Regeling, houdende bepalingen omtrent de bemanning van zeegaande zeilschepen in de commerciële vaart met een lengte van minder dan 40 meter (Regeling bemanning zeegaande zeilschepen)

Regeling bemanning zeegaande zeilschepen

Hoofdstuk

1

Inleidende bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

b.
ervaring:

de diensttijd uitgedrukt in seizoenen, in een bepaalde functie aan boord van in de vaart zijnde zeilschepen;

c.
binnenwateren:

de binnenwateren van het communautaire net, behorende tot zone 2, zoals omschreven in Bijlage I, behorende bij het Binnenschepenbesluit;

d.
seizoen:

een, al dan niet aaneengesloten, periode van 180 kalenderdagen;

e.
vaargebied I:

het gebied dat zich uitstrekt van de monding van de Eems over de Duitse Wadden, begrensd door de laagwaterlijn op het Noordzeestrand van de Duitse Waddeneilanden tot de oostpunt van Spiekeroog, en vervolgens van de lijn van de oostpunt van Spiekeroog - Harleboei - vuurschip Weser - vuurschip Elbe I en de Elbemonding tot Brunsbüttel, begrensd door de rode boeienlijn, tevens omvattend het Noord-Oostzeekanaal, het Kielerfjord, de westelijke Oostzee, Belten en Sont, begrensd door de lijn Grenaa - Kullen in het Noorden en in het Oosten door de lijn Falster Bo - Cap Arkona, inclusief het bodden- en haffengebied ten zuiden van Rügen;

f.
vaargebied II:

een strook kustwater van 25 mijl uit de kust te beginnen dwars van Nieuwpoort tot de monding van de Elbe (Elbe I) en de Eider (Toenning), tevens omvattend het Noord-Oostzeekanaal en de westelijke Oostzee, Belten en Sont en het Kattegat in het Noorden begrensd door de lijn Skagen - Göteborg en in het Oosten door de lijn Simrishamn - oostkust Bornholm -Stettin, met dien verstande dat Bornholm in het Oosten op maximaal 25 mijl gepasseerd mag worden;

g.
vaargebied III:

de gehele Oostzee, de Noordzee, in het Noorden begrensd door de lijn van 63 graden 30 minuten Noorderbreedte (tot maximaal 25 mijl uit de Noorse kust) - 61 graden Noorderbreedte, 1 graad Westerlengte - Strathie Head verbonden met de lijn van Barony Point - Mull - oostkust Colonsay -Islay (Ardmore Point) - Inishowen Head (Noord-Ierland) en vervolgens in het Zuidwesten van Old Head of Kinsale (Zuid-Ierland nabij Cork Harbour) naar 48 graden Noorderbreedte, 6 graden Westerlengte (ca. 25 mijl west van Pointe du Raz) tot de zuidoever van de Gironde (45 graden Noorderbreedte, 2 graden 35 minuten Westerlengte); tot vaargebied III behoort tevens de gehele Middellandse Zee vanaf de Straat van Gibraltar;

h.
vaargebied IIIA:

de zuidelijke Noordzee, in het noorden begrensd door de parallel van 53 graden Noorderbreedte en in het zuiden begrensd door de lijn Calais-Dover, alsmede de wateren tot 30 mijl uit de Europese kusten binnen het vaargebied III;

i.
vaargebied IV:

onbeperkt vaargebied.

Artikel

2

Voor de toepassing van artikel 8, tweede lid, van het Besluit ten aanzien van de zeilvaart in de zin van deze regeling kan worden volstaan met een diensttijd van ten minste één seizoen.

Hoofdstuk

2

Bepalingen inzake kennisbewijzen en ervaring voor de zeilvaart

Artikel

3

Artikel

4

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein kleine schepen met de beperking tot zeilschepen op reizen in de vaargebieden III en IV is ten minste vereist:

  • a.

    het diploma stuurman grote zeilvaart,

  • b.

    het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, en

  • c.

    een diensttijd van drie seizoenen als stuurman aan boord van zeilschepen.

Artikel

5

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein kleine schepen met de beperking tot zeilschepen met een brutotonnage van minder dan 500 op reizen in de vaargebieden III en IV, is ten minste vereist:

  • a.

    het diploma stuurman grote zeilvaart;

  • b.

    het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, en

  • c.

    een diensttijd van twee seizoenen als stuurman aan boord van zeilschepen.

Artikel

6

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein kleine schepen met de beperking tot zeilschepen op reizen in de vaargebieden I, II en IIIA, is ten minste vereist:

  • a.

    het diploma stuurman kleine zeilvaart;

  • b.

    het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie, en

  • c.

    een diensttijd van drie seizoenen aan boord van zeilschepen.

Artikel

7

Artikel

8

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als stuurman kleine schepen met de beperking tot zeilschepen op reizen in de vaargebieden III en IV, is ten minste vereist:

  • a.

    het diploma stuurman grote zeilvaart;

  • b.

    het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,

  • c.

    een diensttijd van een seizoen als gezel aan boord van zeilschepen, en

  • d.

    de leeftijd van 18 jaar.

Artikel

9

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als stuurman kleine schepen met de beperking tot zeilschepen met een brutotonnage van minder dan 500 op reizen in de vaargebieden III en IV, is ten minste vereist:

  • a.

    het diploma stuurman kleine zeilvaart,

  • b.

    het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,

  • c.

    een diensttijd van een seizoen als gezel aan boord van zeilschepen, en

  • d.

    de leeftijd van 18 jaar.

Artikel

10

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als stuurman kleine schepen met de beperking tot zeilschepen op reizen uitsluitend in de vaargebieden I, II en IIIA, is ten minste vereist:

  • a.

    het diploma stuurman kleine zeilvaart,

  • b.

    het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie,

  • c.

    een diensttijd van een seizoen als gezel aan boord van zeilschepen, die op binnenwateren mag zijn behaald, en

  • d.

    de leeftijd van 18 jaar.

Artikel

11

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel met de beperking tot de zeilvaart is ten minste vereist:

  • a.

    een schriftelijke verklaring van de kapitein als bedoeld in artikel 17,

  • b.

    het certificaat basis veiligheidstraining;

  • c.

    een diensttijd van zes maanden aan boord van zeilschepen als aankomend gezel, welke diensttijd op de binnenwateren mag zijn behaald, en

  • d.

    de leeftijd van 16 jaar.

Hoofdstuk

3

Beroepsvereisten

§

1

Erkenning Landelijk Examenbureau voor de Beroepszeilvaart

Artikel

12

§

2

Beroepsvereisten voor de zeilvaart

Artikel

13

Voor de afgifte van het diploma stuurman grote zeilvaart:

  • a.

    voldoet de aanvrager aan de eisen, bedoeld in artikel 15;

  • b.

    voldoet de aanvrager aan voorschrift II/1, paragrafen 2.4 en 2.5, alsmede voorschrift II/2, paragraaf 4.3, van de Bijlage van het STCW-Verdrag; en

  • c.

    heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan sectie A-II/1, de paragrafen 1 tot en met 6, van de STCW-Code, met uitzondering van de functie behandeling en stuwen van lading en sectie A-II/2, de paragrafen 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de functie behandeling en stuwen van lading, en onder toevoeging van de aspecten materialen en tuigage, scheepsvormen, behandeling van zeilschepen en dynamische stabiliteit van zeilschepen.

Artikel

14

Voor de afgifte van het certificaat grote zeilvaart heeft de houder van een diploma of kennisbewijs als bedoeld in artikel 3, eerste lid, met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding in de aspecten scheepsvormen, materialen en tuigage, behandeling van zeilschepen en dynamische stabiliteit van zeilschepen.

Artikel

15

Voor de afgifte van het diploma stuurman kleine zeilvaart

  • a.

    voldoet de aanvrager aan:

    • voorschrift II/3, de paragrafen 4.2.1, 4.4 en 6.3 van de Bijlage van het STCW-Verdrag;

    • voorschrift IV/2, paragraaf 2.2 van de Bijlage van het STCW-Verdrag; en

    • voorschrift VI/1 van de Bijlage van het STCW-Verdrag; en

  • b.

    heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:

    • sectie A-II/3, paragrafen 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van de STCW-Code, waaronder niet is begrepen het voldoen aan de secties A-VI/2 en A-VI/3, en onder toevoeging van de aspecten materialen en tuigage, scheepsvormen en behandeling van zeilschepen, terwijl de functie behandeling en stuwen van lading is uitgezonderd, en

    • sectie A-VI/1, paragraaf 2 van de STCW-Code.

Artikel

16

Voor de afgifte van het certificaat kleine zeilvaart heeft de houder van een diploma of kennisbewijs als bedoeld in artikel 3, tweede lid, met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een door de Minister van Verkeer en Waterstaat erkende opleiding in de aspecten scheepsvormen, materialen en tuigage, en behandeling van zeilschepen.

Artikel

17

Voor de afgifte van een verklaring als gezel, met de beperking tot de zeilvaart, afgegeven door de kapitein van een Nederlands zeilschip, heeft de aanvrager aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-II/4 van de STCW-Code.

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

18

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 februari 2002.

Artikel

19

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bemanning zeegaande zeilschepen.

Deze regeling zal met de toelichting worden geplaatst in de Staatscourant.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,Roelf H. deBoer