Mandaatbesluit inzake aanwijzing directeur-generaal Belastingdienst om te handelen namens de verantwoordelijke voor de Wet bescherming persoonsgegevens

De minister van Financiën,
Gelet op het bepaalde in artikel 1, letter d, van de Wet bescherming persoonsgegevens van 6 juli 2000, houdende regels inzake de bescherming van persoonsgegevens (Stb. 2000, 302) en de Regeling implementatie Wet bescherming persoonsgegevens Ministerie van Financiën (Besluit van 19 augustus 2002, WJB2002/874M, Stcrt. Nr. 163);

Besluit:

Artikel

1

Aan de directeur-generaal Belastingdienst wordt mandaat verleend om voor de Belastingdienst besluiten te nemen als bedoeld in de artikelen 30, derde lid, 35, 36, 38, tweede lid, 40 en 41 van deze wet.

Artikel

2

De directeur-generaal Belastingdienst kan met betrekking tot het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 1 van dit besluit, ondermandaat verlenen aan de beheerders van de verwerkingen van persoonsgegevens bij de Belastingdienst.

Artikel

3

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2002 onder gelijktijdige intrekking van de beschikking van de Staatssecretaris van Financiën, houdende de aanwijzing van de houder van de persoonsregistraties bij de Belastingdienst (Besluit van 23 juni 1989, nr. AFZ 89/4559.1) en de daarop gebaseerde beschikking van de Directeur-generaal der Belastingen van 23 juni 1989, nr. AFZ 89/4559.2.

De Minister van Financiën,
J.F. Hoogervorst