Besluit van de Minister van Justitie strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren van politie bij het regionale politiekorps Brabant Zuid-Oost

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regiopolitie Brabant Zuid-Oost 2002

De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Algemene Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Defensie, van Financiën, van Economische Zaken, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Verkeer en Waterstaat, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar van politie bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

De ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de Politiewet 1993, van het regionale politiekorps Brabant Zuid-Oost, belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar van politie.

Artikel

3

Artikel

4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 150 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De korpschef van het regionale politiekorps Brabant Zuid-Oost brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de toezichthouder en de Minister van Justitie verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het regionale politiekorps Brabant Zuid-Oost;

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel

8

De op naam gestelde individuele akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden van de bij het regionaal politiekorps Brabant Zuid-Oost in dienst zijnde buitengewoon opsporingsambtenaren, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit.

Artikel

9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na inwerkingtreding.

Artikel

10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regiopolitie Brabant Zuid-Oost 2002.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
de Directeur-generaal Rechtshandhaving, C.W.M. Dessens