Besluit van 4 december 2002, houdende regels met betrekking tot de bevoegdheid tot het geven van verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen en de daartoe aan de bevoegde personen te stellen eisen (Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer)

Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 20 september 2001, nr. DGG/J-01/006295, Directoraat-Generaal Goederenvervoer, Stafafdeling Wetgeving, bestuurlijke en juridische zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 9 november 2001, nr. W09.01.0492/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 27 november 2002, nr. HDJZ/SCH/2002–53, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • b.

    Onze Ministers: Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie;

  • c.

    bevoegd gezag: het gezag, bedoeld in artikel 2 van de Scheepvaartverkeerswet, met dien verstande dat:

    • 1°.

      voor het zeegebied dat wordt begrensd door een lijn vanuit het havenlicht op de kop van de Noorderdam (51°59’.7 N 004°02’.8 E) via boei MN 3 (52°07’.0 N 004°00’.0 E), via boei MN 2 (52°07’.4 N 003°51’.4 E), via boei MNW 2 (52°07’.4 N 003°45’.0 E), via boei MNW 3-MW 6 (52°04’.8 N 003°41’.0 E), via boei MW 5 (51°57’.2 N 003°42’.0 E) naar 51°58’.0 N 003°56’.9 E en vervolgens naar boei MV-C (51°57’.8 N 003°56’.7 E), vandaar naar boei MV-B (51°56’.5 N 003°57’.2 E), vandaar naar boei MV-A (51°55’.5 N 003°57’.8 E) en dan naar 51°54’.9 N 003°59’.6 E, alsmede de Maasmond, het Beerkanaal, het Calandkanaal, het Hartelkanaal, de Nieuwe Waterweg, de Nieuwe Maas voor zover gelegen benedenstrooms kilometerraai 991,7, de Oude Maas voor zover gelegen benedenstrooms kilometerraai 998, en de aan deze scheepvaartwegen gelegen havens en verbindingen, voor zover die in beheer zijn bij het Rijk;

    • 2°.

      voor het gedeelte van de territoriale zee met een straal van 12 zeemijlen vanuit de koppen van de havenhoofden te IJmuiden, de IJ-Geul, de buitenhaven van IJmuiden, het Noorder- en Zuiderbuitenkanaal, het verbindingskanaal daartussen en de buitentoeleidingskanalen naar de Noordzeesluizen te IJmuiden, alsmede het buitenspuikanaal, de Noordzeesluizen te IJmuiden, de binnentoeleidingskanalen naar de Noordzeesluizen te IJmuiden, de 1e, 2e en 3e rijksbinnenhaven, het binnenspuikanaal en de Staalhaven, alsmede het binnenspuikanaal te IJmuiden, zijkanaal A naar Beverwijk en zijkanaal G naar Zaandam tot aan de Dr. J.M. den Uyl brug, het Noordzeekanaal en het IJ, voor zover gelegen ten westen van kilometerraai 21.250 en de aan de genoemde scheepvaartwegen gelegen havenbekkens, voor zover die in beheer zijn bij het Rijk; en

    • 3°.

      voor de scheepvaartwegen Schulpengat, Molengat, Rede van Den Helder, de Marinehaven Willemsoord en de Veerhaven van Den Helder, aan de westzijde begrensd door een lijn door de punten:

      1°. 52°52'.9 NB, 04°42'.9 OL (lichtopstand «Grote Kaap»),

      2°. 52°52'.9 NB, 04°38'.0 OL,

      3°. 52°54'.7 NB, 04°34'.8 OL,

      4°. 52°56'.8 NB, 04°33'.9 OL,

      5°. 53°00'.3 NB, 04°35'.4 OL,

      6°. 53°03'.6 NB, 04°39'.3 OL,

      7°. 53°03'.8 NB, 04°43'.4 OL (paal 15, Texel), en aan de oostzijde begrensd door een lijn door de punten:

      8°. 53°01'.4 NB, 04°48'.7 OL,

      9°. 53°00'.7 NB, 04°50'.8 OL,

      10°. 52°59'.7 NB, 04°52'.3 OL,

      11°. 52°59'.3 NB, 04°52'.6 OL,

      12°. 52°58'.2 NB, 04°50'.0 OL,

      13°. 52°57'.9 NB, 04°48'.1 OL;

      de bij besluit door Onze Minister aangewezen en in de Staatscourant gepubliceerde persoon het bevoegd gezag is;

  • d.

    verkeersbegeleidend systeem: een systeem, ingesteld teneinde de veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer en de bescherming van het mariene milieu te bevorderen en dat een of meer verkeerscentrales of verkeersposten omvat;

  • e.

    deelexamen: elk examen ter toetsing van de kennis en vaardigheden op de in artikel 16 en 17 genoemde vakgebieden;

  • f.

    regionale kwalificatie: de op grond van een regionaal examen vastgestelde geschiktheid om verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen te geven in een daarbij aangegeven verkeersbegeleidend systeem dan wel op een of meer verkeerscentrales of verkeersposten;

  • g.

    boekje «VTS-kwalificatie»: het boekje waarin de regionale kwalificatie wordt aangetekend en dat een integraal onderdeel uitmaakt van het basisdiploma;

  • h.

    verkeersdienstsimulator: een didactisch hulpmiddel dat in staat is als een integraal geheel de functionaliteit van een verkeersbegeleidend systeem op een enkelvoudige verkeerspost dan wel één of meer verkeerscentrales na te bootsen;

  • i.

    vaarbekwaamheidsbewijs politie: vaarbekwaamheidsbewijs voor het zijn van schipper van een klein politievaartuig op rivieren, kanalen en meren, of voor het zijn van schipper van een klein politievaartuig op alle binnenwateren, afgegeven door de politie, dan wel tussen 1 januari 2013 en 1 april 1994 afgegeven door het Korps landelijke politiediensten of voor 1 april 1994 afgegeven door het Korps Rijkspolitie;

  • j.

    klein vaarbewijs: het klein vaarbewijs, bedoeld in artikel 16 van het Binnenvaartbesluit, of een document dat daarvoor op grond van artikel 32, eerste en tweede lid, van de Binnenvaartwet en artikel 17, tweede, derde en vierde lid, van het Binnenvaartbesluit in de plaats treedt;

  • k.

    groot vaarbewijs: het groot vaarbewijs, bedoeld in artikel 14 van het Binnenvaartbesluit, of een document dat daarvoor op grond van artikel 32, eerste en tweede lid, van de Binnenvaartwet en artikel 17, tweede, derde en vierde lid, van het Binnenvaartbesluit in de plaats treedt.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De personen die verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen geven anders dan bedoeld in artikel 3, kunnen slechts worden aangewezen indien zij naar het oordeel van het bevoegd gezag beschikken over voldoende kundigheid of werkervaring, dan wel indien zij naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende opleiding hebben genoten.

Artikel

5

De ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die in het bezit is van een vaarbekwaamheidsbewijs politie alsmede van een groot vaarbewijs of van een groot patent, is bevoegd tot het geven van verkeersaanwijzingen anders dan bedoeld in artikel 3, aan de schipper van een schip dat zich bevindt op de scheepvaartwegen waarop het Binnenvaartpolitiereglement, het Scheepvaartreglement Eemsmonding, het Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas, het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990, het Scheepvaartreglement territoriale zee of het Rijnvaartpolitiereglement 1995 van toepassing is.

Artikel

6

De ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die in het bezit is van een vaarbekwaamheidsbewijs politie en niet van een groot vaarbewijs of van een groot patent, is op de in artikel 5 bedoelde scheepvaartwegen bevoegd tot het geven van verkeersaanwijzingen anders dan bedoeld in artikel 3, aan:

Artikel

7

De ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die niet in het bezit is van een vaarbekwaamheidsbewijs politie en niet van een groot vaarbewijs of van een groot patent, is op de in artikel 5 bedoelde scheepvaartwegen bevoegd tot het geven van verkeersaanwijzingen anders dan bedoeld in artikel 3, aan:

Artikel

8

Onze Ministers kunnen voor de toepassing van de artikelen 5 tot en met 7 een ander bewijs van bekwaamheid met het vaarbekwaamheidsbewijs politie gelijkstellen.

Hoofdstuk

2

De examencommissies en de commissie van gecommitteerden

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Hoofdstuk

3

De examens

Artikel

15

Er wordt tenminste eenmaal per jaar de mogelijkheid geboden een landelijk examen, een regionaal examen, een herhalingstoets dan wel een of meerdere deelexamens af te leggen.

Artikel

16

Het landelijk examen bestaat uit deelexamens over de volgende vakgebieden:

  • a.

    algemene communicatie en communicatieprocedures;

  • b.

    nautische kennis;

  • c.

    verkeersdienstapparatuur;

  • d.

    relevante wet- en regelgeving;

  • e.

    topografie;

  • f.

    verkeersdienst;

  • g.

    verkeerszaken, en

  • h.

    praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator.

Artikel

17

Een regionaal examen bestaat uit deelexamens over de volgende vakgebieden:

  • a.

    regionale communicatieprocedures;

  • b.

    regionale nautische kennis;

  • c.

    regionale verkeersdienstapparatuur;

  • d.

    regionale scheepvaartverkeersreglementering;

  • e.

    regionale topografie;

  • f.

    regionale verkeersdienst;

  • g.

    regionale verkeerszaken, en

  • h.

    regionale praktijkvaardigheid.

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Onze Minister stelt het model vast van deelcertificaten, het basisdiploma en het bijbehorende boekje «VTS-kwalificatie».

Artikel

23

Een duplicaat van een uitgereikt basisdiploma of het bijbehorende boekje« VTS-kwalificatie» wordt slechts afgegeven, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat het oorspronkelijke basisdiploma of het oorspronkelijke boekje «VTS-kwalificatie» verloren of in het ongerede is geraakt.

Artikel

24

Indien na het afleggen van een examen blijkt dat de kandidaat tijdens het examen bedrog heeft gepleegd of zich aan enige andere onregelmatigheid heeft schuldig gemaakt, kan de voorzitter van de desbetreffende examencommissie, na overleg met deze commissie, de kandidaat het basisdiploma met het bijbehorende boekje «VTS-kwalificatie» onthouden of het reeds uitgereikte diploma met het bijbehorende boekje «VTS-kwalificatie» intrekken.

Artikel

25

Artikel

26

Indien zich tijdens een examen situaties voordoen waarin dit besluit dan wel de krachtens dit besluit vastgestelde regels niet voorzien, beslist de voorzitter van de desbetreffende examencommissie.

Artikel

27

Artikel

28

Hoofdstuk

4

Bepaling met betrekking tot de eemsmonding

Artikel

29

Dit besluit is niet van toepassing indien verkeersinformatie wordt gegeven krachtens de op 9 december 1980 te Bonn tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de gemeenschappelijke informatie en begeleiding van de scheepvaart in de Eemsmonding door middel van walradar- en hoogfrequent-radio-installaties, met bijlagen (Trb. 1981, 2).

Hoofdstuk

5

Overgangsbepalingen

Artikel

30

Artikel

31

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

33

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer.

Artikel

34

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat, R. H. de Boer
De Minister van Justitie, J. P. H. Donner