Taakverdeling minister/staatssecretaris VWS

Taakverdeling minister/staatssecretaris VWS

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 46, tweede lid, van de Grondwet en artikel 3 van de Wet van 25 januari 1951 (Stb. 24), houdende nadere voorzieningen in verband met de invoering van de ambten van minister zonder portefeuille en van de staatssecretaris;

Besluit:

Mede gelet op het Koninklijke besluit van 16 oktober 2002, nr. 02M441586,

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevrouw drs. C. Ross-van Dorp, is, binnen de grenzen van het door de minister vastgestelde beleid, meer in het bijzonder belast met de behandeling van de aangelegenheden betreffende:

  • 1.

    Het gehandicaptenbeleid;

  • 2.

    Het beleid ten aanzien van de voorzieningen op het gebied van verpleging en verzorging;

  • 3.

    De modernisering van de AWBZ;

  • 4.

    Het sportbeleid;

  • 5.

    Het sociale beleid (welzijn);

  • 6.

    Het ouderenbeleid;

  • 7.

    Het jeugdbeleid, inclusief jeugdzorg en preventieve jeugdgezondheidszorg;

  • 8.

    Medisch ethische vraagstukken;

  • 9.

    Biotechnologie;

  • 10.

    Oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers;

  • 11.

    Gezondheidsbevordering en ziektepreventie;

  • 12.

    De openbare gezondheidszorg;

  • 13.

    De voedselveiligheid;

  • 14.

    Innovatie in de zorg;

  • 15.

    De geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijke opvang;

De Staatssecretaris zal voorts betrokken worden bij de inrichting en herstructurering van de gezondheidszorg (inclusief de bekostiging), het verzekeringsstelsel, het budgettair kader zorg en patiënten- en consumentenzaken.

De Minister voornoemd,
A.J. de Geus