Artikel
1
In deze verordening wordt verstaan onder:
|
a. |
productschap |
: |
Productschap Diervoeder; |
|
b. |
voorzitter onderscheidenlijk secretaris: |
: |
voorzitter, onderscheidenlijk secretaris van het productschap; |
|
c. |
ondernemer |
: |
natuurlijke- of rechtspersoon die een ondememing drijft waarvoor het productschap is ingesteld; |
|
d. |
landbouwhuisdieren |
: |
dieren, behorend tot soorten die normaal door de mens worden gevoederd, gehouden en gegeten (inclusief pelsdieren); |
|
e. |
mengvoeders |
: |
mengsels van voedermiddelen, met of zonder toevoegingsmiddelen, bestemd voor vervoedering in de vorm van volledige diervoeders of aanvullende diervoeders; |
|
f. |
voedermiddelen |
: |
producten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd en de afgeleide producten van hun industriële verwerking, alsmede organische of anorganische stoffen, met of zonder toevoegingsmiddelen, bestemd om te worden gebruikt voor vervoedering, hetzij als zodanig, hetzij na bewerking, voor de bereiding van mengvoeders dan wel als dragers in voormengsels; |
|
g. |
huisdiervoeders |
: |
diervoeders, in de vorm van enkelvoudige diervoeders of van mengvoeders, kennelijk als zodanig bestemd voor de voeding van honden en katten; |
|
h. |
droge voeders |
: |
huisdiervoeders met een vochtgehalte van 14% of minder; |
|
i. |
half-vochtige-voeders (semi-moist) |
: |
huisdiervoeders met een vochtgehalte van meer dan 14% en minder dan 60%; |
|
j. |
vochtige voeders (moist) |
: |
huisdiervoeders met een vochtgehalte van 60% of meer; |
|
k. |
vochtrijke voedermiddelen |
: |
enkelvoudige diervoeders en grondstoffen met een vochtgehalte van meer dan 15%. |
|
l. |
toevoegingsmiddelen |
: |
stoffen of preparaten die in diervoeding worden gebruikt teneinde: -de eigenschappen van de diervoeders voor dieren of van de dierlijke producten gunstig te beÏnvloeden, of -te voldoen aan de voedingsbehoeften van de dieren, of de dierlijke productie te verbeteren, door in te werken op de maag- en darmflora of op de verteerbaarheid van de diervoeders, of -aan de voeding elementen toe te voegen die het makkelijker maken om bijzondere voedingsdoelen te bereiken of tegemoet te komen aan specifieke tijdelijke behoeften inzake voeding bij de dieren, of -door dierlijke uitwerpselen veroorzaakte hinder te voorkomen of te beperken, of de leefomgeving van de dieren te verbeteren; |