Wet van 30 januari 2003 tot instelling van een vast college van advies op het terrein van veiligheid van gevaarlijke stoffen (Wet Adviesraad gevaarlijke stoffen)
Wet Adviesraad gevaarlijke stoffen
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel
2
De raad heeft tot taak de regering en de beide kamers der Staten-Generaal te adviseren over beleid en wetgeving inzake technische en technisch-organisatorische maatregelen ter voorkoming van ongevallen en rampen als gevolg van het gebruik, de opslag, de productie en het vervoer van gevaarlijke stoffen en ter beperking van de gevolgen van dergelijke ongevallen en rampen.
Artikel
3
1
Indien voor de voorbereiding van een advies een specifieke deskundigheid is vereist die niet reeds in voldoende mate in de raad aanwezig is, kunnen in de door de raad in te stellen commissies, in afwijking van artikel 16 van de Kaderwet adviescolleges, andere personen dan leden van de raad zitting hebben. Het aantal personen van buiten de raad bedraagt in een commissie ten hoogste vijf.
2
Op de in het eerste lid bedoelde commissieleden zijn de artikelen 11 tot en met 14 van de Kaderwet adviescolleges van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze leden door de raad worden benoemd, geschorst en ontslagen.
Artikel
4
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel
5
Deze wet wordt aangehaald als: Wet Adviesraad gevaarlijke stoffen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.