Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid houdende regels met betrekking tot de verstrekking van regelingen het kader van het programma technologie en samenleving, reïntegratie in arbeid en preventie van arbeidsuitval 2003

SZW-Subsidieregeling preventie van arbeidsuitval 2003

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Artikel

1

begripsbepalingen

Artikel

2

subsidie voor projectkosten

Artikel

3

subsidiabele activiteiten

Artikel

5

hoogte subsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt 50% van de projectkosten, doch ten hoogste € 95000.

Artikel

6

subsidieaanvraag

Artikel

7

projectgroep

Artikel

8

beslistermijn

De minister geeft een beschikking binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen vier maanden kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.

Artikel

9

aanvullende verplichtingen

De subsidieontvanger is, in aanvulling op de verplichtingen, bedoeld in paragraaf 3 van de Algemene Regeling SZW-subsidies, verplicht:

  • a.

    het project uit te voeren voor het bij de subsidieverlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister voor het vertragen, het essentieel wijzigen, of het stopzetten van het project;

  • b.

    het project in Nederland uit te voeren, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister voor gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland;

  • c.

    steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit te brengen omtrent de uitvoering van het project, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan, de effecten van de uitvoering op het eindresultaat en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten.

Artikel

10

voorschotten

Artikel

12

subsidieplafond

Artikel

13

slotbepaling

Artikel

14

citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: SZW-Subsidieregeling preventie van arbeidsuitval 2003.

Artikel

15

inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2004.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 2, 3 en 4, die ter inzage worden gelegd bij het agentschap Senter, Juliana van Stolberglaan 3, 2509 AC Den Haag.

's-Gravenhage
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M. Rutte

Bijlage

1

A

Reïntegratie van arbeidsgehandicapten

Het doel van dit onderdeel is een bijdrage te leveren aan de verhoging en het behoud van arbeidsparticipatie door mensen die als gevolg van ziekte, een functionele stoornis of hun leeftijd (55+) beperkingen ondervinden in het uitvoeren van hun werk en daardoor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn of dreigen te raken. Om het doel te bereiken is gekozen voor de inzet van vernieuwende materiële werkaanpassingen (persoonlijke hulpmiddelen, speciaal gereedschap, cursussen, aanpassingen aan meubilair, aan machines of aan werkruimten of gebouwen), waarbij gebruik wordt gemaakt van nieuwe of bestaande technologie. Voorstellen voor projecten moeten binnen één van de volgende aandachtsgebieden passen:

  • optimalisering van de werkplek door individuele instelbaarheid of door afwisseling in werkhouding en taken;

  • materiële werkaanpassingen ter ondersteuning van perceptie, cognitie en leren;

  • verbetering van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de werkplek.

De drie aandachtsgebieden zijn ontleend aan het document 'Oplossingsrichtingen voor nieuwe materiële werkaanpassingen' dat op 27 april 1999 is verschenen en wordt uitgegeven in de publicatiereeks van het programma Technologie en Samenleving van het Ministerie van Economische Zaken.

Om voor subsidie in aanmerking te komen dienen voorgestelde projecten te resulteren in een werkend prototype van een innovatieve materiële werkaanpassing. Innovatief houdt daarbij in dat een soortgelijk product (nog) niet verkrijgbaar is en ook (nog) niet in ontwikkeling is. Om een goede afstemming van vraag en aanbod te waarborgen dient een gebruikerstest deel uit te maken van de projectactiviteiten.

Voorgestelde projecten moeten zoveel mogelijk gericht zijn op de arbeids(re)integratie van een relatief grote groep mensen met een (dreigende) arbeidshandicap. In het projectplan dient onder meer een onderbouwde raming van mogelijke besparingen op uitgaven voor sociale zekerheid te zijn opgenomen. Materiële werkaanpassingen die universeel toepasbaar zijn en derhalve ook kunnen worden ingezet voor mensen zonder handicap, hebben een pre ('design for all').

De projectindieners behoeven niet zelf ervaren of betrokken te zijn bij (re)integratieprocessen van arbeidsgehandicapten. In de projectvoorstellen moet op enigerlei wijze enige vorm van samenwerking tot uitdrukking komen met intermediairen als patiëntenverenigingen, de gehandicaptenraad, arbeidsbureaus, sectorraden, werkgeversverenigingen of Arbo-diensten.

B

Preventie van arbeidsuitval van arbeidsuitval

Het doel van dit onderdeel is een bijdrage te leveren aan het voorkomen of verminderen van blijvende schade aan mensen bij het uitvoeren van hun werk. Het gaat om arbeidsrisico's waarmee een groot deel van de beroepsbevolking te maken heeft en die omvangrijke dan wel ernstige gevolgen hebben in termen van gezondheidsklachten, medische consumptie, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.

Om dit doel te bereiken is in dit onderdeel ervoor gekozen de risico's in het arbeidsproces te verkleinen door middel van technologische vernieuwingen.

Dat kan zijn door a.) de verbetering van bedrijfsmiddelen en b.) de verbetering van arbo-onvriendelijke productieprocessen. In beide gevallen wordt gebruik gemaakt van technologie. Het gaat veelal om technologie die elders reeds beschikbaar is en die met relatief beperkte middelen geschikt kan worden gemaakt voor nieuwe toepassingen. Projecten dienen zich te richten op arbeidsrisico's die veroorzaakt worden door:

  • overbelasting van het menselijke bewegingsapparaat, in het bijzonder bij het tillen;

  • repeterende bewegingen (met uitzondering van RSI);

  • schadelijk geluid;

  • stof (zoals hout-, meel- en kwartsstof);

  • oplosmiddelen (met mogelijk OPS, OrganoPsychoSyndroom, als gevolg).

Oplossingen voor eventuele andere arbeidsrisico's worden niet uitgesloten.

Geschikte projecten dienen te resulteren in een innovatieve oplossing (product- of procesverbetering), die substantieel bijdraagt aan het voorkomen of aanzienlijk verminderen van één van de genoemde arbeidsrisico's. Innovatief houdt daarbij in dat een soortgelijke oplossing (nog) niet verkrijgbaar is en ook (nog) niet in ontwikkeling is. De voorgestelde oplossing moet:

  • effecten op 'langetermijngezondheid' hebben;

  • de schade zoveel mogelijk aan de bron bestrijden (bijvoorbeeld het geluidsarm maken van een machine is beter dan het werken met oorbeschermers);

  • praktisch bruikbaar zijn; de ontwikkelaar dient oog te hebben voor de gebruikssituatie; een gebruikerstest zal in vele gevallen onderdeel van het project uitmaken;

  • economisch rendabel zijn. Maak de kosten en baten (b.v. efficiency) voor de gebruikers zo goed mogelijk inzichtelijk. Hieruit valt af te leiden of de oplossing economisch rendabel is.

  • bij voorkeur overdraagbaar zijn naar andere bedrijven en bedrijfstakken.

De projectaanvrager dient bij het formuleren van een voorstel verder rekening te houden met de volgende aandachtspunten:

  • Klachten. Maak een goede analyse van de klachten en arbo-problemen die worden aangepakt. Een belangrijke randvoorwaarde is dat het probleem erkend wordt door de potentiële eindgebruikers én afnemers.

  • Zichtbaar. De voordelen van een nieuw bedrijfsmiddel moeten zichtbaar zijn voor de gebruikers. Formuleer zoveel mogelijk meetbare doelstellingen aan de hand waarvan de effectiviteit of de haalbaarheid van de oplossing gemeten kan worden.

  • Gebruiksonderzoek wordt gezien als een essentiële stap om een goed, daadwerkelijk arbo-vriendelijk bedrijfsmiddel te maken. Reserveer in een project financiële middelen voor gebruikersonderzoek en verschillende gebruikerstesten in een praktijksituatie.

Bijlage

2

Bijlage ligt ter inzage bij het agentschap Senter, Den Haag.

Bijlage

3

Bijlage ligt ter inzage bij het agentschap Senter, Den Haag.

Bijlage

4

Bijlage ligt ter inzage bij het agentschap Senter, Den Haag.