Besluit vaststelling entschema Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky 2002

Besluit vaststelling entschema Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky 2002

Het bestuur van het Productschap Vee en Vlees heeft,

op 13 november 2002 vastgesteld het navolgende

BESLUIT

Artikel

1

Artikel

2

Als entschema bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky 2002, wordt voor heel Nederland het navolgende entschema vastgesteld:

  • I.

    vrouwelijke opfokvarkens:

    dienen tot het moment van eerste dekking casu quo inseminatie driemaal als volgt te worden geënt:

    • eerste enting in de periode van de 10e tot de 12e levensweek;

    • tweede enting in de periode van de 14e tot de 16e levensweek;

    • derde enting in de periode van de 20e levensweek tot twee weken voor de eerste dekking casu quo inseminatie.

    mannelijke opfokvarkens:

    dienen tot de leeftijd van 200 dagen driemaal als volgt te worden geënt:

    • eerste enting in de periode van de 10e tot de 12e levensweek;

    • tweede enting in de periode van de 14e tot de 16e levensweek;

    • derde enting in de periode van de 20e levensweek tot aan de leeftijd van 200 dagen.

  • II.

    vleesvarkens:

    dienen tweemaal als volgt te worden geënt:

    • eerste enting in de periode van de 10e tot de 16e levensweek;

    • tweede enting vier weken na de eerste enting.

  • III.

    zeugen en beren:

    dienen tenminste driemaal per jaar te worden geënt, met een maximale periode van vier maanden tussen twee entingen.

Artikel

3

Indien betrokken ondernemer in het bezit is van het Aujeszky-vrij certificaat, bedoeld in het Besluit Aujeszky-vrij certificaat 1993 van de Stichting Gezondheidszorg voor Dieren, dient een vleesvarken, in afwijking van het in het vorige artikel genoemde entschema, slechts één maal te worden geënt, en wel in de periode van de 10e tot de 16e levensweek.

Artikel

4

Voor het bestuur,
J.J. Ramekers voorzitter
S.B.M. Jongerius secretaris