Regeling voorschotverlening op uitkeringen Zfw en AWBZ

Het College voor zorgverzekeringen,

Heeft in zijn vergadering van 28 november 2002 besloten:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt onder het jaar t verstaan het kalenderjaar waarop de uitkering betrekking heeft en onder het jaar t +1 het daarop volgende kalenderjaar.

Artikel

2

§

2

De voorschotten

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

In bijzondere omstandigheden, wanneer een voorschot kennelijk ontoereikend is, kan het College voor zorgverzekeringen op verzoek het voorschot verhogen. Indien het voorschot kennelijk ontoereikend is wegens toename van het aantal verzekerden dat bij het uitvoeringsorgaan is ingeschreven, wordt aan een verzoek om verhoging van een voorschot voldaan wanneer die toename tenminste 5 procent bedraagt, met een minimum van 3000 verzekerden, ten opzichte van het verzekerdenaantal dat aan de berekening van de budgetten ten grondslag heeft gelegen. Bedraagt de toename 25 procent of meer dan geldt het minimum van 3000 verzekerden niet.

§

3

Afstorting overschotten AWBZ

Artikel

6

§

4

Voorlopige afrekening

Artikel

7

§

5

Definitieve afrekening

Artikel

8

Bij de nadere vaststelling van de uitkeringen ingevolge de Ziekenfondswet en de vaststelling van de uitkeringen voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten vindt de definitieve afrekening plaats. Daarbij worden de verschillen afgerekend tussen de bedragen waarvan bij de voorlopige afrekening werd uitgegaan en de desbetreffende uitkeringen.

§

6

Rentevergoeding

Artikel

9

Artikel

10

§

7

Slotbepalingen

Artikel

11

Artikel

12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. De regeling werkt terug tot en met 28 november 2002.

Artikel

13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorschotverlening op uitkeringen Zfw en AWBZ.

L. de Graaf voorzitter J.L.P.G. van Thiel algemeen directeur