Voor de toepassing van deze verordening wordt onder hout mede begrepen schors van hout.
Artikel
2
Het bepaalde in artikel 1 geldt niet ten aanzien van geheel ontschorst hout.
Artikel
3
1
Het bestuur van het Bosschap kan van het verbod bedoeld in artikel 1 ontheffing verlenen.
2
Aan de ontheffing kunnen voorschriften, voorwaarden en beperkingen worden verbonden.
3
Het is verboden terzake van een aanvrage om ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens te verstrekken.
4
De in lid 3 genoemde gegevens zullen uitsluitend worden gebruikt voor het doel waartoe zij worden verstrekt.
Artikel
4
Het bestuur kan nadere regelen stellen ter uitvoering van deze verordening.
Artikel
5
De bepalingen van deze verordening zijn mede van toepassing op natuurlijke en rechtspersonen voorzover zij handelingen verrichten welke bedrijfsmatig in bosbouwondernemingen plegen te worden verricht.
Artikel
6
Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening is een strafbaar feit.
Artikel
7
Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Bosschap bestrijding nonvlinder 2003.
Artikel
8
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die der afkondiging in het Mededelingen- en Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Artikel
9
De Verordening Bosschap Bestrijding Nonvlinder 1986, goedgekeurd door de minister van Landbouw en Visserij bij beschikking no. J 1596 d.d. 20 maart 1986 wordt ingetrokken.
Zeist
P.J.J.M.Mangelmansvoorzitter
A.J.H.Willemssecretaris
Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 2 mei 2003 en door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 23 april 2003, nr. TRCJZ/2003/1098.