Verordening regeling verkoop zoetwatervis 2003

Het bestuur van het Productschap Vis heeft,
gelet op de artikelen 93 en 95 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, de artikelen 5, 6 en 7 van de Instellingsverordening Productschap Vis, op 27 maart 2003 vastgesteld de navolgende verordening.

Artikel

1

Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt verstaan onder:

productschap :

:

het Productschap Vis;

bestuur :

:

het bestuur van het Productschap;

zoetwatervis :

:

de vissoorten: aal of paling, baars, brasem, karper, snoek, snoekbaars, spiering, voorn en zeelt;

vergunning :

:

een vergunning als bedoeld in artikel 2, lid 2, sub b.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De vergunning wordt verleend aan degene, die ten genoegen van het productschap kan aantonen, dat hij op een rechtmatige wijze de beschikking heeft of zal krijgen over viswater, hetwelk gelet op de aard van de uit te oefenen visserij naar het oordeel van het productschap voldoende is voor de uitoefening van de visserij op zoetwatervis als uitsluitend dan wel als hoofdbedrijf of belangrijk nevenbedrijf en hij over een voor het uit te oefenen bedrijf voldoende uitrusting beschikt of zal beschikken.

Artikel

7

Aan een aanvrager, die niet aan het bepaalde in artikel 6 voldoet, zal niettemin een vergunning worden verleend, voor zover gronden van redelijkheid en billijkheid daartoe aanleiding geven.

Artikel

8

Een vergunning vervalt:

  • a.

    indien de vergunninghouder overlijdt;

  • b.

    indien de vergunninghouder, anders dan door overmacht, gedurende een jaar zijn bedrijf ononderbroken heeft gestaakt;

  • c.

    zodra de vergunninghouder niet meer op rechtmatige wijze de beschikking heeft over naar het oordeel van het productschap voldoende viswater;

  • d.

    zodra de vergunninghouder schriftelijk aan het productschap heeft kennis gegeven, dat hij afstand doet van de hem verleende vergunning, dan wel het bedrijf heeft beëindigd.

Artikel

9

Artikel

10

De bij of krachtens deze verordening gestelde regelen binden naast degene, die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld, mede de bij een onderneming werkzame personen, alsmede andere natuurlijke of rechtspersonen, voor zover deze andere personen handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.

Artikel

11

Op overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde kunnen tuchtrechtelijke maatregelen worden opgelegd.

Artikel

12

In afwijking van het bepaalde in deze verordening worden diegenen, die op de dag voorafgaand aan het in werking treden van deze verordening, in het bezit waren van een geldige erkenning, als bedoeld in de Verordening regeling verkoop zoetwatervis 1959, geacht in het bezit te zijn van een geldige vergunning.

Artikel

13

Artikel

14

Namens het bestuur van het Productschap,
P.J.H.M. Loonen voorzitter
G.J. van Balsfoort secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 22 mei 2003 en door de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 13 mei 2003, nr. TRCJZ/2003/3305.