Regeling van 3 januari 2003 houdende voorschriften voor de uitvoering van controle van personen, bagage en van vracht op luchtvaartterreinen (Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart)

Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart

De Minister van Justitie, in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op de artikelen 37g, eerste lid, 37h, eerste lid, onder c en d en vijfde lid, 37hb, onder b, 37j, tweede lid, onder f, 37k, vierde lid, 37l, tweede lid, onder b, en vierde lid, 37n, derde lid, 37o, eerste lid, 37p, tweede tot en met het zesde lid, van de Luchtvaartwet;

Besluit:

§

1

Algemeen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: de Luchtvaartwet;

  • b.

    erkende luchtvrachtagent: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in artikel 37p, eerste lid, van de wet;

  • c.

    vrachtvlucht: een vlucht, die uitsluitend vervoer van vracht ten doel heeft;

  • d.

    verordening (EG) nr. 2320/2002: de verordening (EG) nr. 2320/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart.

  • e.

    verordening (EG) nr. 622/2003: verordening (EG) nr. 622/2003 van de Europese Commissie van 4 april 2003 tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart (Pb EU L 89), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij verordening (EG) nr. 831/2006 van de Europese Commissie van 2 juni 2006 (Pb EU L 150);

  • f.

    gereguleerde postinstantie: de rechtspersoon op wie een verplichting tot vervoer rust ingevolge de Postwet of een overeenkomstige buitenlandse postinstelling.

  • g.

    vaste vervoerder: een vervoerder die regelmatig zelf over de weg luchtvracht vervoert in opdracht van een bekende afzender, een vaste afzender, een erkend luchtvrachtagent of een luchtvaartmaatschappij;

  • h.

    opdrachtgever: een bekende afzender, een erkend luchtvrachtagent of een luchtvaartmaatschappij, die gebruik maakt van een vaste vervoerder;

  • i.

    vaste afzender: een afzender wiens zendingen met zekerheid uitsluitend voor vervoer met vrachtvluchten zijn bestemd zoals bedoeld in paragraaf 6.5. van verordening (EG) nr. 2320/2002.

Artikel

2

§

2

Controle van personen en bagage

Artikel

3

Artikel

4

Een onderzoek als bedoeld in artikel 37h, eerste lid, onder c en d van de wet, wordt verricht indien bij een verhoogde dreiging op grond van een risicoanalyse de Minister van Justitie daartoe beslist.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Voor bedreiging geschikte voorwerpen als bedoeld in artikel 37hb, onder b, van de wet, kunnen slechts aan boord van een luchtvaartuig worden gebracht indien deze voorwerpen:

  • a.

    zodanig zijn verpakt dat onmiddellijk gebruik onmogelijk is en

  • b.

    buiten het bereik van passagiers worden opgeborgen

§

3

Controle van vracht

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Van de verplichting tot controle, bedoeld in artikel 37k, eerste lid, onder b, van de wet, is vrijgesteld de vracht, bedoeld in paragraaf 6.3., onderdeel 3, van de bijlage bij verordening (EG) nr. 2320/2002 en paragraaf 6.3.5. en 6.3.6. van de bijlage bij verordening (EG) 622/2003 vastgestelde goederen.

Artikel

11

Vracht wordt op een zodanige wijze verpakt dat zonder verbreking geen gevaarlijke goederen kunnen worden toegevoegd.

Artikel

11a

Artikel

12

Artikel

12a

§

4

Opleidingen

Artikel

13

Artikel

14

§

5

Slotbepalingen

Artikel

15

Artikel

16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart.

De Minister van Justitie,J.P.H.Donner

Bijlage

I

Bijlage

1

Nationale instructies voor vaste afzenders ten behoeve van de beveiliging van locaties, medewerkers en het transport

Deze instructies zijn opgesteld ter informatie van en toepassing door u en uw medewerkers die betrokken zijn bij de voorbereiding en controle van luchtvrachtzendingen. Deze instructies zijn in overeenstemming met verordening (EG) 2320/2002 van het Europees Parlement en van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van beveiliging van de burgerluchtvaart.

Locaties

De toegang tot ruimtes waar luchtvrachtzendingen worden voorbereid, verpakt en/of opgeslagen wordt gecontroleerd teneinde te waarborgen dat onbevoegden geen toegang hebben tot de zendingen.

Bezoekers dienen te allen tijde te worden vergezeld in de ruimtes waar luchtvrachtzendingen worden voorbereid, verpakt en/of opgeslagen.

Medewerkers

Alle medewerkers die worden aangesteld en toegang zullen hebben tot luchtvracht dienen te worden gecontroleerd op hun integriteit. Deze verificatie omvat ten minste een identiteitscontrole en een controle van het curriculum vitae en/of verstrekte referenties.

Alle medewerkers die toegang hebben tot de luchtvracht dienen te worden gewezen op hun verantwoordelijkheden op het gebied van de veiligheid zoals omschreven in deze instructies.

Aangewezen verantwoordelijke

Er dient ten minste een persoon te worden aangewezen die verantwoordelijk is voor de uitvoering van en controle aan de hand van deze instructies (aangewezen verantwoordelijke).

Integriteit van de zendingen

Luchtvrachtzendingen mogen geen verboden artikelen bevatten, tenzij deze naar behoren zijn aangegeven en onderworpen worden aan de toepasselijke wet- en regelgeving (zie bijgevoegde lijst).

Luchtvrachtzendingen dienen te zijn beveiligd tegen manipulatie door onbevoegden.

Luchtvrachtzendingen dienen adequaat te zijn verpakt en waar mogelijk te zijn voorzien van een verzegelde sluiting (‘tamper-evident closure’).

Alvorens aan boord te worden geplaatst dienen luchtvrachtzendingen volledig te worden beschreven op de bijgevoegde documenten, met inbegrip van de correcte adressering.

Transport

Indien de expediteur verantwoordelijk is voor het transport van luchtvrachtzendingen, dienen de zendingen te zijn beveiligd tegen manipulatie door onbevoegden.

Onregelmatigheden

Geconstateerde onregelmatigheden ten opzichte van deze instructies of bij verdenking daarvan dienen te worden gemeld aan de aangewezen verantwoordelijke. De aangewezen verantwoordelijke neemt passende maatregelen.

Verboden artikelen voor luchtvracht

De volgende artikelen worden aangemerkt als verboden voor luchtvracht:

a. Explosieven, munitie, brandbare vloeistoffen, bijtende stoffen

Explosieve of licht ontvlambare componenten die zelfstandig of in combinatie met andere voorwerpen een explosie of brand kunnen veroorzaken. Hieronder worden verstaan explosieve materialen, slagpijpjes, vuurwerk, benzine, andere brandbare vloeistoffen, munitie e.d. of een combinatie daarvan.

Bijtende of giftige stoffen, met inbegrip van gassen, al dan niet onder druk;

en

b. Middelen en voorwerpen die personen uitschakelen of weerloos maken

Alle soorten traangas, pepperspray en soortgelijke chemicaliën en gassen, in een pistool, een patroon of een andere houder, en andere personen uitschakelende middelen zoals elektrische wapenstokken, elektronische middelen enz.

Tenzij zij naar behoren zijn aangegeven en onderworpen worden aan de toepasselijke wet- en regelgeving.