Verordening van het Hoofdbedrijfschap Ambachten van 2 oktober 2002 houdende regels terzake van de door het hoofdbedrijfschap aan de ondernemers die het bitumineuze dakdekkersbedrijf uitoefenen op te leggen bestemmingsheffing ten behoeve van scholing, opleiding en werkgelegenheid voor het bitumineuze dakbedekkingsbedrijf (Verordening bestemmingsheffing scholing, opleiding en werkgelegenheid bitumineus dakdekkersbedrijf 2003)

Verordening bestemmingsheffing scholing, opleiding en werkgelegenheid bitumineus dakdekkersbedrijf 2003

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;
Gehoord de Vereniging Dakbedekkingsbranche Nederland (VEBIDAK), FNV Bouw en de Hout- en Bouwbond CNV;

Besluit:

§

1

Begripsbepaling en toepassingsgebied

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;

  • b.

    de ondernemer: degene die een onderneming drijft, dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven;

  • c.

    werknemer: degene die op grond van een arbeidsovereenkomst met de ondernemer in de onderneming werkzaam is in een functie die is vermeld in de functielijst die is opgenomen in de bijlage bij deze verordening;

  • d.

    de bruto loonsom: het bruto loon sociale verzekeringen als vermeld op de jaaropgave voor de bedrijfsvereniging;

  • e.

    het hoofdbedrijfschap: het Hoofdbedrijfschap Ambachten.

Artikel

2

Deze verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming drijven waarin het bitumineuze dakdekkersbedrijf wordt uitgeoefend, met uitzondering van:

  • a.

    de ondernemingen waarin in hoofdzaak andere activiteiten worden verricht dan de uitoefening van het bitumineuze dakdekkersbedrijf respectievelijk die uit dien hoofde onder de werkingssfeer van een andere collectieve arbeidsovereenkomst vallen dan de Collectieve arbeidsovereenkomst voor de Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven;

  • b.

    de ondernemingen of gedeelten van ondernemingen waarin tevens bitumineuze dakbedekkingsmaterialen worden vervaardigd voor levering aan derden.

§

2

De heffing

Artikel

3

Artikel

4

In afwijking van artikel 3, tweede lid, wordt voor ondernemers die de bedrijfsuitoefening na 1 januari 2002 hebben aangevangen als grondslag gehanteerd de totale bruto loonsom over de periode van aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 31 december 2003, met een maximum van twaalf maanden vanaf de aanvang van de bedrijfsuitoefening.

§

3

De vaststelling en oplegging van de heffing

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

§

4

De betaling van de heffing

Artikel

9

§

5

Vermindering van heffing

Artikel

10

Artikel

11

Indien er sprake is van zodanige omstandigheden dat betaling van de volledige heffing of betaling van welk bedrag dan ook in redelijkheid niet kan worden verlangd, kan de voorzitter op aanvraag van de ondernemer het heffingsbedrag verminderen.

Artikel

12

Artikel

13

Indien door het verstrekken van onjuiste of onvoldoende gegevens ten onrechte vermindering op grond van artikel 10 en 11 is verleend, trekt de voorzitter zijn beschikking op de aanvraag om vermindering in.

§

6

Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel

14

De bevoegdheid om de heffing bedoeld in artikel 3 op te leggen alsmede de bevoegdheid om de overige krachtens deze verordening te nemen besluiten te nemen, is gedelegeerd aan de voorzitter.

Artikel

15

Artikel

16

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.

Artikel

17

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bestemmingsheffing scholing, opleiding en werkgelegenheid bitumineus dakdekkersbedrijf 2003.

Deze Verordening zal in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie worden geplaatst.

Den Haag
P. Kalle voorzitter
J.W. Nelson secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 21 november 2002 en door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mede namens de Minister van Economische Zaken bij beschikking van 11 december 2002, nr. AV/CAM/2002/94050.

Bijlage

bij de verordening bestemmingsheffing scholing, opleiding en werkgelegenheid bitumineus dakdekkersbedrijf 2003, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c

Functielijst

Groep 1: Aankomend dakdekker

Een werknemer die niet zelfstandig kan werken en onder toezicht van de eerste dakdekker zijn werkzaamheden verricht.

Groep 2: Dakdekker

Een werknemer die eenvoudige werkzaamheden zelfstandig kan verrichten, doch niet de bekwaamheid bezit van de eerste dakdekker.

Groep 3: Eerste dakdekker en chauffeur

  • a.

    Een werknemer die het vak beheerst doch nog niet als voorman geschikt is.

  • b.

    Chauffeur. Een werknemer wiens arbeidstijd als regel in beslag wordt genomen door het vervoer van materialen in opdracht van zijn werkgever. Hij helpt bij het laden en lossen en draagt zorg dat dusdanig geladen wordt, dat verlies dan wel beschadiging van materiaal zoveel mogelijk wordt voorkomen en dat het verkeer niet in gevaar wordt gebracht. Hij controleert of de geladen dan wel geloste goederen in overeenstemming zijn met de hem verstrekte staten en Iaat voor ontvangst tekenen.

Indien gedurende enige tijd geen chauffeurswerkzaamheden voorhanden zijn, kan hij worden verplicht andere hem passende werkzaamheden in de onderneming te verrichten. Deze arbeid zal geen wijziging brengen in de voor hem geldende loonbepalingen.

In bijzondere gevallen dan wel indien vervoer van de werknemers dit noodzakelijk maakt, is hij gehouden langer te werken dan is gesteld in artikel 8 lid 3 ; een en ander in het raam van het Rijtijdenbesluit.

Groep 4: Voorman-dakdekker E

Een werknemer die bij alle voorkomende werkzaamheden bekwaam is leiding te geven aan een ploeg dakdekkers en op elk gebied van het vak allround is.

Groep 5: Voorman-dakdekker A

De voorman-dakdekker B, die als regel leiding geeft aan 5 of meer personen.