Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 20 december 2002, nr. SAS/2002102583, houdende regels met betrekking tot subsidies aan gemeenten om hen te stimuleren tot het verminderen van milieudruk door het bevorderen van preventie en scheiding van huishoudelijke afvalstoffen en door het optimaliseren van vergunningverlening en handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing 2003

Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2003

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

Artikel

1

(Begripsomschrijvingen)

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    samenwerkingsverband: verband van twee of meer Nederlandse gemeenten die aan de hand van een regeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, dan wel van een schriftelijke verklaring kunnen aantonen dat zij samenwerken bij het uitvoeren van projecten als bedoeld onder i, j, l, m, n en o;

  • b.

    afvalpreventie: het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen of het verminderen van de milieuschadelijkheid daarvan door interne nuttige toepassing of reductie aan de bron;

  • c.

    afvalscheiding: het scheiden en gescheiden houden van afvalstoffen en deze gescheiden afgeven;

  • d.

    energiebesparing: verbeteren van de energie-efficiency door het treffen van maatregelen binnen een inrichting;

  • e.

    sorteeranalyse: sorteeranalyse die is uitgevoerd overeenkomstig de Richtlijn Sorteeranalyse van het Afval Overleg Orgaan;

  • f.

    huishoudelijke afvalstoffen: groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton, glas, textiel, wit- en bruingoed, klein chemisch afval en grove huishoudelijke afvalstoffen;

  • g.

    nulmeting: inventarisatie van gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, volgens de opgave in de bijlage bij deze regeling;

  • h.

    plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen: beschrijving van feitelijk voorgenomen activiteiten ter bereiking van het in artikel 2, onder a, beschreven doel, waarin in elk geval de volgende onderdelen zijn uitgewerkt en opgenomen:

    • 1°.

      activiteiten, gericht op het optimaliseren van afvalscheiding, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft; de activiteiten hebben in elk geval betrekking op twee huishoudelijke afvalstoffen, daaronder begrepen de afvalstof waarvan op grond van een sorteeranalyse is gebleken dat deze, gerekend in kilogrammen, het grootste aandeel heeft in de te verwijderen afvalstoffen;

    • 2°.

      activiteiten, gericht op het optimaliseren van afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft;

    • 3°.

      communicatie-activiteiten met burgers ten behoeve van afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft;

    • 4°.

      monitoring;

  • i.

    basisproject huishoudelijke afvalstoffen: samenhangend geheel van activiteiten, inhoudende het uitvoeren van een nulmeting en, gebaseerd op de resultaten daarvan, het opstellen van een plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen;

  • j.

    plusproject huishoudelijke afvalstoffen: samenhangend geheel van activiteiten, inhoudende het uitvoeren van een plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen;

  • k.

    beleidsplan inrichtingen: beschrijving van voorgenomen activiteiten ter bereiking van het in artikel 2, onder b, beschreven doel, waarin in elk geval de volgende onderdelen zijn uitgewerkt en opgenomen:

    • 1°.

      de samenstelling van het gemeentelijk inrichtingenbestand;

    • 2°.

      het bestaande niveau van vergunningverlening en handhaving en de aanwezige kennis en vaardigheden met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing;

    • 3°.

      maatregelen, gericht op het verhogen van het in onderdeel 2o bedoelde niveau om daarmee uiterlijk op 31 december 2005 voor vergunningverlening en handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing een adequaat niveau te hebben bereikt;

    • 4°.

      monitoring;

  • l.

    beleidsproject inrichtingen: samenhangend geheel van activiteiten, inhoudende het opstellen van een beleidsplan inrichtingen, gericht op het actualiseren van bestaand beleid of het opstellen van nieuw beleid;

  • m.

    kennisproject inrichtingen: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het verkrijgen van specifieke kennis en vaardigheden op het gebied van vergunningverlening en handhaving betreffende afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing of op het vergroten van de toegankelijkheid tot specifieke kennis en vaardigheden;

  • n.

    uitvoeringsproject inrichtingen: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op:

    • 1°.

      verbetering van vergunningverlening of handhaving op het gebied van afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing, of

    • 2°.

      stimulering van categorieën van inrichtingen tot het nemen van maatregelen op het gebied van afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing, waarbij de wijze en het tijdstip waarop vergunningverlening of handhaving plaatsvindt, is aangegeven;

  • o.

    combinatieproject inrichtingen: een project waarin een kennis- en een uitvoeringsproject inrichtingen zijn samengevoegd;

  • p.

    groep: economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1°.

      een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon die direct of indirect:

      • -

        meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • -

        volledig aansprakelijk vennoot is van, of

      • -

        overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

    • 2°.

      laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

  • q.

    Novem: Nederlandse organisatie voor energie en milieu.

Artikel

2

(Doel)

Op grond van deze regeling wordt subsidie verleend aan gemeenten of samenwerkings-verbanden voor:

  • a.

    het nemen van maatregelen om het niveau van afvalpreventie en afvalscheiding, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, te verhogen om daarmee de milieudruk, veroorzaakt door het verwijderen van deze afvalstoffen, te verminderen;

  • b.

    het optimaliseren van vergunningverlening en handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing om daarmee de milieudruk, veroorzaakt door te verwijderen afvalstoffen en het energieverbruik binnen inrichtingen, te verminderen.

Artikel

3

(Voorwaarden)

Artikel

4

(Beoordelingscriteria)

Artikel

5

(Afwijzingsgronden)

Een aanvraag tot subsidieverlening wordt afgewezen indien:

  • a.

    niet wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3;

  • b.

    op grond van de aspecten, genoemd in artikel 4, wordt vastgesteld dat het project een te geringe of onevenwichtige bijdrage levert aan de doelstelling van deze regeling;

  • c.

    voor een project als bedoeld in artikel 1, onder m, n of o, de subsidiabele kosten van een desbetreffend project lager zijn dan € 19.000,-.

Artikel

6

(Subsidiabele kosten)

Artikel

7

(Hoogte van de subsidie)

Artikel

8

(Verplichtingen van de subsidieontvanger)

De subsidieontvanger is verplicht:

  • a.

    het geactualiseerde overzicht van activiteiten als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies elke zes maanden aan Novem te verstrekken op grond van een door Novem vastgesteld model;

  • b.

    medewerking te verlenen aan activiteiten met het oog op het evalueren van resultaten of het uitwisselen van kennis en ervaringen die zijn verkregen door het project.

Artikel

9

(Subsidieplafond)

Artikel

10

(Aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling)

Artikel

11

(Inwerkingtreding)

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

12

(Citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2003.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P.L.B.A. van Geel

Bijlage

Specificatie van de onderdelen van een nulmeting voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen

Onderdeel

Subonderdelen/onderzoeksmethode

Gemeentelijk beleid

Vastgestelde uitgangspunten

Geïmplementeerd beleid

Inzamel- en verwerkingstraject per huishoudelijke afvalstof

Inzamelmiddel

Inzamellocatie (dichtheid)

Inzamelvoertuig + bemensing

Inzamelfrequentie

Inzamelmoment (dag/tijdstip)

Aanbied- en acceptatie-eisen

Locatie van verwerking

Inzamelrespons per huishoudelijke afvalstof

Ingezamelde hoeveelheid per huishoudelijke afvalstof

Samenstelling van de te verwijderen huishoudelijke afvalstoffen, als resultaat van een sorteeranalyse

Totaal vrijkomende hoeveelheid per huishoudelijke afvalstof en gescheiden ingezameld deel (inzamelrespons)

Inzamel- en verwerkingskosten en opbrengsten per huishoudelijke afvalstof

Inzamelkosten per huishoudelijke afvalstof

Transportkosten

Overslagkosten

Verwerkingskosten c.q. opbrengsten

Overige kosten

Flankerende maatregelen

Motiverende maatregelen voor burgers

Communicatie-inspanning voor burgers

Tarievenstructuur

Regelgeving afvalscheiding

Controle/handhaving afvalscheiding

Achtergrondkenmerken

Bebouwingstype, tuingrootte, bevolkingssamenstelling op basis van nationaliteit, gezinssamenstelling

Kennis, houding, gedrag, behoeften en suggesties van burgers met betrekking tot afvalscheiding en afvalpreventie

Bewonersonderzoek, gebaseerd op in elk geval een representatieve schriftelijke of telefonische enquête