Rapportagevoorschriften betalingsbalansrapportages 2003 (RV 2003)

De Nederlandsche Bank N.V.;

Besluit:

Definities

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;

  • b.

    Bijzondere Financiële Instellingen: ondernemingen of instellingen, ongeacht de rechtsvorm, welke ingezetenen zijn en waarin niet-ingezetenen, direct of indirect, via aandelenkapitaal of anderszins deelnemen en die tot doel hebben of zich in belangrijke mate bezighouden met het ontvangen van middelen van niet-ingezetenen en het doorbetalen daarvan aan niet-ingezetenen;

  • c.

    E-Line Betalingsbalans: door de Bank ontwikkelde internetapplicatie ten behoeve van het opstellen en het aanleveren van rapportages;

  • d.

    Gecentraliseerde rapportage: rapportage onder een enkel registratienummer betreffende meerdere ingezetenen binnen een groep;

  • e.

    Groep: economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden;

  • f.

    Kredietinstelling: een onder prudentieel toezicht staande kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, Wet toezicht kredietwezen 1992 (Stb. 1992, 722);

  • g.

    Rapportage: uit hoofde van de Wet en deze rapportagevoorschriften door de Bank gevraagde inlichtingen en gegevens ten behoeve van de samenstelling van de betalingsbalans van Nederland;

  • h.

    Rapportageprofiel: rapportageformulieren voor een categorie van rapporteurs die vanuit betalingsbalansperspectief vergelijkbare activiteiten ontplooien;

  • i.

    Rapporteur: ingezetene als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet, die door de Bank is aangewezen rapportages op te stellen en aan te leveren;

  • j.

    Vertegenwoordiger: ingezetene die de, al dan niet gecentraliseerde rapportages, namens één of meer rapporteurs opstelt en aanlevert;

  • k.

    Wet: de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994.

Aanwijzing rapporteurs

Artikel

2

Frequenties, termijnen en bewaring van rapportages

Artikel

3

Verstrekking van inlichtingen en gegevens aan de Bank

Artikel

4

Inhoud van de rapportageverplichtingen

Artikel

5

Voorwaarden voor gecentraliseerde rapportage

Artikel

6

Het aanstellen van een vertegenwoordiger

Artikel

7

Rapportageverplichtingen voor kredietinstellingen

Artikel

8

Meldingsplicht Bijzondere Financiële Instellingen

Artikel

9

Verstrekking van nadere inlichtingen aan de Bank

Artikel

10

Rapporteurs dienen op verzoek van de Bank onverwijld nadere inlichtingen en gegevens te verstrekken.

Afwijkende rapportagevoorschriften

Artikel

11

In afwijking van deze regeling kan de Bank met rapporteurs een andere wijze van rapportage overeenkomen.

Wijze van indiening van de rapportages

Artikel

12

Overgangsregeling

Artikel

13

Rapportages die na 1 april 2003 bij of krachtens de Wet bij de Bank zijn of worden ingediend en die betrekking hebben op een periode vóór inwerkingtreding van deze rapportagevoorschriften, worden geacht te zijn gemaakt op grond van de voor die periode geldende rapportagevoorschriften (RV 2000).

Slotbepalingen

Artikel

14

De Rapportagevoorschriften buitenlands betalingsverkeer 2000 (RV 2000) worden met ingang van 1 april 2003 ingetrokken.

Artikel

15

Deze rapportagevoorschriften treden in werking met ingang van 1 april 2003.

Artikel

16

Deze regeling wordt aangehaald als: Rapportagevoorschriften betalingsbalansrapportages 2003 (RV 2003).

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam
De Nederlandsche Bank N.V.