Artikel
1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
-
a.
Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
-
b.
Onze Ministers: Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
-
c.
bevoegd gezag: het gezag, bedoeld in artikel 2 van de Scheepvaartverkeerswet, met dien verstande dat:
-
1°.
voor het zeegebied dat wordt begrensd door een lijn vanuit het havenlicht op de kop van de Noorderdam (51°59’.7 N 004°02’.8 E) via boei MN 3 (52°07’.0 N 004°00’.0 E), via boei MN 2 (52°07’.4 N 003°51’.4 E), via boei MNW 2 (52°07’.4 N 003°45’.0 E), via boei MNW 3-MW 6 (52°04’.8 N 003°41’.0 E), via boei MW 5 (51°57’.2 N 003°42’.0 E) naar 51°58’.0 N 003°56’.9 E en vervolgens naar boei MV-C (51°57’.8 N 003°56’.7 E), vandaar naar boei MV-B (51°56’.5 N 003°57’.2 E), vandaar naar boei MV-A (51°55’.5 N 003°57’.8 E) en dan naar 51°54’.9 N 003°59’.6 E, alsmede de Maasmond, het Beerkanaal, het Calandkanaal, het Hartelkanaal, de Nieuwe Waterweg, de Nieuwe Maas voor zover gelegen benedenstrooms kilometerraai 991,7, de Oude Maas voor zover gelegen benedenstrooms kilometerraai 998, en de aan deze scheepvaartwegen gelegen havens en verbindingen, voor zover die in beheer zijn bij het Rijk;
-
2°.
voor het gedeelte van de territoriale zee met een straal van 12 zeemijlen vanuit de koppen van de havenhoofden te IJmuiden, de IJ-Geul, de buitenhaven van IJmuiden, het Noorder- en Zuiderbuitenkanaal, het verbindingskanaal daartussen en de buitentoeleidingskanalen naar de Noordzeesluizen te IJmuiden, alsmede het buitenspuikanaal, de Noordzeesluizen te IJmuiden, de binnentoeleidingskanalen naar de Noordzeesluizen te IJmuiden, de 1e, 2e en 3e rijksbinnenhaven, het binnenspuikanaal en de Staalhaven, alsmede het binnenspuikanaal te IJmuiden, zijkanaal A naar Beverwijk en zijkanaal G naar Zaandam tot aan de Dr. J.M. den Uyl brug, het Noordzeekanaal en het IJ, voor zover gelegen ten westen van kilometerraai 21.250 en de aan de genoemde scheepvaartwegen gelegen havenbekkens, voor zover die in beheer zijn bij het Rijk; en
-
3°.
voor de scheepvaartwegen Schulpengat, Molengat, Rede van Den Helder, de Marinehaven Willemsoord en de Veerhaven van Den Helder, aan de westzijde begrensd door een lijn door de punten:
1°. 52°52'.9 NB, 04°42'.9 OL (lichtopstand «Grote Kaap»),
2°. 52°52'.9 NB, 04°38'.0 OL,
3°. 52°54'.7 NB, 04°34'.8 OL,
4°. 52°56'.8 NB, 04°33'.9 OL,
5°. 53°00'.3 NB, 04°35'.4 OL,
6°. 53°03'.6 NB, 04°39'.3 OL,
7°. 53°03'.8 NB, 04°43'.4 OL (paal 15, Texel), en aan de oostzijde begrensd door een lijn door de punten:
8°. 53°01'.4 NB, 04°48'.7 OL,
9°. 53°00'.7 NB, 04°50'.8 OL,
10°. 52°59'.7 NB, 04°52'.3 OL,
11°. 52°59'.3 NB, 04°52'.6 OL,
12°. 52°58'.2 NB, 04°50'.0 OL,
13°. 52°57'.9 NB, 04°48'.1 OL;
de bij besluit door Onze Minister aangewezen en in de Staatscourant gepubliceerde persoon het bevoegd gezag is;
-
1°.
-
d.
verkeersbegeleidend systeem: een systeem, ingesteld teneinde de veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer en de bescherming van het mariene milieu te bevorderen en dat een of meer verkeerscentrales of verkeersposten omvat;
-
e.
deelexamen: elk examen ter toetsing van de kennis en vaardigheden op de in artikel 16 en 17 genoemde vakgebieden;
-
f.
regionale kwalificatie: de op grond van een regionaal examen vastgestelde geschiktheid om verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen te geven in een daarbij aangegeven verkeersbegeleidend systeem dan wel op een of meer verkeerscentrales of verkeersposten;
-
g.
boekje «VTS-kwalificatie»: het boekje waarin de regionale kwalificatie wordt aangetekend en dat een integraal onderdeel uitmaakt van het basisdiploma;
-
h.
verkeersdienstsimulator: een didactisch hulpmiddel dat in staat is als een integraal geheel de functionaliteit van een verkeersbegeleidend systeem op een enkelvoudige verkeerspost dan wel één of meer verkeerscentrales na te bootsen;
-
i.
vaarbekwaamheidsbewijs politie: vaarbekwaamheidsbewijs voor het zijn van schipper van een klein politievaartuig op rivieren, kanalen en meren, of voor het zijn van schipper van een klein politievaartuig op alle binnenwateren, afgegeven door de politie, dan wel tussen 1 januari 2013 en 1 april 1994 afgegeven door het Korps landelijke politiediensten of voor 1 april 1994 afgegeven door het Korps Rijkspolitie;
-
j.
klein vaarbewijs: het klein vaarbewijs, bedoeld in artikel 16 van het Binnenvaartbesluit, of een document dat daarvoor op grond van artikel 32, eerste en tweede lid, van de Binnenvaartwet en artikel 17, tweede, derde en vierde lid, van het Binnenvaartbesluit in de plaats treedt;
-
k.
groot vaarbewijs: het groot vaarbewijs, bedoeld in artikel 14 van het Binnenvaartbesluit, of een document dat daarvoor op grond van artikel 32, eerste en tweede lid, van de Binnenvaartwet en artikel 17, tweede, derde en vierde lid, van het Binnenvaartbesluit in de plaats treedt.