Verordening van het Productschap Zuivel van 13 november 2002, houdende administratieve bepalingen ter zake van de uitvoering van taken van het Productschap Zuivel (Zuivelverordening 2003, Administratieve bepalingen)

Zuivelverordening 2003, Administratieve bepalingen

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

productschap

:

Produktschap Zuivel;

melk

:

melk van runderen en geiten;

melkveehouderbedrijf

:

bedrijf waarop bedrijfsmatig runderen en/of geiten worden gehouden;

ontvanger van melk

:

de natuurlijke of rechtspersoon die bedrijfsmatig melk ontvangt van één of meer melkveehouders en terzake betalingen aan de desbetreffende melkveehouders verricht;

zuivelfabriek

:

iedere inrichting of ieder geheel van inrichtingen, met uitzondering van boerderijzuivelbereiders, waarin bedrijfsmatig melk of daaruit verkregen producten worden be- of verwerkt tot producten welke, al dan niet na verdere bewerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen, dan wel uit melk verkregen producten worden verwerkt tot caseïne;

boerderijzuivelbereider

:

exploitant van een melkveehouderijbedrijf waarop bedrijfsmatig boter, consumptiemelk, consumptiemelkproducten, kaas of andere zuivelproducten worden bereid en dat overeenkomstig artikel 3 bij het productschap is geregistreerd;

voorzitter

:

voorzitter van het productschap;

heffingen

:

door het productschap bij verordening vastgestelde heffingen als bedoeld in artikel 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

§

2

Registratie van bedrijfsgenoten

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Indien zich naar het oordeel van de voorzitter bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan kan de registratie worden verlengd.

§

3

Verstrekken van gegevens (algemeen)

Artikel

5

Iedere natuurlijke of rechtspersoon, die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld, is verplicht:

  • a.

    de door of vanwege het productschap in verband met zijn werkzaamheden gestelde vragen te beantwoorden of gevraagde gegevens te verstrekken;

  • b.

    toe te laten dat leden van het personeel van het productschap, daartoe schriftelijk gemachtigd door de voorzitter, inzage krijgen van de boeken en bescheiden van de onderneming, de voorraden van de onderneming opnemen en de bedrijfsmiddelen bezichtigen. De volmacht geeft aan de aard van de onderzoeken, waarmee de gemachtigde belast is;

  • c.

    een zodanige administratie te voeren als in verband met zijn werkzaamheden door het productschap wordt voorgeschreven en die administratie volledig en naar waarheid bij te houden en te bewaren.

Artikel

6

Indien de in artikel 5 bedoelde gegevens kennelijk van vertrouwelijke aard zijn, worden deze, tenzij bij of krachtens wet anders is bepaald, zonder toestemming van de belanghebbende

  • a.

    slechts gebruikt ter vervulling van de taak van het productschap;

  • b.

    niet onder aanduiding van de persoon of onderneming waarop zij betrekking hebben bekend gemaakt aan anderen dan de voorzitter, de secretaris of andere leden van het personeel van het productschap, en de met de financiële controle op het productschap belaste accountant en diens personeel, voor zover kennisneming van die gegevens voor die controle noodzakelijk is.

Artikel

7

Indien de in artikel 5, onder a, bedoelde verplichting niet wordt nagekomen, kan, ter dekking van de kosten verbonden aan het verzamelen door het personeel van het productschap, een vergoeding in rekening worden gebracht.

§

4

Heffingen

Verstrekken van gegevens

Artikel

8

Ambtshalve vaststelling gegevens

Artikel

9

Betaling voorschotten

Artikel

10

Ontvangers van melk maken uiterlijk zes weken na dagtekening van de desbetreffende nota van het productschap een voorschot over aan het productschap op de verschuldigde heffingen. Het voorschot wordt berekend over een twaalfde deel van de hoeveelheid melk die de grondslag is voor de vaststelling en oplegging van de desbetreffende heffingen over het voorafgaande kalenderjaar.

Artikel

11

Boerderijzuivelbereiders maken uiterlijk zes weken na dagtekening van de desbetreffende nota van het productschap een voorschot over aan het productschap op de in het tijdvak van 1 april tot en met 31 maart verschuldigde heffingen. Het voorschot wordt berekend over de hoeveelheid melk die de grondslag is voor de vaststelling en oplegging van de desbetreffende heffingen in het voorafgaande jaar.

Artikel

12

Bij belangrijke wijzigingen in productie, levering of ontvangst van producten die relevant zijn voor de vaststelling en oplegging van de desbetreffende heffingen, kan de voorzitter de bedragen van de in de artikelen 10 en 11 bedoelde voorschotten aanpassen. Bij deze aanpassing wordt rekening gehouden met de aard en omvang van de hiervoor bedoelde wijzigingen.

Artikel

13

Het bepaalde in artikel 8, tweede lid en artikel 11 is van overeenkomstige toepassing op ondernemers van zuivelfabrieken die bedrijfsmatig melk op hun bedrijf winnen en verwerken tot zuivelproducten.

Definitieve betaling

Artikel

14

De op grond van de opgaven bedoeld in artikel 8 of de ambtshalve vaststelling bedoeld in artikel 9 opgelegde heffingen worden verrekend met de in de artikelen 10 en 11 bedoelde voorschotten. Ontvangers van melk en boerderijzuivelbereiders maken uiterlijk zes weken na dagtekening van de desbetreffende nota de eventueel verschuldigde bedragen over aan het productschap.

§

5

Slotbepalingen

Artikel

15

Artikel

16

De volgende verordeningen worden ingetrokken:

  • Zuivelverordening 1958, Algemene bepalingen;

  • Zuivelverordening 1958, Terminologie;

  • Zuivelverordening 1961, Registratie bedrijfsgenoten;

  • Zuivelverordening 1986, Registratie boerderijzuivelbereiders;

  • Zuivelverordening 1986, Vergoeding kosten;

  • Zuivelverordening 1995, Verschuldigde interest bij niet tijdige betaling van heffingen;

  • Zuivelverordening 1999, Inning heffingen.

Artikel

17

Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel

18

Deze verordening wordt aangehaald als Zuivelverordening 2003, Administratieve bepalingen.

Amersfoort
G.A. Koopstra voorzitter
F. Beekman secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 18 december 2002 en door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij beschikking van 3 juli 2003, nr. TRCJZ/2002/12324.