Artikel
1
1
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 4, eerste tot en met vierde lid, van verordening (EG) nr. 1334/2000 van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik (PbEG L 159).
2
De Minister van Economische Zaken wordt aangewezen als autoriteit, die bevoegd is om in de gevallen, genoemd in artikel 4, eerste tot en met derde lid, van die verordening, bij beschikking te bepalen dat de uitvoer of wederuitvoer van de daarbij aangewezen goederen verboden is zonder een door hem afgegeven vergunning.
3
Indien de Minister van Economische Zaken bij beschikking, bedoeld in het tweede lid, heeft bepaald dat de uitvoer of wederuitvoer van de daarbij aangewezen goederen zonder vergunning is verboden, dan is de adressaat van de beschikking, zodra voor hem aannemelijk is dat de desbetreffende goederen een andere bestemming zullen verkrijgen dan in de beschikking is vermeld, verplicht onder opgave van redenen van deze gewijzigde bestemming melding te doen aan de Belastingdienst/Douane Centrale dienst in- en uitvoer.