Verordening instelling van een onderzoekfonds aanvoersector

Verordening instelling van een onderzoeksfonds aanvoersector

Het bestuur van het Productschap Vis,
gelet op de artikelen 93, 95, en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en op de artikelen 5, 6 en 9 van de Instellingsverordening Productschap Vis heeft op 27 maart 2003 de navolgende verordening vastgesteld.

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Productschap

:

Productschap Vis;

Bestuur

:

het bestuur van het Productschap;

Voorzitter

:

de voorzitter van het Productschap;

Fonds

:

het fonds genoemd in artikel 2;

Commissie aanvoeraangelegenheden

:

de commissie ingesteld door het bestuur voor het adviseren over aangelegenheden betreffende de aanvoer;

Ondernemer

:

degene die een onderneming drijft waarvoor het Productschap is ingesteld;

Vis

:

Alle door uitoefening van de zee- of kustvisserij, in de zin van artikel 1, vierde lid, van de Visserijwet 1963, verkregen soorten vis, schaal- of schelpdieren en alle door uitoefening van de IJsselmeervisserij verkregen soorten vis, een en ander met uitzondering van mosselen, oesters, kokkels, spisula, strandschelpen, zwaardscheden, mesheften en nonnetjes;

Mosselen

:

schelpdieren van het geslacht mytilus of het geslacht perna;

Oesters

:

schelpdieren van de soort Ostrea edulis of de soort Crassostrea gigas;

Kokkels

:

schelpdieren van de soort Cerastoderma edule;

Spisula

:

schelpdieren van de soort Spisula substruncata of de soort Spisula solida;

Strandschelpen

:

schelpdieren van de soort Spisula Spp.;

Zwaardscheden en Mesheften

:

schelpdieren van de soort Ensis Spp.;

Nonnetjes

:

schelpdieren van de soort Macoma balthica .

Aanvoerder

:

een ondernemer die vis aanvoert.

Artikel

2

Artikel

3

De baten van het fonds bestaan uit:

  • a.

    de opbrengsten voortkomend uit de inning van (bestemmings-) heffingen, verminderd met eventuele inningskosten;

  • b.

    rente van belegde gelden;

  • c.

    terugbetaling van uitkeringen;

  • d.

    andere baten, met uitzondering van de opbrengst van heffingen wegens het invoeren uit staten die lid zijn van de Europese Unie of partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel

4

De middelen van het fonds zijn bestemd voor:

  • a.

    een bijdrage aan onderzoek- of ontwikkelingsprojecten voor de aanvoersector in de meest ruime zin van het woord;

  • b.

    andere uitgaven ten bate van onderzoek of ontwikkeling voor de aanvoersector in de meest ruime zin van het woord.

Artikel

5

Artikel

6

Het fonds kan door het bestuur worden opgeheven in welk geval de voorzitter als liquidateur optreedt en het bestuur aan een eventueel liquidatiesaldo een bestemming geeft ten behoeve van de aanvoersector.

Artikel

7

Namens het bestuur van het Productschap,
P.J.H.M. Loonen voorzitter
G.J. van Balsfoort secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 22 mei 2003 en door de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 13 mei 2003, nr. TRCJZ/2003/3265.