Besluit van 2 december 2002, houdende vaststelling van de heffing van bepaalde retributies krachtens de Vleeskeuringswet (Besluit retributies Vleeskeuringswet)

Besluit retributies Vleeskeuringswet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 juli 2002, VGB/VBL 2295974, handelende in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel 1 van Richtlijn nr. 85/73/EEG van de Raad van de Europese Unie van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en veterinaire controles zoals bedoeld in de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG, 90/675/EEG en 91/496/EEG (gewijzigd en gecodificeerd) (PbEG 1996, L 162) en op de 26a, 26b en 30a van de Vleeskeuringswet;
De Raad van State gehoord (advies van 20 september 2002, nr. W13.02.0311/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 november 2002, VGB/VBL 2327481, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • b.

    RVV: Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees, bedoeld in de regeling van de Minister van Landbouw en Visserij van 13 september 1983, no. J 3762 (Stcrt. 181) dan wel de dienst die onder de naam RVV met ingang van 1 januari 2003 onderdeel van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), bedoeld in het Besluit organisatie VWA gaat uitmaken;

  • c.

    keuringsdierenarts: bevoegde, door de RVV met de werkzaamheden belaste dierenarts;

  • d.

    assistent: door de RVV met de werkzaamheden belaste persoon, niet zijnde een keuringsdierenarts;

  • e.

    kringdirecteur: directeur van de kring waar de keuring of controleplaats vindt of diens gemachtigde;

  • f.

    kring: kring als bedoeld in artikel 4 van de regeling van de minister van Landbouw en Visserij van 13 september 1983, no. J 3762 (Stcrt. 181);

  • g.

    richtlijn nr. 85/73/EEG: Richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en veterinaire controles zoals bedoeld in de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG, 90/675/EEG en 91/496/EEG (gewijzigd en gecodificeerd) (PbEG 1996, L 162);

  • h.

    openingstijd: periode van maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van algemeen erkende feestdagen, van 07.00 uur tot 18.00 uur;

  • i.

    startcontrole: controle die op één dag, in één aaneengesloten periode, reguliere pauzes daaronder begrepen, voor één inrichting op één plaats wordt verricht;

  • j.

    kwartier: spanne tijd van één vierde deel van een uur, of een gedeelte daarvan, die besteed is of zou zijn aan controles, met uitzondering van reistijd;

  • k.

    werkzaamheden:

  • l.

    bijzondere keuring: keuring in een slachterij die op grond van artikel 9, eerste en tweede lid, van het Besluit produktie en handel vers vlees is erkend voor het slachten van zieke of van ziekte verdachte dieren en voor het verrichten van speciale noodslachtingen;

  • m.

    herkeuring: herkeuring als bedoeld in artikel 13 van de Vleeskeuringswet;

  • n.

    slachterij: slachterij als bedoeld in artikel 19 van de Vleeskeuringswet;

  • o.

    slachtdieren: runderen, varkens, schapen, geiten, eenhoevigen, buffels, rendieren en kangoeroes, alsmede, voor zover niet reeds vallend onder de hiervoor genoemde categorieën, gekweekt wild als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van het Besluit produktie en handel vers vlees;

  • p.

    categorie slachtdieren: indeling van slachtdieren in categorieën zoals aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage;

  • q.

    volwassen rund: rund van één jaar of ouder;

  • r.

    jong rund: rund, jonger dan één jaar;

  • s.

    zeug: varken dat heeft gebigd;

  • t.

    beer: geslachtsrijp mannelijk varken met een gewicht van 120 kg of meer;

  • u.

    vlees: vlees van slachtdieren, dat geen behandeling heeft ondergaan ter bevordering van de houdbaarheid tenzij het betreft een koelbehandeling;

  • v.

    werkdag: dag, niet zijnde een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag;

  • w.

    startretributie: toeslag op de retributie voor werkzaamheden die opéé n dag, in één aaneengesloten periode, reguliere pauzes daaronder begrepen, voor één aanbieder op één plaats worden verricht;

  • x.

    aanbieder: degene die werkzaamheden laat verrichten of wenst te laten verrichten;

  • ij.

    retributieplichtige: degene die ingevolge een of meer bepalingen van dit besluit is verplicht dan wel zal zijn verplicht tot betaling van een op grond van dit besluit vastgestelde dan wel vast te stellen retributie;

  • z.

    SKV-certificaat: certificaat dat door de Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector is afgegeven nadat door deze stichting een onderzoek is verricht op de aanwezigheid van stoffen met hormonale of anti-hormonale werking alsmede van beta-agonisten in kalveren, waarop de datum is vermeld waarop dit onderzoek laatstelijk door de stichting heeft plaatsgevonden;

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Indien slachtdieren uit de categorieën 2 tot en met 6 worden geslacht in slachterijen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 dan wel in een slachterij die op grond van artikel 9, eerste en tweede lid, van het Besluit produktie en handel vers vlees is erkend voor het slachten van zieke of van ziekte verdachte dieren en voor het verrichten van speciale noodslachtingen, is de aanbieder voor de werkzaamheden die in dat verband worden verricht, boven de in de artikelen 2 en 3 genoemde retributies, aan de RVV een extra retributie per dier verschuldigd van:

  • a.

    voor slachtdieren uit categorie 2: € 3,81;

  • b.

    voor slachtdieren uit categorie 3: € 11,58;

  • c.

    voor slachtdieren uit de categorieën 4, 5 of 6: € 21,53 indien bij de keuring van het slachtdier laboratoriumonderzoek wordt uitgevoerd.

Artikel

5

Voor de werkzaamheden in een op grond van artikel 9, eerste lid, of 10b, eerste lid, van het Besluit produktie en handel vers vlees erkende uitsnijderij, is de exploitant, de eigenaar of diens vertegenwoordiger van de uitsnijderij aan de RVV een retributie verschuldigd bestaande uit een startretributie van € 27,71, verhoogd met € 11,74 per kwartier voor iedere assistent of met € 18,22 per kwartier voor iedere keuringsdierenarts die met de werkzaamheden is belast.

Artikel

6

Voor de werkzaamheden in een op grond van artikel 9, eerste lid, van het Besluit produktie en handel vers vlees erkend koel- of vrieshuis, is de exploitant, de eigenaar of diens vertegenwoordiger van het koel- of vrieshuis aan de RVV een retributie verschuldigd bestaande uit een startretributie van € 27,71, verhoogd met € 11,74 per kwartier voor iedere assistent of met € 18,22 per kwartier voor iedere keuringsdierenarts die met de werkzaamheden is belast.

Artikel

7

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Retributieplichtigen verstrekken aan de kringdirecteur van de RVV, alsmede aan de accountantsdienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op verzoek terstond en naar waarheid alle inlichtingen die naar hun oordeel voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk zijn.

Artikel

13

In overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij kan Onze Minister nadere regels stellen ter bevordering van de uitvoering van de artikelen 2 tot en met 12.

Artikel

14

Artikel

15

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit retributies Vleeskeuringswet.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, C. I. J. M. Ross-van Dorp
De Minister van Justitie, J. P. H. Donner

Bijlage behorende bij het Besluit retributies Vleeskeuringswet (artikel 1, onder p).

Categorie 1

Volkomen normale dieren, geen enkele afwijking bij de keuring vóór het slachten aanwezig die wijst op een niet gezond zijn van het dier.

Categorie 2

Niet zieke dieren met uitwendig waarneembare plaatselijke afwijkingen, die geen risico geven voor bezoedeling van de slachtlijn. Er zou aanleiding voor een bijzondere behandeling bij de keuring na het slachten zijn.

Categorie 3

Niet zieke dieren met uitwendig waarneembare afwijkingen, die bezoedeling tijdens het slachtproces en de keuring na het slachten zouden kunnen geven. Bezoedeling van de slachtlijn is niet beheersbaar. Deze dieren hebben een voorwaardelijke vergunning tot slachten d.w.z. slachten op de bijzondere slachtplaats, waarbij de door de keuringsdierenarts gestelde bijzondere voorwaarden in acht worden genomen.

Categorie 4

Dieren met duidelijke ziekteverschijnselen inclusief verschijnselen van of verdenking op een besmettelijke veeziekte, tevens duidelijke stoornissen in de algemene gezondheidstoestand van het dier.

Categorie 5

Dieren die waar dan ook in nood zijn gedood wegens een ernstig ongeval of wegens direct gevaar voor de omgeving.

Categorie 6

Dieren die wegens ernstige ziekte direct na aanvoer op de bijzondere slachtplaats zonder keuring voor het slachten worden bedwelmd, gedood en geslacht.