Verordening instelling van een fonds voor de kottersector

Verordening instelling van een fonds voor de kottersector

Het bestuur van het Produktschap Vis heeft,
gelet op de artikelen 93, 95 en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en de artikelen 5, 7 en 9 van de Instellingsverordening Productschap Vis op 27 maart 2003 de navolgende verordening vastgesteld.

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Productschap

:

het Productschap Vis;

Bestuur

:

het bestuur van het productschap;

Dagelijks bestuur

:

het dagelijks bestuur van het productschap;

Voorzitter

:

de voorzitter van het productschap;

Fonds

:

het fonds genoemd in artikel 2;

Saneringsfonds

:

het fonds genoemd in artikel 2 van de Verordening financiering saneringsregeling kottervloot;

Stichting

:

de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Visserij;

Overeenkomst

:

de overeenkomst tussen het productschap en de stichting inzake de verlening van bijdragen door het productschap aan de stichting ten behoeve van capaciteitsreductie van de Nederlandse kottervloot;

Licentie

:

een licentie als bedoeld in de Regeling visserijlicentie;

Kotter

:

een vissersvaartuig waarvoor een licentie is toegekend en dat een lengte tussen de loodlijnen van ten minste 12 meter maar minder dan 59 meter heeft;

Besluit

:

het Besluit capaciteitsaanpassing vissersvloot 1996.

Artikel

2

Artikel

3

De baten van het fonds bestaan uit:

  • a.

    opbrengsten voortkomend uit de inning van (bestemmings-) heffingen, verminderd met eventuele inningskosten;

  • b.

    rente van belegde gelden;

  • c.

    andere baten, met uitzondering van de opbrengst van heffingen wegens het invoeren uit staten die lid zijn van de Europese Unie of partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;

  • d.

    door de stichting op grond van de overeenkomst gerestitueerde gelden.

Artikel

4

Ten laste van het fonds komen:

  • a.

    bijdragen aan de stichting zoals bepaald in de overeenkomst;

  • b.

    interest over geleende bedragen alsmede kosten verbonden aan de afsluiting van leningen, voor zover deze interest en deze kosten niet gedragen worden door de stichting dan wel door de Staat der Nederlanden;

  • c.

    andere uitgaven ten behoeve van de kottersector.

Artikel

5

Artikel

6

Het fonds kan door het bestuur worden opgeheven in welk geval de voorzitter als liquidateur optreedt en het bestuur aan een eventueel liquidatiesaldo een bestemming geeft ten behoeve van de kottersector.

Artikel

7

Namens het bestuur van het Productschap,
P.J.H.M. Loonen voorzitter
G.J. van Balsfoort secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 22 mei 2003 en door de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 6 mei 2003, nr. TRCJZ/2003/3270.