Verordening instelling van een fonds voor mosselonderzoek

Verordening instelling van een fonds voor mosselonderzoek

Het bestuur van het Productschap Vis heeft,
gelet op de artikelen 93, 95 en 126 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie en de artikelen 5, 6 en 9 van de Instellingsverordening Productschap Vis, op 26 september 2002 de navolgende verordening vastgesteld.

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

De baten van het fonds bestaan uit:

  • a.

    de opbrengst voortkomend uit de inning van (bestemmings-) heffingen, verminderd met eventuele inningskosten;

  • b.

    rente van belegde gelden;

  • c.

    andere baten, met uitzondering van de opbrengst van heffingen wegens het invoeren uit staten die lid zijn van de Europese Unie of partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel

4

De middelen van het fonds zijn bestemd voor uitgaven ten behoeve van onderzoek en ontwikkeling in het belang van de mosselsector.

Artikel

5

Artikel

6

Het fonds kan door het bestuur worden opgeheven in welk geval de voorzitter, namens het bestuur, als liquidateur optreedt en het bestuur aan een eventueel liquidatiesaldo een bestemming geeft ten behoeve van de mosselsector.

Artikel

7

Namens het bestuur van het Productschap,
P.J.H.M. Loonen voorzitter
G.J. van Balsfoort secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 17 juni 2004 en door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij beschikking van 11 juni 2004, nr. TRCJZ/2003/1413.