Artikel
1
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
-
a.
Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
-
b.
Bijzondere Financiële Instellingen: ondernemingen of instellingen, ongeacht de rechtsvorm, welke ingezetenen zijn en waarin niet-ingezetenen, direct of indirect, via aandelenkapitaal of anderszins deelnemen en die tot doel hebben of zich in belangrijke mate bezighouden met het ontvangen van middelen van niet-ingezetenen en het doorbetalen daarvan aan niet-ingezetenen;
-
c.
E-Line Betalingsbalans: door de Bank ontwikkelde internetapplicatie ten behoeve van het opstellen en het aanleveren van rapportages;
-
d.
Gecentraliseerde rapportage: rapportage onder een enkel registratienummer betreffende meerdere ingezetenen binnen een groep;
-
e.
Groep: economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden;
-
f.
Kredietinstelling: een onder prudentieel toezicht staande kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, Wet toezicht kredietwezen 1992 (Stb. 1992, 722);
-
g.
Rapportage: uit hoofde van de Wet en deze rapportagevoorschriften door de Bank gevraagde inlichtingen en gegevens ten behoeve van de samenstelling van de betalingsbalans van Nederland;
-
h.
Rapportageprofiel: rapportageformulieren voor een categorie van rapporteurs die vanuit betalingsbalansperspectief vergelijkbare activiteiten ontplooien;
-
i.
Rapporteur: ingezetene als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet, die door de Bank is aangewezen rapportages op te stellen en aan te leveren;
-
j.
Vertegenwoordiger: ingezetene die de, al dan niet gecentraliseerde rapportages, namens één of meer rapporteurs opstelt en aanlevert;
- k.