Artikel
I
Wijzigt de Wet luchtvaart.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet luchtvaart.
De houder van een burgerluchtvaartuig waarvoor bij de inwerkingtreding van deze wet een bewijs van luchtwaardigheid of een ontheffing als bedoeld in artikel 3.21 is afgegeven, dient zijn aanvraag voor een (voorlopig) geluidscertificaat, een (voorlopige) geluidsverklaring of (voorlopige) aanvullende geluidsverklaring in, tegelijkertijd met de eerstvolgende aanvraag tot afgifte of verlenging van het bewijs van luchtwaardigheid van dat luchtvaartuig, dan wel tot afgifte of verlenging van de ter zake verleende ontheffing.
Documenten omtrent de geluidsproductie van een burgerluchtvaartuig welke zijn afgegeven voor de inwerkingtreding van deze wet vervallen op de dag waarop ingevolge deze wet dat luchtvaartuig voorzien dient te zijn van een (voorlopig) geluidscertificaat, een (voorlopige) geluidsverklaring of een (voorlopige) aanvullende geluidsverklaring.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan alsmede voor daarbij aan te geven categorieën luchtvaartuigen verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.