Besluit van 17 december 2002, houdende vaststelling van het Besluit fiscale eenheid 2003

Besluit fiscale eenheid 2003

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 7 oktober 2002, WDB2002/563M;
De Raad van State gehoord (advies van 30 oktober 2002, No. W06.02 0446/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 13 december 2002, WDB2002/827;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

Algemeen en definities

Artikel

2

Aandeel met bijzondere rechten

Voor de beoordeling of de aandelen waarvan de moedermaatschappij of de topmaatschappij de gehele juridische en economische eigendom bezit gezamenlijk in alle gevallen recht geven op ten minste 95% van de winst en ten minste 95% van het vermogen van een andere maatschappij als bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, van de wet wordt, indien er één bijzonder aandeel is, waarvan de moedermaatschappij of de topmaatschappij niet de gehele juridische of economische eigendom bezit, met een symbolische nominale waarde en een recht op de winst van minder dan 10% van die waarde, deze gerechtigdheid tot de winst buiten beschouwing gelaten.

Artikel

3

Niet naar Nederlands recht opgerichte lichamen vergelijkbaar met naar Nederlands recht opgerichte lichamen

Vervallen

Artikel

4

Levering gehele juridische eigendom niet gelijktijdig met die van de gehele economische eigendom van aandelen in een lichaam. Overgang gehele economische eigendom kort na aanvang boekjaar

Artikel

5

Moedermaatschappij opgericht bij aangaan fiscale eenheid; door fiscale eenheid in de loop van een boekjaar opgerichte dochtermaatschappij; boekjaar te voegen dochtermaatschappij valt statutair nog niet samen met boekjaar moedermaatschappij

Hoofdstuk

II

Generieke bepalingen bij een fiscale eenheid

Afdeling

1

De totstandkoming van de fiscale eenheid

Artikel

6

Formaliteiten ten aanzien van het verzoek, vermogensopstelling op het voegingstijdstip en moment van inbreng bij nieuw opgerichte dochtermaatschappij

Artikel

7

Overgang nog niet uitgewerkte aanspraken en voorwaardelijke verplichtingen

Een bij een maatschappij op het voegingstijdstip nog niet uitgewerkte aanspraak op willekeurige afschrijvingen, aanvullende aftrekken ten laste van de winst of reserveringen van winst en op dat tijdstip bestaande voorwaardelijke verplichtingen van winstvermeerderingen gaan over op de fiscale eenheid.

Artikel

7b

Voeging wegens stakingsverlies

Afdeling

2

Bepalingen tijdens de fiscale eenheid

Artikel

8

Verplichtingen van maatschappijen

Artikel

9

Waardering van activa en passiva

De door een lichaam gekozen gedragslijn met betrekking tot de waardering van activa en passiva en de vorming van reserves wordt na het opgenomen zijn van dat lichaam in een fiscale eenheid voortgezet met betrekking tot bij dat lichaam op het voegingstijdstip aanwezige activa, passiva en reserves.

Artikel

10

Aandelen in dochtermaatschappij die niet in bezit zijn van de fiscale eenheid

Afdeling

3

Aftrek voorvoegingsrenten, verrekening voorvoegingsverliezen en verrekening voorvoegingsvoorheffingen

Artikel

10a

Volgorde in aftrek brengen van voorvoegingsrenten

Artikel

11

Uitsluiting voorvoegingsverliezen

Voor zover voorvoegingsverliezen van een maatschappij reeds voor het voegingstijdstip van die maatschappij bij een andere, van de fiscale eenheid deel uitmakende maatschappij tot uitdrukking zijn gekomen in de vorm van een vermindering van in aanmerking te nemen winst, kunnen deze verliezen niet worden verrekend met de belastbare winst van de fiscale eenheid.

Artikel

12

Volgorde horizontale verliesverrekening en verrekening van voorvoegingsverliezen

Artikel

12a

Volgorde verrekening voorvoegingsvoorheffingen

Afdeling

4

De verbreking van de fiscale eenheid

Artikel

13

Vermogensopstelling

Artikel

14

Vervreemding aandelen, bedrijfsfusie, fusie of splitsing: moment vervreemding, overdracht of overgang; verschuiving ontvoegingstijdstip naar aanvang boekjaar

Artikel

15

Toerekening opgeofferde bedrag

Vervallen

Artikel

16

Berekening liquidatieverlies met betrekking tot een tussenholding na ontvoeging

Indien tot het vermogen van een ontvoegde dochtermaatschappij een deelneming behoort, wordt voor de toepassing van artikel 13d, zevende lid, van de wet geen rekening gehouden met waardeveranderingen van die deelneming welke tot uiting zijn gekomen in het voor die dochtermaatschappij opgeofferde bedrag.

Artikel

16a

Toepassing innovatiebox en CFC-maatregel na ontvoeging

Hoofdstuk

III

Specifieke bepalingen bij een juridische splitsing of juridische fusie binnen fiscale eenheid

Artikel

17

Splitsing van dochtermaatschappij binnen fiscale eenheid

Artikel

18

Juridische fusie van dochtermaatschappij binnen fiscale eenheid

Artikel

18a

Aansluitende fiscale eenheid na juridische fusie of splitsing

Hoofdstuk

IV

Specifieke bepalingen bij een fiscale eenheid tussen verzekeraars en niet-verzekeraars en tussen verzekeraars onderling

Afdeling

1

Definities

Artikel

19

Afdeling

2

Bepalingen inzake jaarlijkse toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve bij een fiscale eenheid tussen een verzekeraar en een niet-verzekeraar

Artikel

20

Indien een verzekeraar een fiscale eenheid vormt met een belastingplichtige op wie het besluit verzekeraars 2001 niet van toepassing is, worden de toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve, bedoeld in de artikelen 9, 10 en 11 van het besluit verzekeraars 2001, bepaald alsof de verzekeraar geen deel uitmaakt van de fiscale eenheid, met dien verstande dat:

Afdeling

3

Bepalingen bij een fiscale eenheid tussen verzekeraars en niet-verzekeraars en tussen verzekeraars onderling wat betreft toets egalisatiereserve aan het vermogen

Artikel

21

Afdeling

4

Verdeling egalisatiereserve bij een fiscale eenheid tussen verzekeraars en niet-verzekeraars en tussen verzekeraars onderling bij ontvoeging

Artikel

22

Indien de ontvoeging betreft een verzekeraar en er bij die ontvoeging nog een of meer verzekeraars achterblijven dan wel de ontvoeging betreft meer dan een verzekeraar, wordt de egalisatiereserve van de fiscale eenheid zodanig verdeeld over de verzekeraars dat bij de afzonderlijke verzekeraar de egalisatiereserve niet uitgaat boven het laagste van de volgende bedragen:

  • a.

    het vermogen van die verzekeraar, verminderd met het gestorte kapitaal en met de overige toelaatbare reserves van die verzekeraar. Hierbij worden voor het bepalen van het vermogen mede als schulden aangemerkt de bij het bepalen van de winst niet in aftrek komende uitdelingen en daarmee gelijkgestelde betalingen die na ontvoeging plaatsvinden en betrekking hebben op tijdvakken van daarvoor. Indien het betreft een verzekeraar die achterblijft in de fiscale eenheid, wordt het vermogen vermeerderd met een evenredig gedeelte van de fictieve verhoging van de vermogensruimte die op de voet van artikel 21 is toegepast aan het einde van het laatste jaar voorafgaande aan de ontvoeging;

  • b.

    het voor die verzekeraar in artikel 8 of in artikel 19 van het besluit verzekeraars 2001 gestelde maximum.

De verdeling van de egalisatiereserve van de fiscale eenheid over de verzekeraars geschiedt zoveel mogelijk naar verhouding van de voor de afzonderlijke verzekeraars geldende laagste van de bedragen bedoeld in de eerste volzin, onderdelen a en b.

Afdeling

5

Calamiteitenreserve

Artikel

23

Het bepaalde in de artikelen 20, 21 en 22 met betrekking tot een egalisatiereserve is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een calamiteitenreserve.

Hoofdstuk

V

Specifieke bepalingen bij een fiscale eenheid van beleggingsinstellingen

Afdeling

1

Definitie

Afdeling

2

Bij de totstandkoming van een fiscale eenheid

Artikel

25

Uit te delen winst, uitdelingstekorten, afrondingsreserve en voorvoegingsverlies

Afdeling

3

Bij de verbreking van een fiscale eenheid

Artikel

26

Uitdelingstekorten

Artikel

27

Herbeleggingsreserve en afrondingsreserve

Hoofdstuk

VI

Specifieke bepalingen voor een coöperatie bij het einde van een fiscale eenheid met die coöperatie als moedermaatschappij

Artikel

28

Hoofdstuk

VII

Specifieke bepalingen bij een fiscale eenheid met een buitenlandse belastingplichtige, een tussenmaatschappij of een topmaatschappij

Afdeling

1

Algemene bepalingen

Artikel

29

Definities

Artikel

30

Toepassing voorwaarden

Artikel

31

Terminologie

Afdeling

2

Fiscale eenheid met een buitenlands belastingplichtige moedermaatschappij

Artikel

32

Voorwerp van de belasting; terminologie

Artikel

33

Rechtsverhoudingen tussen hoofdhuis van moedermaatschappij en dochtermaatschappijen

Rechtsverhoudingen tussen een dochtermaatschappij van een fiscale eenheid en het hoofdhuis van een buitenlandse belastingplichtige die als moedermaatschappij deel uitmaakt van die fiscale eenheid en uit die rechtsverhoudingen voortvloeiende betalingen, worden bij het bepalen van de winst van de fiscale eenheid in aanmerking genomen als ware er geen fiscale eenheid.

Afdeling

3

Fiscale eenheid met een buitenlands belastingplichtige dochtermaatschappij

Artikel

34

Voorwerp van de belasting

Artikel

35

Buitenlands belastingplichtige dochtermaatschappij waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is

Artikel

36

Buitenlands belastingplichtige dochtermaatschappij waarop de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is

Artikel

37

Waarderingsvoorschrift voor buitenlandse belastingplichtige bij voeging of ontvoeging niet van toepassing

Afdeling

3a

Fiscale eenheid met een belang in een tussenmaatschappij

Artikel

38

Belang in tussenmaatschappij waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is

Artikel

38a

Belang in tussenmaatschappij waarop de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is

Afdeling

4

Voortzetting fiscale eenheid bij zetelverplaatsing

Artikel

39

Zetelverplaatsing naar Nederland

Artikel

40

Zetelverplaatsing naar het buitenland

Afdeling

5

Voortzetting fiscale eenheid in andere situaties dan zetelverplaatsing

Artikel

41

Fiscaal geruisloze voortzetting fiscale eenheid bij beëindiging fiscale eenheid ingevolge artikel 15, tiende lid, onderdelen d, e, f of g, van de wet

Hoofdstuk

VIII

Voorkoming dubbele belasting

Artikel

42

Delegatiebevoegdheid inzake voorrangsregeling buitenlandse bronbelasting

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de toedeling van de winst van een fiscale eenheid en te verrekenen buitenlandse belasting in het kader van het verlenen van verminderingen ter voorkoming van dubbele belasting in situaties waarin dit hoofdstuk van toepassing is.

Artikel

43

Doorgeschoven en in te halen buitenlandse winst van vóór het voegingstijdstip

Vervallen

Artikel

44

Voortgewentelde buitenlandse bronbelasting van vóór het voegingstijdstip

Artikel

45

Voortgewentelde belasting bij passieve winst uit buitenlandse onderneming van vóór het voegingstijdstip

Vervallen

Artikel

46

Over het ontvoegingstijdstip door te schuiven en in te halen buitenlandse winst

Vervallen

Artikel

47

Over het ontvoegingstijdstip voort te wentelen bronbelasting

In geval van ontvoeging van een maatschappij gaan de ingevolge voorschriften ter voorkoming van dubbele belasting naar een volgend jaar ter verrekening voort te wentelen bedragen aan vanwege een andere mogendheid geheven belasting over op die maatschappij voorzover die belasting van die maatschappij is geheven.

Artikel

48

Over het ontvoegingstijdstip voort te wentelen belasting bij passieve winst uit buitenlandse onderneming

Vervallen

Hoofdstuk

VIIIA

Deelnemingsverrekening en verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten

Artikel

48a

Delegatiebevoegdheid inzake voorrangsregeling inzake voordelen laagbelaste beleggingsdeelnemingen en deelnemingsverrekening

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de toedeling van voordelen uit hoofde van laagbelaste beleggingsdeelnemingen en deelnemingsverrekening.

Artikel

48b

Deelnemingsverrekening van vóór het voegingstijdstip

Artikel

48c

Deelnemingsverrekening na ontvoeging

In geval van ontvoeging van een maatschappij gaat de naar een volgend jaar overgebrachte deelnemingsverrekening over op die maatschappij voor zover deze deelnemingsverrekening betrekking heeft op een periode waarin de aandelen in de laagbelaste beleggingsdeelneming tot het vermogen behoorden van die maatschappij.

Artikel

48d

Verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten

Bij de toepassing van artikel 23d van de wet bij een maatschappij die wordt gevoegd of ontvoegd zijn de artikelen 48a, 48b en 48c van overeenkomstige toepassing. Hierbij wordt voor de overeenkomstige toepassing van artikel 48b, tweede lid, uitgegaan van het gezamenlijke bedrag aan winst uit buitenlandse onderneming waarop ingevolge artikel 15e, zevende lid, van de wet de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten geen toepassing vindt.

Hoofdstuk

VIIIB

Overgangsrecht ten gevolge van wijzigingsbesluiten

Artikel

48e

Overgangsrecht in verband met invoering objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten per 1 januari 2012

Hoofdstuk

VIIIC

Overgangsrecht ten gevolge van overgangsbepalingen in de wet

Hoofdstuk

IX

Slotbepalingen

Artikel

49

Inwerkingtreding

Artikel

50

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit fiscale eenheid 2003.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Financiën, S. R. A. van Eijck
De Minister van Justitie, J. P. H. Donner