Artikel
1
In deze verordening wordt verstaan onder:
|
a. |
productschap |
: |
Productschap Pluimvee en Eieren; |
|
b. |
bestuur |
: |
bestuur van het productschap; |
|
c. |
pluimveehouder |
: |
de ondernemer die vleeskuikens of vleeskuikenouderdieren houdt; |
|
d. |
vleeskuikenouderdieren |
: |
kippen met een leeftijd van 22 weken of ouder, die bestemd zijn voor de productie van broedeieren ter verkrijging van vleeskuikens; |
|
e. |
opfokvleeskuikenouderdieren |
: |
kippen met een leeftijd van 21 weken of jonger, die bestemd zijn voor de productie van broedeieren ter verkrijging van vleeskuikens; |
|
f. |
minivleeskuikenouderdieren |
: |
vleeskuikenouderdieren van een koppel waarvan de hennen een eindgewicht van ten hoogste 2,4 kilogram bereiken; |
|
g. |
vleeskuikens |
: |
kippen die kennelijk bestemd zijn voor de menselijke consumptie; |
|
h. |
koppel |
: |
een groep vleeskuikenouderdieren die in één stal wordt gehouden en waarvan de hennen onderling maximaal zeven dagen in leeftijd verschillen; |
|
i. |
vloeroppervlakte |
: |
de horizontale oppervlakte van de bodem van de ruimte die voor vleeskuikenouderdieren vrij beschikbaar is, alsmede de oppervlakte van eventuele plateaus; |
|
j. |
plateau |
: |
horizontale houten of kunststoffen vlonder waar geen mest door kan vallen en die ten minste 35 cm boven de bodem van de voor vleeskuikenouderdieren vrij beschikbare ruimte is aangebracht; |
|
k. |
legnest |
: |
afgescheiden ruimte die is ingericht voor het leggen van eieren; |
|
l. |
strooisel |
: |
houtkrullen, zaagsel, stro, zand, turf of ander materiaal, waarin vleeskuikenouderdieren kunnen stofbaden, scharrelen en bodempikken; |
|
m. |
uitval |
: |
de dieren die, anders dan voor normale verkoop, buiten de stal worden gebracht. |