Regeling houdende regels met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Regeling bescherming persoonsgegevens V&W

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

b.
verantwoordelijke:

Minister van Verkeer en Waterstaat;

c.
minister:

Minister van Verkeer en Waterstaat

d.
ministerie:

Ministerie van Verkeer en Waterstaat

e.
persoonsgegeven:

hetgeen daaronder wordt verstaan in de wet;

f.
verwerking van persoonsgegeven:

hetgeen daaronder wordt verstaan in de wet;

g.
dienstonderdeel:

elk onderdeel van het ministerie dat in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging secretaris-generaal Verkeer en Waterstaat 2001 als dienst is gedefinieerd, alsmede alle onderdelen van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat waaraan een hoofdingenieur-directeur leiding geeft;

h.
beheerder:

hoofd van een dienstonderdeel van het ministerie, aan wie krachtens de geldende organisatie- en mandaatregelingen de taken en bevoegdheden van de minister ten aanzien van verwerkingen van persoonsgegevens zijn gemandateerd;

i.
bewerker:

hetgeen daaronder wordt verstaan in de wet;

j.
betrokkene:

hetgeen daaronder wordt verstaan in de wet;

k.
HDJZ:

de Hoofddirectie Juridische Zaken van het ministerie;

l.
college:

het College bescherming persoonsgegevens, bedoeld in artikel 51 van de wet.

Artikel

2

Deze regeling is van toepassing op alle verwerkingen van persoonsgegevens waarvoor de minister de verantwoordelijke is in de zin van de wet, met uitzondering van de verwerkingen, bedoeld in de artikelen 2, tweede en derde lid, en 3, van de wet.

Artikel

3

Artikel

4

Hoofdstuk

2

Verwerking van persoonsgegevens

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De artikelen 7 tot en met 9 zijn niet van toepassing op verwerkingen van persoonsgegevens indien de minister of de beheerder namens hem, ten behoeve van die verwerking een privacyreglement heeft opgesteld dat gelijkluidend is aan het Modelprivacyreglement van V&W, bedoeld in bijlage 2 van deze regeling.

Hoofdstuk

3

Organisatorische en procedurele maatregelen

Artikel

11

Hoofdstuk

4

Beveiliging en beheer

Artikel

13

Hoofdstuk

5

Toezicht

Artikel

14

Artikel

15

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

16

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

17

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bescherming persoonsgegevens V&W.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, Roelf H. deBoer

Bijlage

1

, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Regeling bescherming persoonsgegevens V&W

Bijlage

2

, bedoeld in artikel 10 van de Regeling bescherming persoonsgegevens V&W

MINISTERIE VAN VERKEER EN WATERSTAAT

...............................(datum)

Dienstonderdeel

MODEL

Besluit, houdende vaststelling van een privacyreglement voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van ......

(citeertitel, bijvoorbeeld Privacy-reglement X)

De Minister van Verkeer en Waterstaat/...

Gelet op de Wet bescherming persoonsgegevens (Stb. 2000, 302);

Besluit:

Artikel

1

In dit reglement wordt verstaan onder:

b.
verantwoordelijke:

de Minister van Verkeer en Waterstaat ...;

c.
persoonsgegevens:

de gegevens verkregen (door middel) van ....;

d.
bestand:

het gestructureerde geheel waarin de persoonsgegevens worden verwerkt;

e.
betrokkene:

natuurlijke persoon ten aanzien van wie gegevens worden verwerkt;

f.
bewerker:

(kan een ander dienstonderdeel zijn, maar ook een externe organisatie, b.v. een ICT-bedrijf).

Artikel

2

Dit Reglement regelt de taken en bevoegdheden van de verantwoordelijke met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens verkregen door

Artikel

3

Het doel van de verwerking van persoonsgegevens is het systematisch vastleggen, opslaan en ter beschikking stellen van gegevens ten behoeve van:

  • a.

    ...

  • b.

    ...

  • c.

    ...

Artikel

4

Het bestand bevat uitsluitend gegevens over de volgende categorieën van personen:

  • a.

    ...

  • b.

    ...

Artikel

5

Artikel

6

De in het bestand opgenomen gegevens worden verkregen van:

  • a.

    ... voor zover het betreft ... (soorten van gegevens)

  • b.

    ... idem

  • c.

    ... idem

Artikel

7

Artikel

8

Gegevens uit het bestand kunnen binnen de organisatie van de verantwoordelijke uitsluitend worden verstrekt aan:

  • a.

    ... (diensthoofd/hoofd van een uitvoerende dienst);

  • b.

    personen die zijn belast met of leiding geven aan het invoeren, wijzigen en verwijderen van gegevens;

  • c.

    ... (diensthoofd/hoofd van een uitvoerende dienst waaraan de gegevens worden verstrekt);

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Verzoeken om correctie als bedoeld in artikel 36van de wet worden schriftelijk gericht aan de verantwoordelijke en ingediend bij ... onder vermelding van de gewenste correctie.

Artikel

13

De verantwoordelijke ziet er op toe dat ten aanzien van de technische en organisatorische beveiliging de maatregelen in acht worden genomen die zijn beschreven in de Minimumeisen Informatiebeveiliging Verkeer en Waterstaat 2001.

Artikel

14

Dit reglement treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin mededeling wordt gedaan van de terinzagelegging van dit reglement.

Artikel

15

Dit reglement kan worden aangehaald als ...

Dit reglement zal voor een ieder ter inzage worden gelegd ...

De Minister van Verkeer en Waterstaat/...,

(namens deze:)

Leidraad bij de toepassing van het model-privacyreglement

I

Wie is aan te merken als `de verantwoordelijke'?

Artikel 1 van de Wbp omschrijft de verantwoordelijke als `de natuurlijke persoon, rechtspersoon of ieder ander die of het bestuursorgaan dat, alleen of te zamen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt'.

In de praktijk worden bestanden veelal aangelegd ten behoeve van een wettelijk opgedragen bestuurstaak. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat in dergelijke gevallen als de verantwoordelijke wordt aangewezen degene aan wie voor de vervulling van die taak uitdrukkelijke bevoegdheden zijn toegekend. Op rijksniveau gaat het dus in de eerste plaats om een minister voor wat betreft zijn ministerie, met inbegrip van de daaronder ressorterende diensten, instellingen en bedrijven. Daarnaast betreft het functionarissen of organen, waaraan de wetgever bestuursbevoegdheden heeft geattribueerd of waaraan krachtens de wet bevoegdheden zijn gedelegeerd.

Met deze aanpak blijven zeggenschap over de registratie en bevoegdheid ten dienste waarvan deze is aangelegd, in één hand. De concrete uitoefening van beide kan via de gebruikelijke mandaatsverhoudingen verlopen. Zo zal op verzoeken om inzage of correctie (zie artikelen 11 en 12 concept-model) niet steeds door de minister zelf behoeven te worden beslist.

Zie ook onder punt III.

II

Wat is het doel van de verwerking van persoonsgegevens?

Artikel 7 Wbp dwingt de verantwoordelijke tot specificatie van de doelstelling.

De formulering van de doelstelling is cruciaal, omdat de wet het doel van de verwerking aanmerkt als toetsingscriterium bij de beantwoording van de vraag over wie welke gegevens mogen worden opgenomen, en of de verwerking van de gegevens en de verstrekkingen aan derden toelaatbaar zijn.

Een effectieve bescherming van de persoonlijke levenssfeer vereist het trekken van nauwkeurige grenzen bij de doelomschrijving ¹Als rechtmatige gronden voor het aanleggen van een persoonsregistratie zijn bijvoorbeeld aan te merken de uitvoering van nauwkeurig aan te geven wettelijke taken, de opsporing van strafbare feiten en het uitvoeren van exact te omschrijven beleids- en beheerstaken.. Gestreefd dient te worden naar een stringente formulering. In de praktijk wordt een bestand veelal aangelegd ten behoeve van een bepaalde rechtsverhouding tussen de houder en de geregistreerde. Bij dergelijke registraties ligt het voor de hand bij de doelomschrijving aan te sluiten op datgene dat uit de onderliggende relatie voortvloeit. Dit is in overeenstemming met de persoonlijke levenssfeer, omdat de gegevens die de geregistreerde van zijn kant beschikbaar stelt, ook zijn verstrekt in het kader van die onderliggende relatie. In de praktijk zijn er ook bestanden waaraan niet een duidelijke relatie met de geregistreerden ten grondslag ligt. Te denken valt aan registraties ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek.

Ingevolge artikel 8 van de WBP mag men slechts tot het verwerken van persoonsgegevens overgaan bij indien:

  • a.

    de betrokkene voor de verwerking zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend;

  • b.

    de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is, of voor het nemen van precontractuele maatregelen n.a.v. een verzoek van de betrokkene en die noodzakelijk zijn voor het sluiten van een overeenkomst;

  • c.

    de gegevensverwerking noodzakelijk is om een wettelijke verplichting na te komen waaraan de verantwoordelijke onderworpen is;

  • d.

    de gegevensverwerking noodzakelijk is ter vrijwaring van een vitaal belang van de betrokkene;

  • e.

    de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak door het desbetreffende bestuursorgaan dan wel het bestuursorgaan waaraan de gegevens worden verstrekt, of

  • f.

    de gegevensverwerking noodzakelijk is voor d behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt, tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene, in het bijzonder het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert.

Valt de verwerking van persoonsgegevens niet onder een van deze criteria, dan is een dergelijke verwerking onrechtmatig en mag deze niet worden uitgevoerd.

III

Wie stelt het privacyreglement vast?

Het ligt in de rede dat het reglement vastgesteld wordt door de verantwoordelijke voor de verwerkingen, maar voor de goede orde nog het volgende. Indien de minister de verantwoordelijke is, behoeft deze niet steeds het reglement zelf vast te stellen. Gelet op de mandaatregeling voor Verkeer en Waterstaat kan voor die registraties die niet van zodanige betekenis zijn dat het reglement door de minister zelf moet worden ondertekend, het reglement in mandaat worden afgedaan. Ondertekening in mandaat is in een dergelijk geval alleen toegestaan door de Secretaris-Generaal en de plaatsvervangend Secretaris-Generaal of door het hoofd van de betrokken dienst en diens plaatsvervanger.