Regeling cliëntenparticipatie UWV

Regeling cliëntenparticipatie UWV

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

Besluit:

Artikel

1

Definities

  • a.

    Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • b.

    UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, Wet SUWI;

  • c.

    Onderdeel Cliëntenparticipatie UWV: het organisatieonderdeel binnen het UWV dat zich bezig houdt met de uitvoering van de cliëntenparticipatie;

  • d.

    Cliënt: de persoon die een uitkering of voorziening ontvangt op grond van een door het UWV uitgevoerde wettelijke of aanvullende regeling;

  • e.

    Cliëntenraad: een uit cliënten bestaand gremium met taken en bevoegdheden zoals in deze regeling omschreven;

  • f.

    Belangenorganisatie: cliëntenorganisatie of vakorganisatie.

Artikel

2

Reikwijdte regeling

Deze regeling is van toepassing op de organisatie van de door het UWV ingestelde cliëntenraden.

Artikel

3

Taak cliëntenraad

De cliëntenraad heeft tot taak het UWV gevraagd en ongevraagd te informeren en te adviseren over het uitvoeringsbeleid en de uitvoeringspraktijk, alsmede ontwikkelingen te signaleren.

Artikel

4

Bevoegdheden

Artikel

5

Instellen commissie

Artikel

6

Cliëntenraad op het niveau van de Raad van Bestuur

Artikel

7

Cliëntenraad op het niveau van de directie van de AG-divisie

Artikel

8

Cliëntenraad op het niveau van de directie van de WW-divisie

Artikel

9

Cliëntenraden op het niveau van de regiodirectie AG

Artikel

10

Cliëntenraden op het niveau van de regiodirectie WW

Artikel

11

Voordracht, benoeming en zittingsduur van de leden.

Artikel

12

Voordracht landelijke cliëntenraad

Artikel

13

Vergadering

Artikel

14

Facilitering

Artikel

15

Vergoedingen

De leden van de cliëntenraad hebben recht op een door het UWV vast te stellen onkostenvergoeding en een vergoeding voor reis- en verblijfskosten. De regeling 'Onkosten- en reiskostenvergoeding cliëntenraadsleden UWV' is opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel

16

Garantstelling deelnemers

Het UWV draagt er zorg voor dat cliënten die lid zijn of waren van een cliëntenraad uit hoofde van hun lidmaatschap op geen enkele wijze worden benadeeld ten aanzien van de uitkering of voorziening die zij ontvangen van het UWV en de bejegening door medewerkers van het UWV.

Artikel

17

Non-discriminatiecode

Bij de uitvoering van zijn taken waakt het UWV tegen discriminatie en stelt daartoe een non-discriminatiecode vast, waarin in ieder geval aandacht wordt besteed aan discriminatie wegens ras, etnische afstamming, sekse, seksuele geaardheid, leeftijd, en handicap. De landelijke cliëntenraad (op bestuursniveau) wordt betrokken bij de vaststelling van deze non-discriminatiecode.

Artikel

18

Geschillen betreffende dit reglement

Geschillen voortkomend uit de interpretatie van deze regeling worden aan de naasthogere landelijke cliëntenraad voorgelegd.

Indien nodig worden geschillen geregeld in overleg tussen de Raad van Bestuur van het UWV en de cliëntenraad op het niveau van de Raad van Bestuur.

Artikel

19

Slotbepalingen

Artikel

20

Inwerkingtreding van de regeling

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 november 2002. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 oktober 2002, treedt dit besluit in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt het terug tot en met 1 november 2002.

Artikel

21

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Regeling cliëntenparticipatie UWV.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam
T.H.J. Joustra voorzitter Raad van bestuur UWV

Bijlage

1

Uit: Tekst Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (Wet SUWI)

Artikel

10

Cliëntenparticipatie op centraal niveau

  • 1.

    De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank stellen elk een regeling vast die gericht is op de realisatie en vormgeving van adequate cliëntenparticipatie bij de uitvoering van hun wettelijke taken. Deze regeling wordt door elk van de genoemde bestuursorganen in de Staatscourant gepubliceerd.

  • 2.

    In de regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt voorzien in overleg met personen of vertegenwoordigers van personen die als cliënt betrokken zijn bij de uitvoering van de taken van de in het eerste lid genoemde bestuursorganen. Dit overleg vindt periodiek plaats, doch ten minste twee maal per jaar.

  • 3.

    In de regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval geregeld de wijze waarop de in het tweede lid bedoelde personen of vertegenwoordigers:

    • a.

      onderwerpen voor de agenda van het overleg, bedoeld in het tweede lid, kunnen aanmelden;

    • b.

      voorzien worden van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie;

    • c.

      betrokken worden bij de totstandkoming van het meerjarenbeleidsplan, het jaarplan en het jaarverslag van het betrokken bestuursorgaan;

    • d.

      gevraagd en ongevraagd kunnen adviseren over de uitvoering van de wettelijke taken van betrokken bestuursorgaan;

    • e.

      in staat gesteld worden op een adequate manier aan het overleg deel te nemen, waarbij ten minste aandacht besteed wordt aan logistieke faciliteiten, onkostenvergoedingen en deskundigheidsbevordering;

    • f.

      beschermd worden tegen benadeling in verband met hun deelname aan het overleg.

  • 4.

    In de regeling, bedoeld in het eerste lid, van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt de betrokkenheid geregeld bij de totstandkoming van de non-discriminatiecode, bedoeld in de artikelen 22 en 31.

  • 5.

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere onderwerpen worden aangewezen die in elk geval in de regeling, bedoeld in het eerste lid, worden geregeld en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

Artikel

11

Cliëntenparticipatie op decentraal niveau

  • 1.

    De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank stellen elk, na overleg met de personen en vertegenwoordigers, bedoeld in artikel 10, tweede lid, een regeling vast die gericht is op de realisatie en vormgeving van adequate cliëntenparticipatie op decentraal niveau. Deze regeling wordt door elk van de genoemde bestuursorganen in de Staatscourant gepubliceerd.

  • 2.

    In de regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval geregeld de wijze waarop:

    • a.

      personen en vertegenwoordigers van personen die als cliënt betrokken zijn bij de decentrale uitvoering van de taken van de in het eerste lid genoemde bestuursorganen, hierop invloed kunnen uitoefenen;

    • b.

      door het betrokken bestuursorgaan op centraal niveau rekening wordt gehouden met de resultaten van cliëntenparticipatie op decentraal niveau;

    • c.

      in iedere vestiging van het betrokken bestuursorgaan bekendheid wordt gegeven aan de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan dit artikel.

  • 3.

    Indien de regeling, bedoeld in het eerste lid, voorziet in overleg op decentraal niveau, is artikel 10, derde lid, ten aanzien van die regeling van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere onderwerpen worden aangewezen die in elk geval in de regeling, bedoeld in het eerste lid, worden geregeld en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

Artikel

12

Landelijke cliëntenraad

  • 1.

    Er is een landelijke cliëntenraad.

  • 2.

    De landelijke cliëntenraad bestaat uit zes vertegenwoordigers van landelijke cliëntenorganisaties, twee afgevaardigden uit elk van de overleggen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, alsmede uit drie afgevaardigden uit de cliëntenparticipatie bij de gemeenten. De afgevaardigden betreffen personen of vertegenwoordigers van personen die als cliënt betrokken zijn bij de uitvoering van de taken van het desbetreffende orgaan.

  • 3.

    De landelijke cliëntenraad heeft tot taak periodiek, doch ten minste eenmaal per jaar, te overleggen met:

    • a.

      de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank, de gemeenten en Onze Minister over de vormgeving en realisatie van cliëntenparticipatie bij de desbetreffende organen;

    • b.

      de Raad voor werk en inkomen en Onze Minister over voorstellen van de landelijke cliëntenraad inzake beleidsvragen op het gebied van werk en inkomen.

  • 4.

    De landelijke cliëntenraad heeft een secretariaat dat wordt ondergebracht bij de Raad voor werk en inkomen, en vervult zijn taak met de middelen die hem door Onze Minister ter beschikking worden gesteld.

  • 5.

    De landelijke cliëntenraad krijgt alle informatie van de in het derde lid genoemde instanties, voorzover hij deze voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

  • 6.

    De landelijke cliëntenraad waakt tegen discriminatie wegens ras, etnische afstamming, sekse, seksuele geaardheid, leeftijd en handicap.

  • 7.

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

Bijlage

2

Onkostenvergoedingenregeling UWV cliëntenraden

De UWV cliëntenraadsleden kiezen bij aanvang van hun lidmaatschap voor de vergoedingensystematiek die het best past bij hun individuele situatie. Deze keuze heeft vervolgens een looptijd van een jaar en kan niet tussentijds worden gewijzigd.

Vooruit te betalen maandelijkse forfaitair bedrag

UWV betaalt een vast bedrag op maandbasis ter dekking van alle kosten die uit hoofde van het lidmaatschap worden gemaakt. Naast dit vaste maandbedrag worden geen kosten op declaratiebasis vergoed. De vaste maandelijkse vergoeding is vastgesteld op € 53,- per maand. Deze vergoeding is gebaseerd op de naar redelijkheid te verwachten kosten en bevat zowel een vergoeding voor reiskosten als voor overige onkosten. Onder overige onkosten worden in dit verband de volgende kostensoorten verstaan: Portikosten, kopieerkosten, telefoonkosten, kosten van incidentele kinderopvang en kosten van kleine verbruikbare kantoorbenodigdheden.

De vergoeding wordt uitbetaald voor iedere maand dat een raadslid officieel zitting heeft in een raad. Betaling geschiedt voorafgaand aan de maand waarop de betaling betrekking heeft.

Onkostenvergoeding op totale declaratiebasis

In het geval dat een raadslid meer kosten verwacht te maken dan de vaste maandelijkse vergoeding kan deze persoon ervoor kiezen de onkosten op totale declaratiebasis door UWV te laten vergoeden. In deze vergoedingensystematiek komen werkelijk gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking wanneer voldaan is aan het aantoonbaarheidscriterium Dit betekent dat voor alle kosten die bij UWV ter vergoeding worden aangeboden sluitend bewijs in de vorm van facturen, kassabonnen, en dergelijke moet worden aangeleverd. Voor het indienen van declaraties moet gebruik gemaakt worden van de voorgeschreven declaratieformulieren. De raadsleden zijn in deze regeling zelf verantwoordelijk voor de aanlevering van deze bewijsstukken. Betaling geschiedt achteraf. In onderstaande tabel is per kostensoort gespecificeerd wat wordt vergoed en welke bewijsstukken moeten worden aangeleverd.

Reiskosten

Openbaar vervoer:

- Werkelijke kosten OV 2e klasse.

- € 0,40 per strip

Eigen auto:

- € 0,28 per kilometer.

- Parkeren, tunnels, porrten en tolpunten

Taxikosten:

- Vergoeding van werkelijke kosten aan raadsleden voor wie het reizen met het openbaar vervoer bezwaarlijk is (o.b.v. verklaring behandelend arts).

Overleeging vervoersbewijzen. (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).

Declaratieformulier. Overlegging facturen, bonnetjes (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier)

Overlegging facturen, bonnetjes (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier)

Portikosten

Werkelijk gemaakte kosten blijkend uit specificatie.

Overlegging facturen, bonnetjes (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier)

Kopieerkosten

Werkelijk gemaakte kosten blijkend uit specificatie.

Overlegging facturen, bonnetjes (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier)

Telefoonkosten

Vaste vergoeding per tijdseenheid (onderscheid in lokaal en interlokaal)

Overlegging facturen, bonnetjes (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier)

Kosten van incidentele kinderopvang.

Werkelijk gemaakte kosten doch maximaal € 3,40 per uur per kind met een maximum van € 34,-- per dag per kind.

Overlegging facturen, bonnetjes (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier met vermelding van data en tijdstippen-)

Kosten van kleine verbruikbare kantoorbenodigdheden.

Vergoeding van kosten die uitsluitend zijn toe te rekenen aan het raadslidmaatschap (schrijfmaterialen, papier, geen niet verbruikbare kantoorbenodigdheden zoals perforators e.d.).

Werkelijk gemaakte kosten blijkend uit specificatie.

Overlegging facturen, bonnetjes (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).

Achteraf alsnog vergoeding op declaratiebasis

In het uitzonderingsgeval dat een raadslid achteraf (na afloop van een jaar) constateert dat hij/zij meer kosten heeft gemaakt dan hij/zij uit de vaste vergoedingen heeft kunnen dekken kan het raadslid alsnog kiezen voor onkostenvergoeding op totale declaratiebasis. Het raadslid moet daartoe vóór 15 januari van het jaar volgend op dat waarin de onkosten zijn gemaakt niet slechts de meerkosten maar alle werkelijk gemaakte onkosten alsnog via de voorgeschreven declaratieformulieren indienen en alle bewijsstukken en specificaties overleggen. Voor een overzicht van de kosten die als onkosten worden aangemerkt en de benodigde bewijsstukken wordt verwezen naar bovenstaande tabel. Het cliëntenraadslid is in dit verband zelf verantwoordelijk voor het bijhouden en aanhouden van een correcte en sluitende boekhouding. De maandelijkse forfaitair betaalde vergoeding wordt in dit geval als een voorschot op de declaraties gezien en als zodanig verwerkt.