Regeling van 3 januari 2003 houdende voorschriften voor de uitvoering van controle van personen, bagage en van vracht op luchtvaartterreinen (Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart)

Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart

De Minister van Justitie, in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op de artikelen 37g, eerste lid, 37h, eerste lid, onder c en d en vijfde lid, 37hb, onder b, 37j, tweede lid, onder f, 37k, vierde lid, 37l, tweede lid, onder b, en vierde lid, 37n, derde lid, 37o, eerste lid, 37p, tweede tot en met het zesde lid, van de Luchtvaartwet;

Besluit:

§

1

Algemeen

Artikel

1

Artikel

2

§

2

Controle van personen en bagage

Artikel

3

Artikel

4

Een onderzoek als bedoeld in artikel 37h, eerste lid, onder c en d van de wet, wordt verricht indien bij een verhoogde dreiging op grond van een risicoanalyse de Minister van Justitie daartoe beslist.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Voor bedreiging geschikte voorwerpen als bedoeld in artikel 37hb, onder b, van de wet, kunnen slechts aan boord van een luchtvaartuig worden gebracht indien deze voorwerpen:

  • a.

    zodanig zijn verpakt dat onmiddellijk gebruik onmogelijk is en

  • b.

    buiten het bereik van passagiers worden opgeborgen

§

3

Controle van vracht

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Vracht wordt op een zodanige wijze verpakt dat zonder verbreking geen gevaarlijke goederen kunnen worden toegevoegd.

Artikel

12

§

4

Opleidingen

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§

5

Slotbepalingen

Artikel

15

Artikel

16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart.

De Minister van Justitie,J.P.H.Donner

Bijlage

I