Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Sociale verzekeringsbank;
een lid van de Raad van bestuur van de SVB, niet zijnde de voorzitter;
Collectieve arbeidsovereenkomst.
Besluit:
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Sociale verzekeringsbank;
een lid van de Raad van bestuur van de SVB, niet zijnde de voorzitter;
Collectieve arbeidsovereenkomst.
Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is inclusief een vakantie- en een eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen van de voor de SVB geldende CAO.
Een lid heeft recht op een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de bepalingen van de voor de SVB geldende CAO.
Een lid ontvangt een representatievergoeding overeenkomstig het Besluit vergoeding representatiekosten rijkspersoneel, ter hoogte van het bedrag van de maximale vergoeding op grond van artikel 2 van dat Besluit.
Een lid heeft aanspraak op de verloffaciliteiten die gelden voor de personen in dienst van de SVB.
In geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling zijn de bepalingen ten aanzien van doorbetaling van de bezoldiging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, alsmede de suppletieregeling gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de sector Rijk, van overeenkomstige toepassing.
In geval van niet-herbenoeming dan wel tussentijds ontslag, anders dan op eigen verzoek en anders dan ten gevolge van eigen schuld of toedoen, heeft een lid in aanvulling op de reguliere aanspraak op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet aanspraak op een bovenwettelijke uitkering.
De hoogte en duur van deze uitkering worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het Besluit bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid voor de sector Rijk, met dien verstande dat als berekeningsbasis voor de hoogte van genoemde uitkering geldt het salarisbedrag dat geldt voor leden van de topmanagementgroep, bedoeld in bijlage A van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984, exclusief bijzondere toeslagen.
Een lid onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens, indien daardoor de goede vervulling van zijn functie of het goede functioneren van de openbare dienst, voorzover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zouden zijn verzekerd.
Deze regeling wordt aangehaald als: Rechtspositieregeling lid Raad van bestuur SVB.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2003.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.