Regeling aanvraag autorisatie classificatiecode vuurwerk

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
LMIP:

het Landelijk Meld- en Informatiepunt van de Inspectie Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

b.
TNO/PML:

het Prins Maurits Laboratorium van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek;

c.
defaultlijst:

lijst van reeds door TNO/PML geclassificeerd vuurwerk;

d.
vuurwerk:

consumenten- en professioneel vuurwerk vallende onder de UN-nummers 0333, 0334, 0335, 0336 en 0337.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De aanvraag om autorisatie van de classificatiecode van vuurwerk gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden:

  • a.

    naam van het vuurwerk;

  • b.

    kaliber van het vuurwerk;

  • c.

    netto explosieve massa van het vuurwerk;

  • d.

    bruto gewicht per artikel en verpakking van het vuurwerk;

  • e.

    samenstelling explosieve en pyrotechnische stoffen van het vuurwerk;

  • f.

    constructietekening van het vuurwerk,

  • g.

    omschrijving gebruikte binnen- en buitenverpakking;

  • h.

    classificatie door de fabrikant van het vuurwerk.

Artikel

5

De minister verleent de autorisatie, bedoeld in artikel 2, nadat:

  • a.

    hem is gebleken dat de classificatie overeenkomt met de classificatie volgens de defaultlijst;

  • b.

    door TNO/PML de juistheid van de classificatie is bevestigd; of

  • c.

    de aanvrager bij TNO/PML een monster van het te testen vuurwerk heeft ingeleverd, waarop door TNO/PML testprocedures zijn uitgevoerd en dit vuurwerk een classificatiecode is toebedeeld.

Artikel

6

Van de autorisatie geeft de minister een bewijs af, waarop wordt aangegeven de naam, het kaliber, de netto explosieve massa en de geautoriseerde classificatie van het vuurwerk.

Artikel

7

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.

Artikel

8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag autorisatie classificatiecode vuurwerk.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, Roelf H. deBoer