Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
afvalverbrandingsinstallatie: technische eenheid waarin bij de reiniging van rookgassen ontstaan afvalwater wordt gezuiverd en die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor:
-
1°.
de verbranding door oxidatie van afvalstoffen,
-
2°.
een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
-
3°.
de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;
-
1°.
-
b.
meeverbrandingsinstallatie: technische eenheid waarin bij de reiniging van rookgassen ontstaan afvalwater wordt gezuiverd en die in hoofdzaak is bestemd voor de opwekking van energie of de vervaardiging van producten en waarin afvalstoffen of de producten van thermische behandeling als brandstof worden gebruikt of afvalstoffen thermisch worden behandeld ten behoeve van verwijdering;
-
c.
verbrandingsinstallatie: afvalverbrandingsinstallatie of meeverbrandingsinstallatie;
-
d.
afvalwaterzuiveringsinrichting: afvalwaterzuiveringsinrichting waarin bij de reiniging van rookgassen ontstaan afvalwater wordt gezuiverd en welke geen deel uitmaakt van een verbrandingsinstallatie;
-
e.
beheerder: degene die een inrichting drijft waarbinnen zich een verbrandingsinstallatie bevindt dan wel degene die een afvalwaterzuiveringsinrichting beheert;
-
f.
Wtw-bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 6.1 van de Waterwet;
-
g.
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te verlenen;
-
h.
verlener van een vergunning: Wtw-bevoegd gezag of bevoegd gezag;
-
i.
lozen: brengen van:
-
1°.
stoffen in een oppervlaktewaterlichaam;
-
2°.
afvalwater of andere afvalstoffen in een openbaar hemelwaterstelsel, een openbaar ontwateringstelsel, een openbaar vuilwaterriool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, of
-
3°.
stoffen op een zuiveringtechnisch werk met behulp van een werk niet zijnde een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.
-
1°.