Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 maart 2003, nr. WBJA/JA/03/14371 houdende toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de secretaris-generaal ressorterende functionarissen

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal SZW 2003

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.
directie:

een van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2;

b.
directeur:

een functionaris die leiding geeft aan een directie;

c.
Arbeidsinspectie-directeur:

een onder de algemeen directeur van de Arbeidsinspectie ressorterende directeur.

§

2

Organisatie

Artikel

2

Onder de secretaris-generaal ressorteren:

  • a.

    de directie Ramingen en Analyse;

  • b.

    de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden;

  • c.

    de Arbeidsinspectie;

  • d.

    het Agentschap SZW;

  • e.

    het Bureau SG.

§

3

Verantwoordelijkheden directeuren

Artikel

3

Elk van de directeuren is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het leiding geven aan de eigen directie;

  • b.

    het door tussenkomst van de secretaris-generaal adviseren van de bewindspersonen ten aanzien van het werkterrein van de eigen directie en het attenderen van hen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten;

  • c.

    het coördineren van de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de eigen directie met de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de andere onderdelen van het ministerie en van andere ministeries;

  • d.

    het zorgdragen voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering, met uitzondering van de vaststelling van de formatie, voor periodieke evaluatie daarvan en voor planning en bewaking van de productie van de eigen directie;

  • e.

    de personeelsaangelegenheden van de onder elk van hen ressorterende functionarissen, voor zover dit niet ingevolge artikel 4, vijfde lid, onder d tot en met g, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2002 is voorbehouden aan de secretaris-generaal;

  • f.

    het zorgdragen voor de administratieve en financiële afhandeling van de uitvoering van de eigen personeelsaangelegenheden, voor zover deze niet is opgedragen aan anderen zoals de directie Personeel, Organisatie en Informatie, de directie Financieel-Economische Zaken, de directie Gemeenschappelijke Ondersteuning Bedrijfsvoering en de Stichting Pensioenfonds ABP;

  • g.

    het op orde hebben van de administratieve organisatie en informatiebeveiliging;

  • h.

    het formuleren en uitvoeren van jaarplannen voor de eigen directie binnen de door de secretaris-generaal vastgestelde uitgangspunten;

  • i.

    het rapporteren aan de secretaris-generaal over de uitvoering van de jaarplannen betreffende de eigen directie;

  • j.

    het, na overeenstemming daarover met de secretaris-generaal, aanwijzen van een plaatsvervangend directeur;

  • k.

    het zorgdragen voor de vastlegging van de organisatie van de eigen directie en de daarbinnen geldende mandaten, volmachten en machtigingen in een Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit voor de eigen directie;

  • l.

    de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de onder hen ressorterende functionarissen;

  • m.

    een juiste, volledige en tijdige aanlevering aan de secretaris-generaal van de gegevens die opgenomen moeten worden in het mandaat-, volmacht- en machtigingsregister SZW, genoemd in artikel 4, vijfde lid, onder i, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2002.

Artikel

4

De directie Ramingen en Analyse is verantwoordelijk voor het verzorgen van ramingen en de ten behoeve van die ramingen benodigde analyses met betrekking tot de beleidsterreinen van het ministerie en voor het pro-actief regisseren, het verkrijgen en beheren van de betreffende beleidsinformatie. De directie Ramingen en Analyse stemt hierover zonodig af met het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Centraal Planbureau.

Artikel

5

De directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het bevorderen van de kwaliteit van wet- en regelgeving en van het bestuurlijk en juridisch handelen van het ministerie;

  • b.

    het behandelen van wetgevende, bestuurlijke en juridische aspecten van departements- en rijksbrede onderwerpen;

  • c.

    het adviseren over het gebruik van het instrument regelgeving en het ontwerpen van de teksten van alle wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen op het terrein van het ministerie;

  • d.

    het adviseren over en behandelen van bestuurlijke aangelegenheden op het terrein van het ministerie;

  • e.

    het adviseren over en behandelen van juridische vraagstukken op het terrein van het ministerie, waaronder aangelegenheden met betrekking tot de Wet openbaarheid van bestuur, bezwaar- en beroepszaken, voor zover deze niet onder de verantwoordelijkheid van een ander organisatieonderdeel van het ministerie vallen en met uitzondering van het nemen van beslissingen in bezwaar- en beroepsprocedures;

  • f.

    het bijdragen aan de totstandkoming en implementatie van internationale verdragen respectievelijk regelingen, het toetsen van nationale (ontwerp)regelgeving aan het internationale recht en het behandelen van internationale procedures.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

§

4

Bevoegdheden directeuren

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

§

5

Slotbepalingen

Artikel

13

Artikel

14

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

`s-Gravenhage
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.A.Ruys