  • 2.

    afwijzen ontheffingsaanvraag (negatieve beschikking);

  • 3.

    aanvullende informatie verlangen;

  • 4.

    niet in behandeling nemen van een aanvraag.

Meerdere overtredingssituaties zijn mogelijk. Dit betreft onder meer:

  • A.

    Geen ontheffingsaanvraag ingediend en vervolgens

    • nemen van ligplaats in haven waar dit op grond van de beleidsregel niet zou worden toegestaan en/of

    • binnenvaren van de Nederlandse wateren;

  • B.

    Afwijzende beschikking op ontheffingsaanvraag en vervolgens

    • nemen van ligplaats in haven waar dit op grond van de beleidsregel niet toegestaan zou worden en/of

    • (mogelijk) binnenvaren Nederlandse wateren.

Uitgangspunt bij overtreding is het zo spoedig mogelijk opheffen van de onrechtmatige situatie. Hierbij kunnen de volgende (straf- en of bestuursrechtelijke) maatregelen worden genomen:

  • 1.

    het buiten de Nederlandse wateren houden van het zeeschip;

  • 2.

    het zeeschip in overleg met havenautoriteit en het bevoegd gezag van de milieuvergunning dirigeren naar een ligplaats waar dit op grond van het toelatingsbeleid zou zijn toegestaan;

  • 3.

    als 2 niet mogelijk is dient het schip de Nederlandse wateren te verlaten;

  • 4.

    het opmaken van proces-verbaal.